
De voltooiing van de tijd
Slotbeschouwing
Aan het begin van de Schrift, nog voor de schepping van de mens, wordt de hemel gepresenteerd als een ordelijk systeem van lichten, ingesteld “tot tekenen en tot vaste tijden, en tot dagen en jaren” (Gen. 1:14). Met deze woorden wordt tijd niet als een abstract begrip geïntroduceerd, maar als een leesbare werkelijkheid, ingebed in de schepping zelf. De zon, maan en sterren vormen samen een astronomische klok die de mens in staat stelt zijn bestaan te situeren binnen Gods orde. Tijd is daarmee geen toeval of menselijke constructie, maar een door God geschapen dimensie met een doel.
Doorheen deze serie artikelen is duidelijk geworden dat deze oorspronkelijke astronomische orde uitzonderlijk coherent was. De oudste waarnemingen en kalenders wijzen op een systeem waarin dag, maand en jaar in perfecte harmonie functioneerden. De mens kon de hemel lezen zonder correcties of kalibraties, het systeem was bedoeld om begrepen te worden. De astronomische klok fungeerde niet alleen als meetinstrument, maar als drager van orde, ritme en betrouwbaarheid in het menselijk leven.
Tegelijk toont de geschiedenis dat deze orde niet onveranderd is gebleven. Op een bepaald moment begon de kalender af te wijken van de verwachting- de astronomische orde was verstoord. Culturen wereldwijd zagen zich genoodzaakt aanpassingen te maken, extra dagen toe te voegen en complexe correctiemechanismen in te voeren. Dit wijst niet op vooruitgang van technologische mogelijkheden, maar op verlies: de astronomische perfectie was verstoord. De Bijbel zelf biedt aanknopingspunten om deze breuk te situeren na de vorming van de volkeren en vóór de bloei van de grote beschavingen.
Toch blijft de astronomische klok functioneren, zij het in een gedegradeerde vorm. De zon bepaalt nog steeds de dag, de maan de maand, en de seizoenen keren terug. Maar de oorspronkelijke eenvoud is verdwenen. Tijd is niet langer vanzelfsprekend leesbaar; zij moet berekend, gecorrigeerd en beheerst worden. Daarmee weerspiegelt de kosmische orde de menselijke conditie zelf: geschapen in volheid, maar leven in een gebroken werkelijkheid.
Het Nieuwe Testament voegt aan dit geheel een beslissend perspectief toe. Wanneer Paulus spreekt over “de volheid van de tijd” (Gal. 4:4), duidt hij daarmee niet het einde van de kosmos aan, maar het moment waarop Gods heilsplan zijn centrale wending bereikt in de komst van Christus. Tijd blijkt niet oneindig open, maar doelgericht. Zij beweegt zich ergens naartoe. De astronomische klok loopt niet zomaar door; zij tikt in de richting van vervulling.
De laatste hoofdstukken van de Bijbel maken duidelijk dat deze vervulling ook het einde van de tijd zelf inhoudt. In Openbaring wordt beschreven hoe de hemel wordt “opgerold als een boekrol” en hoe er “geen nacht meer zal zijn”. Zon en maan verliezen hun functie, niet omdat zij falen, maar omdat zij niet langer nodig zijn. Waar geen nacht meer is, is ook geen cyclus meer. Waar geen cyclus is, verdwijnt de maat van tijd. Daarmee wordt de astronomische klok definitief opgeheven.
Dit betekent niet het einde van het leven, maar het einde van het leven binnen tijd. Eeuwig leven is geen oneindige voortzetting van dagen en jaren, maar een bestaan in de directe tegenwoordigheid van God, los van opeenvolging, verval en oorzaak-gevolg. Groei door gebrek maakt plaats voor voltooiing; verwachting voor vervulling. De mens blijft wie hij is, maar dan zonder breuk, zonder verlies, zonder tijdsdruk.
Zo blijkt tijd zelf een tijdelijk instrument te zijn. Geschapen om orde te geven, geschiedenis mogelijk te maken, daaruit te leren door ervaring om zo de mens te leiden naar een bepaald doel. De astronomische klok, die bij de schepping werd ingesteld, begeleidt de mensheid door haar geschiedenis heen, maar wordt aan het einde overbodig. Wat overblijft is niet leegte, maar volheid: een werkelijkheid waarin God alles in allen is.
Van Genesis tot Openbaring vertelt de Schrift daarmee één samenhangend verhaal: de schepping van tijd, het gebruik van tijd, een breuk in de tijd en uiteindelijk de voltooiing van tijd. De astronomische klok blijkt geen randverschijnsel, maar een stille getuige van Gods orde, trouw en plan. Wanneer de tijd tot stilstand komt, is het doel bereikt.
Een doel?
De Bijbel maakt inderdaad duidelijk dat deze schepping met een bepaald doel gemaakt is en dat daarvoor een bepaalde tijd werd voorzien.
Aangezien de mens zonder twijfel de belangrijkste plaats in de schepping inneemt, heeft dat doel met hem te maken. Het doel van de schepping wordt beschreven in het eerste hoofdstuk van de brief die Pauls richtten aan de kerk te Efeze.
Paulus beschrijft hier het quasi-onmogelijke doel, namelijk dat de mens wordt als God; hij noemt deze mensen “zonen Gods”. Dat wil zeggen dat mensen de kans hebben om tijdens hun leven hun karakter om te vormen naar het karakter van God, om zo in deze wereld Gods werkelijke karakter aan de rest van de mensheid kenbaar te maken.
Dat heeft natuurlijk enige implicaties…
- Wie wil worden als God, moet God eerst leren kennen.
- Het proces van het worden als God impliceert dat we fouten kunnen maken; dat noemt de Bijbel zonde. Een zondig mens kan God niet naderen vanwege zijn zonde, dus er moest een oplossing bedacht worden om dit probleem te verhelpen.
- Als je wilt worden zoals God, moet je denken zoals God. Dat impliceert dat er een speciale communicatie moet zijn.
- Als God zijn is niet wat veel mensen denken: de baas zijn over alles en je zin doen. Het is onder andere volkomen rechtvaardig zijn.
- En dit alles moet de mens binnen het afgebakende tijdskader kunnen bewerken.
Het afgebakende tijdkader
Binnen het bestek van dit artikel is dit tijdskader het enige dat werkelijk onder onze bevoegdheid valt. En zelfs dat kunnen we enkel summier beschrijven omdat het einde onverwacht zal zijn. We zien wel steeds meer tekenen dat het einde niet ver af meer is. Het mogelijke verloop van het einde dwingt ons als het ware om een woordje uitleg te geven. Er zijn namelijk enkele belangrijke fases en daarin wordt van de mens verwacht dat hij over bepaalde zaken heeft nagedacht en een beslissing heeft genomen. Jezelf niet goed voorbereiden resulteert erin dat je in de minst opportune situatie verzeild raakt.
Algemeen wordt aangenomen dat de mensheid een periode van grote verdrukking tegemoet gaat. Deze zal zeven jaar duren. De Bijbel beschrijft ook een opname, dat is het op de wolken wegvoeren van een deel van de gelovigen. We beroepen ons dan op deze uitspraak van Jezus:
Mt 24:38-42 "Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Dan zullen er twee in het veld zijn, een zal aangenomen worden en een achtergelaten worden; twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, een zal aangenomen worden en een achtergelaten worden. Waakt dan, want gij weet niet op welke dag uw Here komt."
Deze tekst over de opname komt vlak voor de verhalen die vier soorten oordelen beschrijven. Je kunt de opname ook zien als een oordeel, omdat het eigenlijk een goedkeuring is. De engelen nemen bepaalde mensen mee omdat ze zichzelf hebben klaargemaakt. Ze zijn waardig geacht.
Opb 19:7-8 "Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen."
Je kunt dus vermoeden dat de opname gaat over de bruid van Jezus.
Maar er zijn ook mensen die genodigd zijn op het bruiloftsfeest: in Mattheüs 22:1-14 worden de genodigden voorzien van een bruiloftskleed. Het gaat dan om genodigden van een bruiloftsmaal. In Mattheüs 25 zijn er nog de vijf wijze maagden die op het bruiloftsfeest binnenraken, en de slaven die goed met hun talenten zijn omgegaan mogen ook ingaan tot het feest (Mt 25:21 & 26).
Hiermee is het tijdskader beschreven: het einde kondigt zich aan door de opname van hen die zich daarvoor klaargemaakt hebben. "Even" later zullen er nog genodigden voor het huwelijk van het Lam op het feest aankomen :
Opb. 19:9 "En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. En hij zeide tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God."
Maar de overigen wacht een zeer turbulente tijd, waarin nog steeds ruimte is om zich te onderwerpen aan hun Maker. Opb 9:20-21, 16:9 en 16:11
Besluit
Volgens de Bijbel is de mens geschapen door God, binnen een specifiek tijdkader en met een bepaald doel. Het is dan ook logisch dat we ons als mens naar dat doel uitstrekken. Wie zich echter niet inzet om dat doel te bereiken, zal God als een tegenstander gaan ervaren. Op het moment dat we dit schrijven, brengt God allerlei obstakels op onze weg om ons te leiden naar het doel dat Hij met ons heeft. Maar als we dit willens en wetens negeren, mogen we verwachten dat de tegenstand alleen maar zal toenemen…
Denk maar aan wanneer je zelf iets maakt: als het niet werkt, probeer je het nog te repareren, lukt dat niet, dan gaat het de vuilnisbak in.
