Skip to main content

De tijd in Gods hand

De Bijbel begint niet met een beschrijving van materie, maar met een beginpunt in de tijd:
“In den beginne schiep God de hemel en de aarde.”
Nog vóór er een mens bestaat, nog vóór er sprake is van geschiedenis, wordt er al gesproken in termen van tijd. Dat eerste woord — begin — suggereert dat tijd zelf geen eeuwige werkelijkheid naast God is, maar deel uitmaakt van de schepping die Hij tot stand brengt. Tijd verschijnt in de Schrift dus niet als een kosmische noodzaak, maar als een geschapen kader waarin het leven zich zal afspelen.
Opvallend is dat tijd pas enkele dagen later zichtbaar en meetbaar wordt gemaakt. In Genesis 1:14 plaatst God zon, maan en sterren “tot tekenen en tot vaste tijden, en tot dagen en jaren.” Twee dagen vóór de mens verschijnt, installeert Hij hiermee als het ware een astronomische klok. De hemellichamen worden niet alleen gegeven om licht te geven, maar om ritme te illustreren. Tijd wordt meetbaar, voorspelbaar en gedeeld. De mens zal niet in een vormloze opeenvolging van gebeurtenissen leven, maar in een geordend patroon waarin herinnering en verwachting mogelijk zijn.
Hier ligt een belangrijk principe: de mens wordt niet geschapen in chaos, maar in een reeds voorbereide tijdsstructuur. God maakt eerst de habitat en plaatst daarna de mens erin. De kalender gaat dus aan de geschiedenis vooraf.

Tijd en de kalender van God

Later in de Bijbelse geschiedenis krijgt deze kosmische tijd een meer concrete vorm. Wanneer Israël uit Egypte trekt, bepaalt God niet alleen feestdagen, maar zelfs een nieuw beginpunt van de kalender:
“Deze maand zal voor u het begin der maanden zijn.”
De tijd wordt opnieuw geordend rond een daad van verlossing van het volk dat God Zich heeft toegeëigend als voorbeeld voor de mensheid.
Vanaf dat moment wordt het jaar gevuld met opgelegde feesten op vaste tijden: Pascha, Wekenfeest, Loofhuttenfeest en andere heilige samenkomsten. Deze feesten hebben een duidelijke geestelijke betekenis — sommigen herinneren aan bevrijding, voorziening en afhankelijkheid van God, andere zien vooruit naar zaken die God nog zal doen — tegelijk hebben zij een merkbaar effect op het menselijke bestaan. Arbeid wordt onderbroken, families verzamelen zich, schulden en spanningen worden tijdelijk losgelaten en de gemeenschap wordt hersteld. Tijd fungeert zo niet alleen als herinnering, maar ook als bescherming tegen uitputting, vergetelheid en sociale verwijdering.
Het roept ook een intrigerende vraag op. De vroege Bijbelse chronologie blijkt gebaseerd te zijn op perfecte combinatie van maanden en jaren, - jaren met een 360-dagenen en 12 maandcyclussen van 30 dagen.
Daar vele oude culturen oorspronkelijk een 360 dagen kalender gebruikten en dat Israel bij de exodus van Godswege een nieuw kalender krijgt toebedeeld, kunnen we een astronomische herschikking verwachten in de periode tussen beide gebeurtenissen. Het boek Genesis beschrijft immers het ontstaan en wegtrekken van de volkeren na de Babylonische spraakverwarring. 
In dit werk postuleren we deze herschikking ten tijde van de 7 magere jaren. Een kosmische herschikking zal zeker en vast zware tijden (met hongersnood) op aarde hebben veroorzaakt. 

Tijd als begrensd kader

Wanneer we tenslotte het laatste Bijbelboek lezen, verandert het perspectief opnieuw. In Openbaring worden kosmische tekenen beschreven: zon en maan die verduisterd worden, sterren die vallen, dag en nacht die hun regelmaat verliezen. Het zijn beelden die precies datgene aantasten wat in Genesis 1:14 werd ingesteld — de hemellichamen die tijd markeren.
Daarmee ontstaat een opvallende gedachte: als de “klok” ontregeld of zelfs verwijderd wordt, nadert het einde van het tijdperk waarvoor zij bedoeld was. Openbaring spreekt zelfs over een moment waarop er geen tijd meer zal zijn of waarin zij haar huidige betekenis verliest. Tijd blijkt dus geen eindeloze dimensie, maar een fase in Gods plan met de mens.

Een kader voor de mens

Van het eerste “begin” tot de ontregeling van de hemellichamen loopt één lijn door de Schrift: tijd is gegeven, gestructureerd en uiteindelijk ook begrensd. Tijd maakt geschiedenis mogelijk, beschermt het leven door ritme en herinnering.
Wat daarna komt, wordt slechts in beelden aangeduid. Als tijd werkelijk ophoudt of fundamenteel verandert, zal ook onze ervaring van bestaan veranderen. De Bijbel geeft geen technische uitleg, maar wijst erop dat de huidige vorm van tijd verbonden is met een wereld die binnenkort beloofd vernieuwd te worden,.
Deze overdenkingen willen daarom niet alleen de kalender of de chronologie onderzoeken, maar vooral de bedoeling erachter:

  • tijd als scheppingsgave,
  • tijd als pedagogisch middel,
  • tijd als bescherming,
  • en tijd als tijdelijk kader.

Vanuit dat perspectief kunnen de verschillende aspecten van Bijbelse tijd — schepping, feesten, rust, profetie en voleinding — stap voor stap worden bekeken.