
Abstract
Nu de mensheid reeds meer dan 7 generaties overspoeld werd met de gedachte dat de mens afstamt van de apen, is het beeld dat de Bijbel schetst, zelfs bij heel wat christenen serieus verstoord.
Mij is ooit geleerd dat de Bijbel geen geschiedkundig- noch wetenschappelijk boek is. Na meer dan 35 jaar dagelijks met de Bijbel bezig te zijn, blijf ik keer op keer een nog dieper fundament vinden in en voor de schepping. Voor mij is de Bijbel HET referentiewerk voor de mensheid geworden. De Bijbel is dan ook met (grote) voorsprong het meest gelezen boek op deze wereld.
Persoonlijk deel ik de Bijbel graag op in 3 delen: het boek Genesis, de rest van het OT en het Nieuwe Testament (NT).
De naam ‘Genesis‘ is afgeleid van het Griekse woord génesis (γένεσις) en betekent in de kern: oorsprong, wording of ontstaan. Dat is een precieze beschrijving voor dit boek dat niet enkel het ontstaan van de wereld beschrijft, maar ook een nauwkeurige en geïllustreerde weergave geeft van de afstamming van Israel, en ook gedeeltelijk van de hele wereldbevolking (tot aan de zondvloed), en met verdere aanvulling van het NT een stamboom die leidt tot Jezus Christus zelf, zowel langs vaders als van moeders kant.
We kunnen allerhande feiten aanbrengen die de wetenschappelijke waarde van de Bijbel ondersteunen, zowel op geschiedkundig vlak als voor allerhande wetenschappelijke zaken.
Als de Bijbel werkelijk Gods Woord is, moeten we het met de nodige eerbied behandelen en zeer serieus nemen. God stelt dat Zijn Woord Waarheid is. We ontdekken daar waarheid. Waarom eraan twijfelen? De wetenschap daarentegen, heeft zich ten tijde van “de verlichting” voorgenomen om enkel herhaalbare bewijzen als waarheid te zien en verwerpt elke bovennatuurlijke inbreng…
Met hun naturalistische zienswijze staan ze haaks op het Woord van God en raakt de wetenschap zelfs losgekoppeld van de menselijke industriële kennis. Zie Kan de wetenschap alles verklaren?
Om welke reden zouden we de wetenschap dan hoger stellen dan het Boek van onze Schepper?
We gaan terug naar onze oorsprong: ten eerste keren we naar het boek Genesis dat de oorsprong van de wereld en van de mens beschrijft, maar bovenal gaan we terug naar het Woord van God dat ons gegeven is om onszelf, onze leefwijze en ons doel te begrijpen.
Rudi Meekers - Creabel.org
Genesis, kleitabletten en overlevering:
Een mogelijke verklaring voor het ontbreken van vroege manuscripten
De vraag naar het ontstaan en de overlevering van het boek Genesis blijft een van de meest intrigerende onderwerpen binnen de Bijbelstudie. Enerzijds beschikken we vandaag niet over fysieke manuscripten van Genesis uit het 2e millennium v.Chr., anderzijds bevat het boek zelf aanwijzingen die suggereren dat de inhoud veel ouder kan zijn dan de oudste bewaarde teksten. Een mogelijke manier om deze spanning te begrijpen, is door Genesis te beschouwen als een verzameling van oudere documenten die door opeenvolgende generaties werden doorgegeven. Deze theorie werd opgesteld door J.P. Wiseman.
Een belangrijk element in deze benadering is de herhaalde formule die in het boek voorkomt: “Dit is de geschiedenis van…” (Hebreeuws: toledot). Deze uitdrukking verschijnt op verschillende sleutelmomenten, zoals in Genesis 2:4, 5:1, 6:9, 10:1, 11:10 en 11:27. Sommige onderzoekers hebben voorgesteld dat deze passages oorspronkelijk het einde of begin markeerden van afzonderlijke documenten—mogelijk kleitabletten—die elk een specifieke familiegeschiedenis of gebeurtenis vastlegden.
In deze visie zou het boek Genesis niet in één keer geschreven zijn, maar opgebouwd uit een reeks “familiearchieven”. Zo vinden we bijvoorbeeld een “boek van Adam” (dat eindigt met Genesis 5:1a met de woorden: “Dit is het boek van Adams geslacht. (StV)”), een verslag van Noach (Genesis 6:9), en een document van de zonen van Noach dat als een soort “logboek van de ark” kan worden gezien (Genesis 10:1). Deze documenten zouden vervolgens via de geslachtslijnen zijn doorgegeven.
Het eerste kleitablet kan op deze manier door de Schepper zelf zijn geschreven: gen 1:! Tot 2:4a. In onze moderne Bijbel (NBG) wordt het dan onmiddellijk gevolgd door het kleitablet van Adam.
Binnen dit kader krijgt de figuur van Terach, de vader van Abraham, een bijzondere plaats. In Genesis 11:27 wordt gesproken over “de nakomelingen van Terach”. Als deze structuur inderdaad wijst op afzonderlijke documenten, dan zou dit het laatste “boek” kunnen zijn dat buiten het beloofde land werd samengesteld. Abraham zou deze geschriften—mogelijk in kleitablet-vorm—hebben meegenomen uit Ur der Chaldeeën naar Kanaän.
Deze hypothese biedt een interessante verklaring voor het ontbreken van dergelijke teksten in de archeologie van Mesopotamië. Als deze documenten niet breed verspreid waren, maar behoorden tot één specifieke familie of lijn, dan was hun behoud afhankelijk van een zeer beperkte groep mensen. Dat vergroot de kans dat ze verloren gingen, beschadigd raakten of eenvoudigweg niet werden gekopieerd op grotere schaal.
De situatie wordt nog complexer wanneer we de spraakverwarring van Babel in rekening brengen. Volgens het Bijbelse verhaal raakten de volkeren verspreid en ontstonden verschillende talen. In theorie zouden de eerste generaties na Noach toegang hebben gehad tot dezelfde vroege documenten. Maar zodra de spraakverwarring een feit was, werd het mogelijk dat deze teksten voor velen onbegrijpelijk werden. Als de documenten geschreven waren in een oorspronkelijke taal die later niet meer werd gesproken, dan zou hun praktische waarde sterk afnemen en als deze volkeren al over kleitabletten beschikten, zouden ze na enkele generaties totaal waardeloos zijn omdat niemand ze kon lezen.
Daarbij komt dat migrerende groepen vaak prioriteit geven aan mondelinge overlevering boven het bewaren van archieven (met kleitabletten). Het is dan aannemelijk dat schriftelijke tradities verloren gingen, terwijl mondelinge overlevering de belangrijkste drager van geschiedenis werd. In veel oude culturen bleek mondelinge overdracht bovendien verrassend betrouwbaar, zeker wanneer die verbonden was aan familie-identiteit en religieuze overtuiging.
Deze benadering sluit aan bij het feit dat we wel oude verhalen kennen die inhoudelijke parallellen vertonen met Genesis, zoals zondvloedverhalen uit Mesopotamië. Dat suggereert dat bepaalde kerntradities zeer oud zijn en breed circuleerden, ook al zijn de exacte vormen waarin ze oorspronkelijk werden opgetekend niet bewaard gebleven.
Het ontbreken van vroege manuscripten van Genesis hoeft dus niet noodzakelijk te betekenen dat de inhoud pas laat schriftelijk is ontstaan. Het kan ook wijzen op een overleveringsgeschiedenis die anders functioneerde dan moderne teksttradities: kleinschalig, familiaal, deels schriftelijk en deels mondeling, en sterk afhankelijk van continuïteit binnen één specifieke lijn.
Binnen dat perspectief krijgt het boek Genesis een bijzonder karakter. Het is nu niet alleen een theologisch document, maar ook een stamboom voor het volk Israel, die het resultaat is van een lange keten van nauwgezette schriftelijke overdracht, waarin de herinnering aan de oorsprong van de mens, zorgvuldig werden doorgegeven—van generatie op generatie, een stuk geschiedschrijving dat in waarde en waarheidsgehalte alle archeologische vondsten in de wereld ruim overtreft.
De gangbare wetenschappelijke theorie mogen we als gelovigen dus eigenlijk opzij zetten:
Wikipedia zegt bijvoorbeeld (https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Schrift&oldid=70708950#Geschiedenis ):
“Voorafgaand aan de ontwikkeling van het schrift moesten dingen en gebeurtenissen worden onthouden, aangaande bezittingen en gemaakte afspraken. Dat was niet eenvoudig en leidde tot conflictsituaties. Schrijven is een methode om informatie op te slaan, en door te geven aan anderen die zich op afstand bevinden, zowel in ruimte als in tijd.
Het schrift werd niet plotseling uitgevonden door een individu of een gemeenschap. Er was sprake van een natuurlijke ontwikkeling op verschillende plaatsen tegelijk, vanuit de behoefte om dingen te registreren of gebeurtenissen vast te leggen. Het schrift nam daarbij op verschillende plaatsen verschillende vormen aan, van eenvoudig beeldschrift, tot aan individuele letters, die de verschillende klanken van een taal voorstelden …. ”
Met de hierboven genoemde voorkennis, gebaseerd op het relaas in de Bijbel, is deze veronderstelling van taal- en of geschiedkundigen enkel als fantasie te bestempelen.
De Bijbelse visie
Wanner we de Bijbel als waarheid bekijken, moeten we een andere visie aanhouden. We zagen immers dat het schrift zijn oorspong vond bij het kleitablet van God en dat Adam (en Eva) waarschijnlijk kort na hun schepping leerden lezen en schrijven. Een gedachte die ook wordt ondersteund door de instelling van de astronomische klok: Tijd in Gods schepping (als basis voor geschiedschrijving)
Ruwweg kunnen we een redelijk accurate tijdslijn uitzetten teruggaand tot de zondvloed. We leven momenteel in de 21ste eeuw na Christus. Aan het referentiepunt gekoppeld aan Christus hoeft niemand te twijfelen: hierover is volledige consensus in de geschiedschrijving.
Hieronder vindt je een eerste samenvattende tabel op basis van het werk van Robert de Telder:
Gebeurtenis | Datering (v.Chr.) | Bron/Detail volgens De Telder |
Grote Vloed (Zondvloed) | 2348 v.Chr. | Startpunt van de post-diluviale geschiedenis. |
Toren van Babel & Spraakverwarring | 2247 v.Chr. | Gedateerd in het jaar van de geboorte van Peleg (101 jaar na de vloed). |
Jacob/Israël naar Egypte | 1699 v.Chr. | Aankomst op het hoogtepunt van een wereldwijde hongersnood. |
Uittocht uit Egypte (Exodus) | 1483 v.Chr. | De Telder wijkt hier af van de vaak genoemde 1446 v.Chr. |
Inhuldiging Tempel van Salomo | 1003 v.Chr. | Voltooiing en inwijding (start bouw was ca. 1010 v.Chr.). |
Enkele opmerkingen bij zijn chronologie:
- Exodus: De Telder identificeert de farao van de onderdrukking en de Exodus binnen een gereviseerd kader van de Egyptische geschiedenis, waarbij hij de Exodus in 1483 v.Chr. plaatst.
- Sabbatjaren: Zijn berekeningen zijn nauw verbonden met de cyclus van sabbatjaren en jubeljaren, die volgens hem essentieel zijn voor een correcte Bijbelse tijdlijn.
- Tempelbouw: De Telder hanteert het 480ste jaar na de Exodus (volgens 1 Koningen 6:1) als ankerpunt voor de start van de bouw van de tempel in het vierde regeringsjaar van Salomo.
Bovenstaande tabel kunnen we benoemen naar: Het post-diluviaanse tijdperk (letterlijk: "na de zondvloed", van het Latijnse post en diluvium). Het is de periode in de menselijke geschiedenis die volgt op de grote vloed zoals beschreven in het Bijbelboek Genesis van af hoofdstuk 6 t.e.m. 10.
Intermezzo over de verschillen in de jaartallen van de aardsvaders
De Bijbels die wij vandaag gebruiken worden vertaald vanuit 1 van 3 beschikbare grondteksten die lichtjes verschillen, maar.… de verschillen in de jaartallen van de aardsvaders zijn opvallend en concentreren zich in het geslachtsregister van Sem tot Abraham (Genesis 11:10-27). Volgens de tablet-theorie van P.J. Wiseman vormt dit gedeelte de "toledoth" (geschiedenis) van Terach, oorspronkelijk geschreven op een kleitablet.
De variaties ontstaan door verschillen tussen de drie belangrijkste teksttradities: de Hebreeuwse Masoretische Tekst (MT), de Griekse Septuaginta (LXX) en de Samaritaanse Pentateuch (SP).
Vergelijking leeftijd bij geboorte eerstgeborene
In de tabel hieronder zie jr de leeftijd van de aardsvaders op het moment dat hun zoon werd geboren, gebaseerd op de bronnen die De Telder en Wiseman analyseren:
Aardsvader (Gen 11) | Masoretische Tekst (MT) | Septuaginta (LXX) | Samaritaanse Pent. (SP) |
Arpachshad | 35 | 135 | 135 |
Kainan | Niet vermeld | 130 | Niet vermeld |
Selach | 30 | 130 | 130 |
Eber | 34 | 134 | 134 |
Peleg | 30 | 130 | 130 |
Reü | 32 | 132 | 132 |
Serug | 30 | 130 | 130 |
Nahor | 29 | 79 | 79 |
Terach | 70 | 70 | 70 |
Belangrijke observaties bij deze tabel:
- De "100-jaar" verschuiving: In de Septuaginta (LXX) en vaak ook in de Samaritaanse tekst is de leeftijd bij de eerste zoon systematisch 100 jaar hoger dan in de Masoretische tekst. Hierdoor wordt de periode tussen de zondvloed en Abraham aanzienlijk opgerekt.
- De extra Kainan: De Septuaginta voegt een extra generatie toe (Kainan) tussen Arpachshad en Selach, wat nog eens 130 jaar toevoegt aan de tijdlijn.
- De kwestie Terach: Hoewel alle bronnen zeggen dat Terach 70 was toen hij zijn zonen kreeg, ontstaat er verwarring over de leeftijd van Abraham. Als Abraham Haran verliet toen hij 75 was en Terach stierf op 205-jarige leeftijd (MT), dan was Terach 130 toen Abraham werd geboren, niet 70. De Samaritaanse Pentateuch lost dit op door de leeftijd van Terach bij overlijden te verlagen naar 145 jaar.
- Wiseman's "Colophon": Volgens Wiseman eindigt het tablet van Terach bij Genesis 11:27a ("Dit zijn de generaties van Terach"). Het feit dat de chronologische data precies binnen deze sectie zo sterk variëren tussen de teksttradities, wijst volgens onderzoekers op vroege redactionele pogingen om de tijdlijn te harmoniseren met historische gegevens of astronomische cycli.
Wat is de reden van deze verschillen?
Het verschil van circa 650 jaar (vaak afgerond op 630-650 jaar in specifieke secties zoals Genesis 11) tussen de Masoretische Tekst (MT) en de Septuaginta (LXX) is een klassiek twistpunt in de Bijbelse chronologie. De theorie dat dit verschil voortkomt uit een bewuste "vervalsing" of aanpassing uit prestigeoverwegingen wordt door diverse onderzoekers en bronnen ondersteund.
Hieronder staan de belangrijkste verklaringen en bronnen voor deze verschuiving:
1. De strijd om de oudste geschiedenis (Prestige)
Een belangrijke bron voor de theorie dat de chronologie werd "opgerekt" uit concurrentieoverwegingen is de historische context van het hellenistische Alexandrië (ca. 300-200 v.Chr.).
Context: In die tijd wedijverden volken zoals de Egyptenaren (via de priester Manetho) en de Babyloniërs (via Berossus) om wie de oudste beschaving en koningslijsten had.
Motief: Joodse geleerden in Alexandrië zouden de leeftijden in de Septuaginta systematisch met 100 jaar per aartsvader hebben verhoogd om de Joodse geschiedenis "ouder" te maken, zodat deze qua ouderdom kon concurreren met de claims van de Egyptenaren en Babyloniërs.
2. De "corruptie-theorie" (Post-70 n.Chr.)
Aan de andere kant bestaat de theorie dat juist de Masoretische Tekst (de Hebreeuwse bron voor de meeste moderne Bijbels) is ingekort.
Bron: Onderzoekers zoals Henry B. Smith Jr. (Associates for Biblical Research) beargumenteren in zijn werk The Case for the Septuagint's Chronology dat rabbijnen in de 2e eeuw n.Chr. de chronologie bewust verkortten.
Motief: Door de tijdlijn in te korten, probeerden zij aan te tonen dat de beloofde Messias nog niet gekomen kon zijn, om zo de christelijke claims dat Jezus de Messias was te ontkrachten. Vroege kerkvaders zoals Ephraem de Syriër en Eusebius beschuldigden de rabbijnen expliciet van deze chronologische manipulatie.
3. De rol van Robert de Telder en de 630 jaar
Robert de Telder refereert in zijn werk vaak aan de noodzaak om de Bijbelse tijdlijn te synchroniseren met de wereldgeschiedenis.
Verschil: Terwijl de MT de periode van de vloed tot Abraham op ongeveer 292-352 jaar zet, rekt de LXX dit op naar ruim 1000 jaar (een verschil van ca. 650 jaar).
Impact: De Telder kiest voor de Masoretische chronologie omdat deze volgens hem een strakker wiskundig en profetisch patroon (zoals de 480 jaar in 1 Koningen 6:1) volgt, ook al maakt de kortere tijdlijn de synchronisatie met de vroege Egyptische dynastieën uitdagender.
Samenvatting van de bronnen:
Theorie | Belangrijkste Bron / Auteur | Motief van de "Vervalsing" |
LXX is opgerekt | Traditionele wetenschappers / Augustinus | Concurrentie met Egyptische/Babylonische oudheid. |
MT is ingekort | Henry B. Smith Jr. / Ephraem de Syriër | Antichristelijke apologetiek (Messiaanse tijdlijn). |
Chronologische harmonie | Robert de Telder / J. Hughes | Zoektocht naar een werkbare synchronisatie met archeologie. |
Onze keuze voor de Masoretische telling
De argumentatie van Robert de Telder om de voltooiing van de Tempel van Salomo rond 1003 v.Chr. te dateren, rust op een strikte toepassing van de Masoretische chronologie en een specifieke interpretatie van de koningslijsten.
Zijn belangrijkste argumenten zijn:
- Het 480-jaar anker (1 Koningen 6:1): Dit is zijn absolute fundament. De Bijbel stelt dat Salomo in zijn vierde regeringsjaar begon met de bouw van de tempel, precies 480 jaar na de Exodus. Omdat De Telder de Exodus op 1483 v.Chr. dateert, komt hij voor de start van de bouw uit op 1010/1009 v.Chr.
- Zeven jaar bouwtijd: Volgens de Bijbel duurde de bouw zeven jaar. Dit brengt de voltooiing en inhuldiging naar circa 1003/1002 v.Chr.
- Synchronisatie met de 'Short Chronology': De Telder wijkt hiermee af van de gangbare academische datering (die de tempelbouw rond 966 v.Chr. plaatst). Hij beargumenteert dat de gangbare chronologie te veel leunt op de Assyrische eponiemenlijsten, die volgens hem hiaten vertonen. Door de Masoretische getallen letterlijk te volgen, schuift hij de hele Israëlitische monarchie ongeveer 40 tot 50 jaar verder terug in de tijd.
- Sabbat- en Jubeljaren: De Telder gebruikt de cyclus van deze heilige jaren als een controlemiddel. Volgens zijn berekeningen valt de inhuldiging van de tempel precies samen met een belangrijk chronologisch rustpunt in deze cycli, wat voor hem de goddelijke nauwkeurigheid van de Masoretische tijdlijn bevestigt.
- Revisie van Egypte: Om deze vroege datering (1000 v.Chr.) historisch mogelijk te maken, koppelt hij Salomo niet aan de traditionele Farao Shishak (Sjosjenq I), maar herinterpreteert hij de Egyptische 21e en 22e dynastie om de Bijbelse en archeologische gegevens passend te krijgen.
Nog meer problemen met de jaartelling
360 dagen in een jaar?
In onze artikelenreeks ‘De tijd in Gods hand’ stellen we dat het logisch zou zijn dat het jaar oorspronkelijk 360 dagen zou tellen en de maanden precies 30 dagen zouden duren. De tijdsmeting van het logboek van de ark brengt dit merkwaardige feit aan het licht. Dit fenomeen zou logisch gezien moeten duren tot na de spraakverwarring omdat bijna iedere cultuur oorspronkelijk jaren van 360 dagen had. Vrijwel alle culturen hadden een goede notie van de sterrenhemel en het is zelfs zo dat de Aboriginals dingen weten van de noordelijke sterrenhemel.
Hiermee situeert zich een kalenderverschuiving binnen ons voorgestelde Het post-diluviaanse tijdsframe.
Het is het zo dat een vertraging van de aarde met 5,25 dag per jaar en een vertraging van de maan met 3 dagen per maand een enorme energie vraagt die zeker door de mens moet gevoeld zijn. En als de energie verschuiving al niet gevoeld werd, moet het zeker in de natuur zijn effect gehad hebben.
Persoonlijk denk ik aan een event dat ook de zeven magere jaren in Egypte heeft veroorzaakt. De vraag is echter hoe.
De Joodse jaartelling
We hebben 3 bronnen voor de Bijbel die een verschillende leeftijd geven voor de schepping maar de Joodse datum, die zou gestart zijn bij de schepping, geeft een veel jongere leeftijd. hoe verklaar je dat?
Het verschil is inderdaad opmerkelijk: de huidige Joodse jaartelling (de Anno Mundi) zet de schepping op 3761 v.Chr., wat nog een paar honderd jaar "jonger" (recenter) is dan de datering op basis van de Masoretische Tekst (die meestal rond 4004 v.Chr. uitkomt, zoals bij Ussher of De Telder).
De verklaring hiervoor ligt niet in de Bijbeltekst zelf, maar in een specifiek historisch geschrift: de Seder Olam Rabbah.
Dit is de verklaring voor die "verjonging":
1. De Seder Olam Rabbah (2e eeuw n.Chr.)
De Joodse kalender is gebaseerd op de Seder Olam Rabbah, een chronologie die in de 2e eeuw n.Chr. is samengesteld door Rabbi Jose ben Halafta. Hij maakte een aantal bewuste berekeningen die afwijken van de letterlijke geslachtsregisters.
2. De "Missende Jaren" (The Missing Years)
Het grootste verschil ontstaat door de datering van de Perzische periode.
Historisch/Wetenschappelijk: De Perzische overheersing over Israël duurde ongeveer 200 jaar.
Seder Olam: De rabbijnen rekenden in de Seder Olam slechts 34 tot 52 jaar voor de gehele Perzische periode (van de val van Babylon tot Alexander de Grote).
Hierdoor "verdwijnt" er ruim 160 jaar uit de geschiedenis, waardoor de schepping op de tijdslijn opschuift naar voren (dus een jonger jaartal).
3. Waarom deden ze dit? (Daniël 9)
De meest geaccepteerde theorie onder historici is dat dit een theologische reden had, vergelijkbaar met de strijd die we eerder bespraken:
De rabbijnen wilden dat de 70 jaarweken uit de profetie van Daniël 9 zouden uitkomen bij de verwoesting van de Tweede Tempel in 70 n.Chr. of bij de Bar Kochba-opstand (135 n.Chr.).
Door de Perzische periode in te korten, konden ze de profetie herinterpreteren, zodat deze niet langer direct naar Jezus van Nazareth als de Messias wees.
Opmerking: De tekst van de Thora zelf is niet aangepast. De discrepantie tussen de Joodse kalender en de historische werkelijkheid zit niet in de brontekst, maar in de interpretatie van de chronologische gaten binnen de Joodse traditie. Gezien de omstandigheden rekenen zij niet met de geboorte van Christus als referentiepunt.
De Thora zegt nergens: "Het is nu het jaar 2000." Het geeft alleen periodes (bijv. "Abraham was 100 jaar toen Isaak werd geboren"). De Seder Olam Rabbah is een poging om al die losse puzzelstukjes op te tellen tot één doorlopende lijn. De "fout" of aanpassing zit dus in de optelsom, niet in de cijfers die in de Thora staan.
Samenvattend:
Septuaginta (LXX): Oudste datering (ca. 5500 v.Chr.) door extra jaren bij de aartsvaders.
Masoretische Tekst (MT): Middelste datering (ca. 4004 v.Chr.) – de basis voor Robert de Telder en Creabel.
Joodse kalender: Jongste datering (3761 v.Chr.) door het inkorten van de Perzische periode in de Seder Olam.
Robert de Telder erkent dit probleem ook; hij volgt de Masoretische cijfers voor de aartsvaders, maar corrigeert de "fout" van de Seder Olam door de Perzische koningslijsten historisch correct (200 jaar) weer te geven.
Het is fascinerend om te zien hoe die chronologische puzzelstukken in elkaar grijpen, van de vroege aartsvaders tot de politieke keuzes in de latere geschiedschrijving.
Robert de Telder biedt met zijn werk een eigenzinnige methode om die "gaten" en "vervalsingen" op te vullen, vooral door vast te houden aan de Bijbelse cijfers als primair raamwerk.
Bewijs voor de Masoretische chronologie
Kunnen we dan stellen dat de poging van de joden om Jezus als Messias weg te moffelen een bewijs is dat de Masoretische tijdslijn de juiste is?
Dat is een conclusie die inderdaad door veel aanhangers van de Masoretische chronologie, waaronder Robert de Telder en onderzoekers zoals Henry B. Smith Jr., wordt getrokken. Hun argumentatie hiervoor is als volgt:
1. De "Lectio Difficilior" (De moeilijkste lezing)
In de tekstkritiek is een basisregel dat de lezing die het minst "gepolijst" of het lastigst is, vaak de originele is. De Masoretische Tekst (MT) geeft een zeer strakke, korte tijdlijn voor de vroege geschiedenis. Als de Joodse rabbijnen later in de geschiedenis (na 70 n.Chr.) tijdlijnen gingen aanpassen om de komst van de Messias te verleggen, is de MT juist de tekst die zij als basis gebruikten en behielden, terwijl de Septuaginta (LXX) al veel eerder "opgerekt" was voor de Griekse wereld.
2. Het motief van de Seder Olam
Het feit dat de Joodse kalender (via de Seder Olam) nog eens ~160 jaar korter is dan de MT, bewijst dat er een actieve behoefte was om de chronologie te manipuleren. De redenering is: als men bereid was de Perzische periode in te korten om de Messiaanse profetie van Daniël te verleggen, dan is de MT (die die inkorting niet heeft) een betrouwbaarder getuige van de oorspronkelijke cijfers dan de Joodse traditie die daarop volgde.
3. Consistentie bij De Telder
Voor Robert de Telder is de MT de juiste tijdlijn omdat deze, ondanks de kortere duur, een wiskundige en genealogische consistentie vertoont die hij als "goddelijk geïnspireerd" beschouwt. Hij stelt dat de pogingen om de Messias weg te moffelen juist laten zien dat de oorspronkelijke cijfers (zoals in de MT) te gevaarlijk waren voor de critici van Jezus, omdat ze precies op Hem uitkwamen.
De andere kant van de medaille
Kritische wetenschappers wijzen er echter op dat:
- De Septuaginta (LXX) ouder is dan de uiteindelijke Masoretische redactie.
- Sommigen geloven dat de MT juist is ingekort ten opzichte van de LXX (en niet de LXX verlengd), specifiek om de vroege kerkvaders dwars te zitten die de LXX-chronologie gebruikten om aan te tonen dat de wereld 5500 jaar oud was bij Jezus' geboorte.
- Samenvattend: Vanuit het perspectief van De Telder is de weerstand tegen Jezus als Messias inderdaad een indirect bewijs dat de Masoretische getallen de "gevaarlijke waarheid" bevatten die men probeerde te maskeren.
Het post-diluviaanse tijdsframe
Nu we de gedachtengang voor de keuze van het tijdsframe hebben verklaard, kunnen we de geschiedenis na de zondvloed proberen te reconstrueren om te zien of de archeologie dit kan bevestigen.
We overlopen het tijdspanne:
Gebeurtenis | Datering (v.Chr.) | Bron/Detail volgens De Telder |
Grote Vloed (Zondvloed) | 2348 v.Chr. | Startpunt van de post-diluviale geschiedenis. |
Toren van Babel & Spraakverwarring | 2239 v.Chr. | Gedateerd in het jaar van de geboorte van Peleg (101 jaar na de vloed). (T&T RdT pag 16) |
De roeping van Abraham | 1913 v.Chr |
|
Jacob/Israël naar Egypte | 1699 v.Chr. | Aankomst op het hoogtepunt van een wereldwijde hongersnood. |
Uittocht uit Egypte (Exodus) | 1483 v.Chr. | De Telder wijkt hier af van de vaak genoemde 1446 v.Chr. |
Inhuldiging Tempel van Salomo | 1003 v.Chr. | Voltooiing en inwijding (start bouw was ca. 1010 v.Chr.). |
Aanvang Babylonische ballinschap | 605 v. Chr. |
|
Einde Babylonische ballinschap | 535 v. Chr. |
|
2348 v.Chr. De ark strandt
De wereldbevolking telt nu 8 personen: Noach, zijn 3 zonen en hun vrouwen.
2239 v.Chr. De spraakverwarring
Wanneer we uitgaan van 10 kinderen per gezin op 25 jaar, dan zouden we uitkomen op een groep van 4000 mensen, mannen, vrouwen en kinderen samen, in de veronderstelling dat er nog niet veel mensen overleden zouden zijn.
De spraakverwarring deelt deze groep in 16 stammen van gem. 250 personen, die de wijde wereld intrekken.
Robert de Telder rekent in zijn boek “Tijd en tijden” met 5 geslachten tegen de tijd van de spraakverwarring en komt zo tot meer dan 100.000 mensen die in de vlakte van Sinear vertrekken (pag 16)
Dit wordt beschreven in Genesis 10, ook wel bekend als de "Volkenlijst" of de Table of Nations.
Hoewel de eigenlijke spraakverwarring pas in het volgende hoofdstuk (Genesis 11) in detail wordt uitgelegd, dient hoofdstuk 10 als het overzicht van het resultaat: hoe de mensheid zich na de vloed en de verstrooiing vanuit Babel over de aarde verspreidde.
De verdeling gebeurt op basis van de drie zonen van Noach:
De zonen van Jafeth (Gen 10:2-5): Zij trokken naar het noorden en westen (de kustlanden), wat we nu kennen als Europa en Klein-Azië.
De zonen van Cham (Gen 10:6-20): Zij trokken voornamelijk naar het zuiden en zuidwesten, richting Afrika (o.a. Egypte en Cusj) en delen van het Arabisch schiereiland en Kanaän.
De zonen van Sem (Gen 10:21-31): Zij bleven meer in het centrale gebied en trokken naar het oosten, de regio van het Midden-Oosten (o.a. Assyrië, Elam en de stamvaders van de Hebreeën).
In vers 5, 20 en 31 wordt telkens expliciet vermeld dat zij zich verspreidden "naar hun landen, elk naar zijn taal, naar hun geslachten, onder hun volken."
Volgens de analyse van Robert de Telder en de tablet-theorie van Wiseman vormt dit hoofdstuk de toledoth (het familiearchief) van de zonen van Noach, waarin zij vastlegden waar hun nageslacht zich vestigde na het echec bij de Toren van Babel.
1921 v.Chr. De roeping van Abraham
Robert de Telder positioneert de roeping van Abraham in 1921 v.Chr.
Zijn berekening is een direct gevolg van zijn keuze voor de Masoretische chronologie en het koppelen van Bijbelse ankerpunten. Hieronder volgt de logica die hij hanteert in Tijd en Tijden:
1. De Rekensom vanaf de Tempelbouw
De Telder werkt vaak terugwaarts vanuit bekende punten:
1010 v.Chr.: Start bouw tempel van Salomo.
+ 480 jaar (volgens 1 Koningen 6:1): Dit brengt hem bij de Exodus in 1490 v.Chr. (hoewel hij in latere revisies soms op 1483 v.Chr. uitkomt, blijft de 430-jaar stap naar Abraham cruciaal).
+ 430 jaar (volgens Exodus 12:40 en Galaten 3:17): Dit is de periode van de "verblijfplaats" die begint bij de belofte aan Abraham.
Resultaat: 1920/1921 v.Chr. is het jaar dat Abraham (toen nog Abram) op 75-jarige leeftijd uit Haran vertrok na de roeping door God.
2. De Leeftijd van Terach (Het Wiseman-aspect)
Zoals je eerder opmerkte over de geschriften van Terach, lost De Telder het probleem van Genesis 11:26-32 als volgt op:
Terach was 70 toen zijn eerste zoon (waarschijnlijk Haran) werd geboren.
Abraham werd echter pas geboren toen Terach 130 jaar oud was.
Dit verklaart waarom Abraham 75 was toen hij vertrok, vlak nadat zijn vader Terach op 205-jarige leeftijd in Haran stierf. Dit is een cruciaal detail in De Telders tijdlijn om de jaren sluitend te krijgen.
3. Historische Context: De Tijd van de Amorieten
In de wereldgeschiedenis plaatst De Telder de roeping van Abraham in de periode van de Eerste Dynastie van Babylon en de migraties van de Amorieten. Hij ziet Abraham als een historische figuur die door een politiek onrustig Mesopotamië trok, wat volgens hem perfect aansluit bij de archeologische vondsten uit die specifieke eeuw (20e eeuw v.Chr.).
Samenvatting in de tijdlijn van De Telder:
1988 v.Chr.: Geboorte van Abraham (1913 + 75 jaar). (T&T RdT pag 53)
1913 v.Chr.: Roeping van Abraham (Abraham is 75 jaar).
1888 v.Chr.: Geboorte van Isaak (1913 - 25 jaar).
1699 v.Chr. Jacob/Israël naar Egypte
Ge 46:26-27 Alle personen die met Jakob naar Egypte kwamen, zijn afstammelingen, behalve de vrouwen der zonen van Jakob, het gehele zielental was zesenzestig. En de zonen van Jozef, die hem in Egypte geboren waren, waren twee in getal. Het gehele getal der zielen van het huis van Jakob, die naar Egypte kwamen was zeventig.
Ex 1:5 De afstammelingen van Jakob waren zeventig zielen in het geheel. Jozef echter was reeds in Egypte.
De discrepantie met Handelingen: In het Nieuwe Testament (Handelingen 7:14) spreekt Stefanus over vijfenzeventig personen. Dit komt doordat Stefanus citeert uit de Septuaginta (de Griekse vertaling), die ook vijf kleinzonen van Jozef meetelt. De NBG volgt in Genesis echter de Hebreeuwse Masoretische tekst.
Vergelijking met Abraham
In Genesis 14:14 staat dat Abraham een reddingsactie ondernam voor Lot. Er staat dat hij uitrukte met 318 getrainde mannen die in zijn eigen huis waren geboren.
Uit dat aantal kunnen we opmaken dat Abraham waarschijnlijk met 1.000 tot 2.000 mensen (inclusief personeel) wegtrok en focust de tekst bij Jakob puur op de biologische afstammelingen (de "zielen uit zijn lendenen"). Het is echter zeer waarschijnlijk dat ook Jakob een grote groep personeel en herders bij zich had.
Vervolmaking van het boek Genesis
Bij de hereniging van de familie, is het bijna vanzelfsprekend dat de verhalen van de verschillende personen verteld worden waardoor de basis gelegd werd voor het laatste deel van het boek Genesis: Gen 37:2b tot het einde: De geschiedenis van Jozef. Ook vanzelfsprekend is dat dit onder de redactie van (grootvizier) Jozef gebeurt door een schrijver van het hof.
1483 v.Chr. Uittocht uit Egypte (Exodus)
Ex 12:37-38 Daarna trokken de Israëlieten op van Raamses naar Sukkot, ongeveer zeshonderdduizend man te voet, ongerekend de kinderen. Ook trok een menigte van allerlei slag met hen mee; en kleinvee en runderen een zeer talrijke veestapel.
Met de uittocht beland het volk Israel in de woestijn, alwaar God aan mMozes de openbaring geeft om de overige 4 boeken van de Pentateuch te schrijven door directe openbaring.
1003 v.Chr. Inhuldiging Tempel van Salomo
Robert de Telder komt tot het jaar 1003 v.Chr. voor de inwijding van de tempel door een methode van terugrekenen vanuit een vast historisch punt, gecombineerd met de jubeljaarcycli.
Zijn bewijsvoering rust op de volgende drie pijlers:
1. Het ankerpunt: De verwoesting van de tempel (586 v.Chr.)
De Telder begint bij het algemeen aanvaarde jaartal voor de verwoesting van de Eerste Tempel door de Babyloniërs in 586 v.Chr. (hoewel sommige chronologen 587 v.Chr. aanhouden). Vanuit dit punt rekent hij terug aan de hand van de regeringsjaren van de koningen van Juda, zoals die in de boeken Koningen en Kronieken staan.
2. De 430 jaar van Ezechiël
Een cruciale sleutel in de berekening van De Telder is de profetie uit Ezechiël 4:1-6.
Ezechiël moet 390 dagen op zijn linkerzijde liggen voor de ongerechtigheid van Israël en 40 dagen op zijn rechterzijde voor Juda.
De Telder interpreteert deze in totaal 430 jaar als de exacte periode dat de Tempel van Salomo heeft gefunctioneerd (de periode van de "ongerechtigheid" die leidde tot de verwoesting).
De som: 586 v.Chr. + 430 jaar = 1016 v.Chr. (dit is volgens hem het jaar dat Salomo met de bouw begon).
3. De bouwduur en de Jubeljaren
Volgens 1 Koningen 6 begon Salomo met de bouw in zijn 4e regeringsjaar en duurde de bouw 7 jaar. De inwijding vond echter plaats na voltooiing van het hele paleiscomplex, wat de totale tijd op 20 jaar brengt voor de bouw van beide huizen.
De Telder stelt echter vast dat de feitelijke inwijding van de Tempel zelf plaatsvond in een Jubeljaar.
In zijn chronologie valt het jaar 1003 v.Chr. exact samen met een Jubeljaar-punt in de cyclus die hij terugrekent vanaf de schepping.
4. De 480 jaar uit 1 Koningen 6:1
De Telder gebruikt ook de bekende tekst uit 1 Koningen 6:1, waarin staat dat Salomo in zijn 4e regeringsjaar begon met de bouw, precies 480 jaar na de uittocht uit Egypte.
Als de bouw begon in 1016 v.Chr. (volgens zijn berekening), dan plaatst dit de Exodus in 1496 v.Chr.
Door de regeringsjaren van Salomo nauwkeurig te plotten, komt hij voor de voltooiing en feestelijke inhuldiging uit op 1003 v.Chr.
Samenvattend: Voor Robert de Telder is 1003 v.Chr. geen willekeurig getal, maar het resultaat van een wiskundige legpuzzel waarbij de regeringsjaren van de koningen, de 430 jaar van Ezechiël en de cycli van de Jubeljaren (die hij als de "hartslag" van de Bijbelse tijd ziet) precies in elkaar grijpen.
Met de plaatsing van de tempel op de tijdslijn, kan in feite de hele geschiedenis van Israël nauwkeurig neergezet worden.
Archeologische vondsten van voor 2200 v. Chr. zijn eigenlijk niet te verantwoorden, tenzij ze van voor de zondvloed zouden zijn.
Babylonische ballingschap van 605 v. Chr. tot 535 v. Chr.
Volgens de chronologie van Robert de Telder begon de ballingschap in het jaar 605 v. Chr., het jaar waarin koning Nebukadnezar voor het eerst Jeruzalem aanviel en de eerste groep ballingen (waaronder Daniël) wegvoerde. De periode eindigde 70 jaar later, rond 535 v. Chr., wanneer de Joden onder het decreet van Kores (Cyrus de Grote) mochten terugkeren om de tempel te herbouwen.
De belangrijkste kenmerken van zijn visie op deze periode zijn:
- Exacte tijdsduur: Hij stelt dat de ballingschap exact zeventig jaar duurde als een directe "vergoeding" voor de zeventig sabbatjaren die de Israëlieten in de voorgaande eeuwen niet hadden gehouden.
- Sabbatrust voor het land: De ballingschap diende volgens hem om het land de rust te geven die het volgens de wet van Mozes had moeten krijgen.
- Bijbelse verankering: Als historisch revisionist baseert hij zijn jaartallen strikt op een doorlopende Bijbelse tijdlijn, waarbij hij vaak afwijkt van de gangbare seculiere jaartellingen (zoals 586 v. Chr. voor de verwoesting van de tempel) om de chronologie kloppend te maken met de 70 jaar.
- Overschakeling op het vierkante Hebreeuwse geschrift. Zie: “DE Masoretische Tekst bestaat niet”
Besluit
De Bijbel, wanneer goed begrepen, geeft zelf een stabiele basis voor geschiedschrijving.
Vanaf de schepping van de mens zijn voor de geschiedschrijving alle noodzakelijke elementen aanwezig De astronomische klok loopt, een eerste versie van het schrift wordt door God gegeven, en de schrijvers schrijven hun verhaal voor hun eigen nageslacht. In die geschriften bouwt God een relatieve tijdsmeting in waardoor de moderne mens de rekening kan maken en een klaar en duidelijke tijdslijn kan neerzetten.
Op die manier maakt de Schepper van hemel en aarde de afkomst van de mens, meer dan duidelijk. In die stamboom wordt een wereldbevolking terug gebracht naar 8 personen, om de mens duidelijk te maken dat er van hemzelf ook wel iets wordt verwacht.: zonder relatie met de Schepper loopt het spoor dood!
Dat principe is op elk niveau zichtbaar. Darwin dacht met evolutie te ontkomen aan een Schepper die met de mens een plan heeft. En daarmee lopen zelfs de knapste koppen verloren. Toch blijft het verhaal van de schepping positief: er is altijd een overblijfsel dat zich wel naar God keert, ook dat zien we keer op keer terug.
De basis is echter: de Bijbel goed begrijpen… wie zoekt die vindt.
Lu 11:10
Want een ieder,
die bidt, ontvangt
en wie zoekt, vindt
en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
Zie ook: De tijd in Gods hand
