De mythe van het toeval
Ben jij een Ongelukje of een Ontwerp?
Iemand stelde onlangs aan een chatbot een vraag die als een grap begon: is AI door de mens gemaakt, of stamt zij ook van de apen af? De chatbot antwoordde netjes dat zij door intelligente mensen, met kennis van zaken, geschreven is. Van een computerprogramma weet iedereen dat er een bekwame maker achter zit. Maar bij een cel, die miljarden keren ingewikkelder is dan dat programma, geldt datzelfde antwoord plots als onwetenschappelijk.
Dat leidt tot twee vragen. Hoe kan dat? En is dat wel logisch?
Hoe kan dat? De wetenschap werkt met een spelregel: alleen natuurlijke oorzaken tellen mee. Een Maker is per definitie geen natuurlijke oorzaak, en dus valt Hij buiten het antwoord, ook wanneer Hij het juiste antwoord is. Wie zich aan die regel houdt, doet gewoon zijn vak, en meestal doet hij dat eerlijk.
Is dat logisch? Dat hangt af van wat men in de plaats van de Maker aanbiedt. Meestal is dat een soort gefilterd toeval. Maar is zulk een voorstel in overeenstemming met de realiteit?

Willekeur in een harnas
Om te beginnen: de gewone weg naar een goed product liep tot nu toe over een ontwerp, een prototype en een test. Door varianten te maken en die opnieuw te testen, verbetert men het product stap voor stap. Voor een missie in 2006 liet NASA op die manier een antenne ontwikkelen, alleen werden de prototypes nu digitaal getest: tweehonderd varianten per ronde, elk doorgerekend, de beste door naar de volgende ronde. Wat eruit kwam ziet eruit als een verbogen paperclip, vloog mee de ruimte in en haalde 93 procent rendement tegen 38 procent voor het getekende ontwerp. Wij mogen de ingenieurs van NASA daar dankbaar voor zijn. Alleen gaven zij hun werkwijze de naam Automated Antenna Design with Evolutionary Algorithms, en daarmee gaven zij het idee van evolutie een cadeau. Was dat cadeau wel verdiend?
Het programma mocht alleen aan knoppen draaien: de lengte, de hoek en de plaats van elk draadstuk. Elke stand van die knoppen was nog een antenne. In zijn eigen code mocht het niet schrijven, want na één willekeurige wijziging dáár was het gecrasht. Volgens de kansrekening liggen die twee verder uit elkaar dan het oosten en het westen.
Dat leidt tot de vraag: bewijst de antenne dan dat willekeur ontwerpt? Laten we eerlijk zijn en kijken wat er vooraf klaarlag.
De vier dingen vooraf
Voordat de eerste ronde begon, lagen er vier dingen klaar, en alle vier kwamen zij van de ontwerper.
- Een doel, uitgeschreven als meetbare eisen
- Een rekenmodel dat elke poging een cijfer geeft
- Een taal waarin een antenne uitgedrukt kan worden, zo gebouwd dat elke wijziging nog een bouwbare antenne opleverde
- Een mechanisme dat de goede pogingen doorgeeft naar de volgende ronde
De willekeur leverde de variatie, binnen een speelruimte die vooraf was afgebakend. Meer was het niet. Het is precies zoals bij een motor onder de motorkap: de fabrikant laat de eigenaar aan de afstelling komen, maar het blok zelf heeft hij vooraf getekend. Wat dit voorbeeld verder leert, staat uitgewerkt in Willekeur als gereedschap.
En vóór de eerste cel?
Een filter veronderstelt voortplanting. Er moet immers iets zijn dat kopieën van zichzelf maakt, waarvan sommige het beter doen dan andere. Vóór de eerste levende cel is er echter niets dat zich voortplant. Dus is er geen kopieerapparaat, dus geen filter, dus geen richting. Wat overblijft is scheikunde in water. Die loopt beide kanten op: wat vandaag wordt aaneengekoppeld, valt morgen weer uiteen. Een cel die zich deelt heeft bovendien een samenstel van twaalf dingen tegelijk nodig.
- DNA, de drager van de informatie
- De genetische code, de toewijzing van elk drietal letters aan zijn aminozuur
- Regeling in de tijd, want de genen moeten aan en uit in de juiste volgorde
- Eiwitten en enzymen, de machines die lezen, kopiëren en herstellen
- Het ribosoom, dat de code in eiwit vertaalt
- Foutherstel bij het kopiëren, anders zakt de informatie sneller weg dan zij doorgegeven wordt
- Een deelmechanisme, dat de inhoud zuiver over twee cellen verdeelt
- Geactiveerde bouwstenen, want aminozuren koppelen niet vanzelf
- Eenhandigheid, alle aminozuren links en alle suikers rechts
- Een waterig, gebufferd milieu, met de juiste zuurgraad en temperatuur
- Getemde energie, want ruwe energie breekt evenveel af als zij opbouwt
- Een selectief membraan, dat de inhoud bijeenhoudt en doorlaat wat binnen moet
Verscheidene daarvan slopen elkaar. Water is nodig voor elk eiwit maar breekt de ketens weer af; zuurstof is nodig voor de energie maar breekt het DNA af. Daar wringt het schoentje.
De onbekende noemer
Je leest het dikwijls: de kans dat dit vanzelf ontstond is wiskundig nul. Bij Creabel gaan wij daar voorzichtiger mee om, en wel om drie redenen. Een kleine kans is nog altijd een kans. Hoeveel van alle mogelijke eiwitvolgordes werken, heeft bovendien niemand geteld; de twee getallen die er zijn, een meting en een schatting, geven twee antwoorden op twee verschillende vragen. En een kans zegt pas iets naast het aantal pogingen, hun tempo en hun onafhankelijkheid, terwijl een oceaan aan geen van die drie voldoet. Wie de getallen naast elkaar wil zien, vindt ze op Wanneer wordt toeval onmogelijk?
De geheime code van het DNA
Merkwaardig is dat het sterkste argument helemaal geen kansrekening vraagt.
Even voor wie niet weet hoe dat werkt. Het DNA is een lange tekst in een alfabet van vier letters: A, C, G en T. Die letters worden per drie gelezen. Elk drietal, een codon, staat voor één aminozuur, de bouwsteen van een eiwit. Er zijn vierenzestig mogelijke drietallen en twintig aminozuren die de cel in haar eiwitten gebruikt; enkele drietallen betekenen 'stop'. Een eiwit is een keten van honderden zulke aminozuren in de juiste volgorde. Het ribosoom rijgt die keten aaneen, drietal na drietal. Zo wordt uit een tekst een eiwit samengesteld, dat vervolgens als een machine of een soort handgereedschap wordt ingezet in de cel.
Nu komt het: de lettercombinatie GGC bijvoorbeeld wordt omgezet in glycine. Maar er is niets in de scheikunde van GGC dat naar glycine wijst. Die drie letters lijken niet op glycine, zij trekken het niet aan en zij reageren er niet mee. De koppeling wordt gelegd door twintig afzonderlijke enzymen, één voor elk aminozuur. En die twintig staan zelf in die code geschreven en worden door het ribosoom volgens diezelfde code gemaakt. Het is als de codetabel van een geheim wachtwoord, die zelf in dat wachtwoord staat!
Francis Crick, de man van de dubbele helix, noemde die toewijzing in 1968 een frozen accident, juist omdat zij scheikundig niet af te leiden valt. Met andere woorden: het is een afspraak. En een afspraak veronderstelt iemand die haar maakt. Dat laatste is onze gevolgtrekking; de twintig enzymen zijn de waarneming.
Is het dan logisch?
Nu kunnen wij de tweede vraag beantwoorden. De filter werkt, dat hebben wij gezien, maar hij heeft drie dingen nodig om te werken: iets dat kopieert, een maatstaf die kiest, en een afgebakende speelruimte. En het kleinste ding dat kan kopiëren, een cel, heeft daarvoor op zijn beurt die twaalf voorwaarden tegelijk nodig. Vóór de eerste cel ontbreken de drie én de twaalf. En de code waarmee elke cel werkt, is een afspraak.
Daar zit de mythe. Het toeval krijgt de eer voor wat het niet gedaan heeft. Het kan aan knoppen draaien, maar het maakt geen knoppen. Het kan kiezen tussen instellingen, maar het bouwt geen paneel. Het kan een filter voeden, maar het maakt geen filter. Alles wat het toeval nodig heeft om iets voort te brengen, lag er al vóór het aan het werk ging, bij de antenne én in de cel. De mythe is dat men dat vergeet, en dan zegt dat het toeval het gedaan heeft.
Het moge dus duidelijk zijn: de Maker blijft buiten het antwoord omdat de spelregel het eist, en om geen andere reden. Wie de filter gelooft, doet dat doorgaans omdat hij ermee is opgegroeid en haar zelden van dichtbij heeft hoeven bekijken. Een mens mag dit weten voordat hij de conclusie van een ander overneemt, want het gaat over zijn eigen leven.
Een woord over de chatbot
De vraag hierboven werd aan een computer gesteld. Een taalmodel heeft ook een filter, maar het filtert op wat dikwijls geschreven is. Wat waar is, filtert het niet. Je krijgt dus het gemiddelde van de mensheid teruggeleverd, in keurige zinnen, met een zelfverzekerde toon. Dat is nuttig om iets op te zoeken, maar het is niets waard om iets te beslissen. De waarheid is niet democratisch!
Wat denk je zelf?
Jezus stelde die vraag dikwijls. Hij vertelde iets en vroeg dan: wat dunkt u? Het antwoord liet Hij aan de hoorder. Zo willen wij hier ook eindigen. Als een mens door een Hogere Macht gemaakt is, dan is dat hoogstwaarschijnlijk met een doel. Kijk maar naar wat er in één cel is neergelegd, en bedenk dan dat je uit ongeveer zevenendertig biljoen van die cellen bestaat, die samen één mens vormen die er nooit eerder geweest is. Een maker heeft immers altijd een doel voor ogen. Wat dat doel is, hoeft niemand je op te leggen. Het is iets om zelf te zoeken en te vinden. Deze Hogere Macht noemen wij God, en koning David zag het bijna drieduizend jaar geleden al:
Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel. (Psalm 139:14, NBG1951)
Ben je werkelijk gemaakt, dan ben je ook bedoeld: "zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft" (Ef. 2:10). Vier dingen helpen bij het zoeken naar dat doel. Zij zijn eenvoudiger dan de scheikunde hierboven.
- Je hebt specificaties. Je gaven en je aard zijn je toebedeeld.
- Je kunt de Maker aanspreken. Dat heet gebed. Het gaat zonder formulier.
- De omstandigheden spreken mee. Wat je overkomt is niet altijd te verklaren, maar het is zelden zonder betekenis.
- En er is een handboek. Die eerste drie liggen in je eigen handen en je eigen denken; dit vierde komt van buiten. Wie iets gemaakt heeft, laat weten waarvoor het dient. Wij zeggen dat dit boek de Bijbel is. Voor velen is dat een omstreden boek. Dat weten wij. Vraag daarom aan de Maker zelf welke weg je moet gaan en welk boek je handleiding zal zijn. Wie dat eerlijk vraagt, krijgt antwoord; dat is een belofte van de Schrift zelf: "dan zult gij Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart" (Jer. 29:13).
Blijft de vraag waarom een mens dit zou moeten zien. De Schrift verwacht van de werken precies wat wij hierboven hebben aangevoerd:
Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. (Romeinen 1:20, NBG1951)
Wij voeren dat vers aan omdat het zegt waar wij moeten kijken: naar het werk zelf. Wie lang genoeg naar het werk kijkt, komt vanzelf bij de Maker uit…
Feit en gevolgtrekking
- Feit: de meetgegevens van de gekweekte antenne en de vier voorzieningen die vooraf klaarlagen, de twintig enzymen die de genetische code uitvoeren, en de twaalf voorwaarden voor een cel.
- Gevolgtrekking: dat dit samenstel op ontwerp wijst.
- Wat open blijft: hoe klein de kans precies is. De noemer is onbekend, en een kleine kans is nog altijd een kans.
Bronnen
- Hornby, G.S., Globus, A., Linden, D.S. en Lohn, J.D., Automated Antenna Design with Evolutionary Algorithms, AIAA Space 2006, San Jose.
- Keefe, A.D. en Szostak, J.W., Functional proteins from a random-sequence library, Nature 410 (2001), blz. 715-718. https://www.nature.com/articles/35070613
- Axe, D.D., Estimating the prevalence of protein sequences adopting functional enzyme folds, Journal of Molecular Biology 341 (2004), blz. 1295-1315. Axe is verbonden aan het Discovery Institute en zijn schatting is methodisch bestreden; wij voeren haar nooit zonder Keefe en Szostak ernaast.
- Bianconi, E. e.a., An estimation of the number of cells in the human body, Annals of Human Biology 40 (2013), blz. 463-471. Ongeveer 3,7 × 10¹³ cellen.
- Crick, F.H.C., The origin of the genetic code, Journal of Molecular Biology 38 (1968), blz. 367-379. Hier staat de uitdrukking frozen accident.
- De volledige uitwerking van de antenne, de ruisbestendigheid van het DNA, de tussenvormen en de degeneratie staat in Willekeur als gereedschap.
