
Een bovennatuurlijk fenomeen
In de loop van de geschiedenis heeft de mens meermaals gezocht naar het eeuwige leven. Tot nu toe is het niet gevonden. Met de huidige vooruitgang van de technologie, beweert men wel nieuw leven te kunnen maken. We kunnen al weefsel van dieren en mensen kweken in een soort aquariums, maar de projecten die werkelijk een nieuwe levensvorm willen creëren, zijn tot nu toe vast gelopen.
Wat is leven?
Laten we proberen het te definiëren,; we doen dat met de wetten waarmee ingenieurs elke dag rekenen.
Wetenschappers hebben eeuwenlang onze leefwereld bestudeerd en daarbij een aantal natuurwetten vastgelegd. Met die wetten kunnen we rekenen, situaties voorspellen en machines en constructies berekenen en bouwen. De stoommachine is er het klassieke voorbeeld van: met de wetten van de thermodynamica bereken je hoeveel vermogen zij kan leveren. Sinds hun formulering zijn die wetten miljarden keren in de praktijk gebracht, en zij beheersen vandaag de ganse energievoorziening van de mens.
De tweede hoofdwet van de thermodynamica staat bekend als de wet van de toename van entropie. Zij zegt dit: in een volledig geïsoleerd systeem, dus zonder uitwisseling van energie, materie of arbeid met de omgeving, kan de entropie alleen toenemen tot er evenwicht bereikt is. Uw tas warme thee verwarmt de kamer een beetje en koelt zelf af tot kamertemperatuur.
Let op de voorwaarde in die zin: geïsoleerd. Een levend wezen is dat niet, en de aarde evenmin. Aan de bovenkant van onze dampkring komt ongeveer 1,36 kilowatt zonlicht per vierkante meter binnen. Dat er plaatselijk orde ontstaat terwijl de entropie in het geheel toeneemt, is geen schending van de tweede hoofdwet. Wij willen niemand misleiden.
Toch blijft de vraag staan. Energie alleen ordent immers niets.
Zet een plank in de zon en u krijgt geen stoel: het hout verweert. Om van energie ordening te maken heb je twee dingen nodig die er niet vanzelf zijn. Ten eerste een mechanisme dat de energie opvangt en omzet, en ten tweede informatie die zegt wát er gebouwd moet worden. In een fabriek zijn dat de machines en de tekeningen. In een levende cel zijn het het fotosyntheseapparaat, de ribosomen en de motoreiwitten, aangestuurd door de code in het DNA.
Merkwaardig is dat de cel die twee zelf al bezit. Zij vangt energie op met machines die zij volgens haar eigen handleiding bouwt, en die handleiding wordt gekopieerd, nagekeken en hersteld. Wie een eerste cel wil laten ontstaan, moet dus tegelijk de machine, de tekening en de fabriek verklaren, en elk van die drie veronderstelt de twee andere.
Daarmee komen we tot onze omschrijving. Een object mag levend heten wanneer het uit aangevoerde energie bruikbare energie maakt, zichzelf op functioneel nuttige wijze ordent en onderhoudt, en zichzelf kan voortplanten.
En hier staat wél een wet zonder bekende uitzondering. Francesco Redi liet in 1668 met afgedekte vleespotten zien dat de maden uit vliegeneieren komen en niet uit het vlees. Louis Pasteur maakte het rond 1861 met zijn zwanenhalskolven definitief. Sindsdien geldt: omne vivum ex vivo, alle leven komt uit leven. In ruim anderhalve eeuw laboratoriumwerk is er geen enkele uitzondering op gevonden. In de afgelopen decennia zijn tal van onderzoeksteams aan het probleem van de eerste cel begonnen, en zij zijn allemaal vastgelopen.
Wij zijn dan ook van mening dat het leven niet uit zichzelf begonnen is. Niet omdat er ergens een natuurwet overtreden wordt, maar omdat er een mechanisme draait, en zulke mechanismen komen niet uit het niets. Wie de motorkap opent en een motor aantreft, besluit niet dat de natuurkunde geschonden is. Hij besluit dat er een constructeur geweest is.
Toch bestaat het leven. Er is dus Iemand geweest die deze wetten bedacht heeft en ze gebruikt heeft om leven te maken. Het blijft gelijk hoe je die Macht benoemt: is het "het licht" uit het boeddhisme, "moeder natuur", of gewoon God zoals de Schepper zich bekendmaakt in het kleitablet van God. Je mag beseffen dat er een Hoger Wezen is dat deze wereld en het leven daarop gemaakt heeft, en dat je je leven aan Hem te danken hebt.
Bronnen:
Francesco Redi, Esperienze intorno alla generazione degl'insetti, Firenze 1668.
Louis Pasteur, Mémoire sur les corpuscules organisés qui existent dans l'atmosphère, Annales des sciences naturelles, Parijs 1861.
Zonneconstante aan de bovenkant van de dampkring: ongeveer 1.361 W/m².
Het blijft gelijk hoe je die macht benoemd: is het “het licht “ uit het boeddhisme, “moeder natuur”, of gewoon God zoals de Schepper zich bekendmaakt in het kleitablet van God. Je mag beseffen dat er een Hoger Wezen is dat deze wereld en het leven daarop gemaakt heeft. En dat je je leven aan Hem te danken hebt!
Als je dan ook nog beseft dat niets van wat je doet of laat voor Hem verborgen is, is het nu de moment om Hem om een persoonlijk teken van Zijn bestaan te vragen. Je kan gewoon eerlijk tot Hem spreken , Hij hoort je!
