Skip to main content

De kwantumwereld en de geestelijke wereld

De kwantumfysica levert uitkomsten die niemand had verwacht, en dat maakt haar aantrekkelijk voor wie wil laten zien dat de werkelijkheid meer omvat dan materie. In dit artikel tasten we de grenzen af.

Wat de kwantumfysica werkelijk laat zien

Begin bij het atoom. In 1913 stelde Niels Bohr een model voor waarin een kleine, zware kern wordt omringd door elektronen op vaste banen. De verhoudingen zijn opmerkelijk: was de kern zo groot als een erwt in het midden van een voetbalveld, dan bewogen de elektronen ergens achter op de tribunes. Daartussen zit niets.
Dat model werd later vervangen door het orbitalenmodel, dat de elektronen niet meer op banen zet maar beschrijft met golffuncties. Die geven alleen nog een kans om het deeltje ergens aan te treffen.
De uitkomst blijft dezelfde: wat wij als vaste stof ervaren, is vrijwel geheel lege ruimte met velden erin. Dat is geen speculatie maar het gangbare beeld van de natuurkunde, en het is honderd jaar oud.
Het tweespletenexperiment
Schiet men elektronen door twee spleten, dan verschijnt op het scherm erachter een interferentiepatroon: het beeld dat bij golven hoort. Vuurt men ze een voor een af, zodat zij elkaar niet kunnen beïnvloeden, dan ontstaat hetzelfde patroon. Plaatst men een meetapparaat bij een van de spleten om te zien waar het deeltje doorgaat, dan verdwijnt het patroon en gedragen de elektronen zich als deeltjes.
Dat is een echt experiment met een echte uitkomst. Maar er wordt vaak een gevolgtrekking aan verbonden die er niet in zit.
De gedachte luidt: het deeltje "weet" dat het bekeken wordt, dus het bewustzijn van de waarnemer verandert de werkelijkheid. Zo staat het in talloze populaire teksten, en het is onjuist. Wat het patroon vernietigt is niet de aandacht van een mens maar de wisselwerking tussen het deeltje en het meetapparaat. Die wisselwerking heet decoherentie, en zij treedt evengoed op wanneer niemand kijkt, wanneer de opstelling in een afgesloten kamer staat, of wanneer de gegevens pas jaren later worden uitgelezen.

 

Dat onderscheid is wezenlijk. Het verschil tussen "een meting verstoort" en "een bewustzijn schept" is het verschil tussen natuurkunde en filosofie.

Verstrengeling: wat zij wel en niet toelaat

Twee deeltjes die met elkaar in wisselwerking zijn geweest, blijven samenhangen. Meet men een eigenschap van het ene, dan ligt de bijbehorende eigenschap van het andere vast, hoe ver zij ook uit elkaar zijn. Einstein noemde het spookachtig, en de metingen hebben hem ongelijk gegeven: het verschijnsel bestaat.
Hier wordt vaak de stap gezet naar telepathie of naar gebed dat over afstand werkt. Die stap is niet toegestaan, en dat is geen kwestie van voorzichtigheid maar van bewijs.
Er bestaat namelijk een stelling die precies dit uitsluit, het no-communicationtheorema. Verstrengeling draagt geen signaal en geen energie over. Wie een verstrengeld deeltje meet, ziet een willekeurige uitkomst en kan die niet sturen. Pas wanneer beide waarnemers hun uitkomsten langs gewone weg vergelijken, blijkt de samenhang. Zonder dat gewone bericht is er niets over te dragen.
Het is dus niet zo dat verstrengeling misschien telepathie verklaart en dat wij nog even moeten afwachten. Het is aangetoond dat zij dat niet kan.

Waar de werkelijke open vraag ligt

Er is wel een raadsel in de kwantumfysica dat onopgelost is, en het gaat over de tijd.
In de kwantummechanica is tijd een parameter die van buitenaf wordt opgelegd. Zij tikt door, ongeacht wat het stelsel doet. In de algemene relativiteitstheorie is tijd juist een onderdeel van het stelsel: zij rekt en krimpt met zwaartekracht en snelheid. Die twee beschrijvingen laten zich niet samenvoegen, en dat staat in de vakliteratuur bekend als het problem of time.
Dit is geen randgeval maar een van de kernproblemen van de kwantumgravitatie, en er is geen oplossing voor. Dat is het vermelden waard om een reden die met natuurkunde niets te maken heeft: de tijd is blijkbaar geen vanzelfsprekendheid. Zij is niet het decor waarin alles staat, maar zelf iets dat verklaard moet worden.
Dat sluit aan bij hoe de Schrift over de tijd spreekt. Zij begint met "in den beginne", en dat is een aanvang, ook van de tijd zelf. Wat daarbuiten ligt, valt buiten het bereik van elke natuurkundige beschrijving.

Waarom wij de bewustzijnsroute niet gaan

Er bestaat een hele stroming die uit de kwantumfysica afleidt dat ons bewustzijn de werkelijkheid vormt. Gedachten zouden een energie zijn die de wereld verandert; het hart zou een veld opwekken waarmee wij uit meerdere mogelijke werkelijkheden er een kiezen. Er worden studies bij aangehaald waarin meditatie de misdaadcijfers zou hebben doen dalen.

Er zijn drie redenen om die weg niet te gaan

De natuurkunde geeft haar niet. De experimenten waarop zij zich beroept, tonen decoherentie en verstrengeling, en die verschijnselen doen wat hierboven beschreven staat. Er is geen meting waarin een gedachte een uitkomst verschoof.
De onderbouwing komt niet uit de vakliteratuur. De studies over het effect van meditatie op misdaadcijfers zijn afkomstig van de beweging die de meditatie zelf aanbiedt. Dat is geen onafhankelijke toetsing, en bij een tegenstander zou het evenmin aanvaard worden.
En zij zegt iets anders dan het scheppingsgeloof. Dit is de eigenlijke reden. Wanneer het bewustzijn van de mens de werkelijkheid vormt, dan doet de Schepper dat niet. Dan is de mens medeschepper, en dat is precies de belofte die in de hof van Eden werd gedaan. Wie langs deze weg een geestelijke wereld wil aantonen, komt uit bij een wereld waarin de mens aan de knoppen zit.
Hetzelfde geldt voor het gebed. Wordt er een mechanisme voor gezocht dat aan geen enkele godsdienst gebonden is, dan verandert gebed van aanspreken in bedienen. Het wordt een techniek die werkt omdat de natuur zo in elkaar zit, en niet omdat Iemand luistert. Dat is een verlies dat geen enkel natuurkundig argument goedmaakt.

Wat er dan overblijft

De kwantumfysica laat zien dat de vaste stof niet vast is, dat de werkelijkheid op het kleinste niveau anders werkt dan onze zintuigen aangeven, en dat de tijd zelf een open vraag is. Dat alles ondergraaft het beeld van een wereld die uit niets dan botsende balletjes bestaat.
Wat zij niet doet, is een geestelijke wereld aantonen. Daarvoor is zij het verkeerde instrument, en wij zijn van mening dat men haar er ook geen dienst mee bewijst. Een argument dat op een misverstand rust, valt om zodra iemand het natrekt, en dan valt de rest van het betoog mee om.
Max Planck, die de kwantumtheorie op gang bracht, hield wetenschap en geloof uitdrukkelijk uit elkaar. Hij zag geen tegenspraak tussen beide, maar hij liet de ene de andere ook niet bewijzen. Wij denken dat hij daar gelijk in had.

Bronnen

  • Het no-communicationtheorema: Ghirardi, Rimini en Weber, A general argument against superluminal transmission through the quantum mechanical measurement process, Lettere al Nuovo Cimento 27 (1980), blz. 293-298.
  • Over decoherentie: Wojciech H. Zurek, Decoherence, einselection, and the quantum origins of the classical, Reviews of Modern Physics 75 (2003), blz. 715-775.
  • Over het problem of time: Edward Anderson, The Problem of Time in Quantum Gravity, in: Vincent R. Frignanni (red.), Classical and Quantum Gravity: Theory, Analysis and Applications, Nova Science, 2012.

Deze pagina vervangt een eerdere tekst waarin de kwantumfysica wel als aanwijzing voor een geestelijke wereld werd opgevoerd. Wij hebben die herzien omdat de natuurkundige onderbouwing niet standhield.