Bestaat God?
Het bestaan van God is niet iets dat je kunt bewijzen zoals een wiskundige stelling of een chemische formule. Door de eeuwen heen hebben filosofen, theologen en wetenschappers echter argumenten ontwikkeld die wijzen in de richting van Gods bestaan. Meestal spreken we niet van harde bewijzen, om de eenvoudige reden dat God met ieder van ons een persoonlijke relatie wil en Zich daarom liever persoonlijk bekendmaakt aan ieder mens afzonderlijk. Het gevolg is dat je geen formeel wetenschappelijk bewijs krijgt, maar een persoonlijk en individueel antwoord op eerlijke vragen. Persoonlijke ervaring is echter subjectief en daardoor geen universeel bewijs.
Er bestaat dan ook een lange traditie in de filosofie en theologie. Denk bijvoorbeeld aan:
- Thomas van Aquino – ontwikkelde de beroemde “vijf wegen” om het bestaan van God te beargumenteren (bijvoorbeeld vanuit oorzaak en gevolg).
- Anselmus van Canterbury – bekend van het ontologisch godsargument.
- William Paley – formuleerde het teleologisch argument (het “horloge-argument”).
- Alvin Plantinga – verdedigt in de moderne tijd dat geloof in God rationeel kan zijn zonder wetenschappelijk bewijs.
Ondanks dit alles zijn er in de loop der tijden toch relatief sterke aanwijzingen opgedoken.
Aanwijzingen voor het bestaan van een geestelijke wereld en van God
- De lijkwade van Turijn - bewijs voor het bestaan van Jezus.
- De Hogere Macht van AA - de kern van de ontwenningskuur van AA is dat men een beroep doet op een hogere macht om een verslaving, die je als mens niet kunt overwinnen, toch de baas te kunnen. Miljoenen alcoholisten werden op die manier van de dood gered.
- De wet van de sterkste - ondanks al het onrecht in deze wereld kan het onrecht toch niet de overhand krijgen. Is “de wet van de sterkste” dan geen natuurwet?
- De biologie van seks: Meer dan liefde en genot - het is merkwaardig dat de biologische structuur en werking de normen van de Bijbel volgen … en dat is niet evident.
Veel biologen hebben de afgelopen decennia grondig onderzoek gedaan naar de chemische mechanismen van biologische functies. Wat daaruit telkens naar voren komt, is dat die mechanismen informatie volgen waarvan de bron niet in de scheikunde zelf is aan te wijzen. Wij lezen dat als een aanwijzing dat er van buiten de stof gestuurd wordt — een gevolgtrekking, en uitdrukkelijk geen meting. We moeten enkel de feiten op een rijtje zetten en de juiste conclusie trekken. Dit betekent dat in de komende tijd de bovenstaande lijst flink zal worden uitgebreid met bewijzen die vooral de onwaarschijnlijkheid van een toevallig ontstaan aantonen, of van de enorme hoeveelheden informatie die nodig zijn (zie: Het epigenetisch info-bron-probleem V 2), maar waarvoor geen plaats kan worden gevonden in de cel waar ze nodig is, of van het ontbreken van een bron van informatie — tenzij de processen worden gestuurd vanuit de geestelijke wereld.
De omschakeling van de evolutietheorie naar de scheppingstheorie zou wel eens een zeer vruchtbare omwenteling kunnen zijn voor de biologie als wetenschap. Momenteel flirt de biologie wel met de wetenschap, maar vanwege het negeren van het bestaan van een geestelijke wereld (zie: De evolutie van het filosofische wereldbeeld) is een huwelijk momenteel uitgesloten: zie Intelligent design.
