Het schrift van de aartsvaders
Intro
In welke tekens stond het archief van Genesis? Die vraag weegt zwaarder dan zij lijkt. Een stelsel dat je op een schrijversschool moet leren, geeft een gezin niet van vader op zoon door, en zonder dat doorgeven valt de hele lezing uit elkaar.
Niet het spijkerschrift
Hier gaat het geregeld mis, ook op onze eigen oudere pagina's. Mesopotamië schreef in spijkerschrift, en wie kleitablet hoort, denkt vanzelf daaraan. Toch past dat stelsel niet bij wat hierboven staat.
⚠️ Over de drager zegt Genesis niets. Klei is de voor de hand liggende gok, want het is wat in die eeuwen in dat gebied gebruikt werd en het houdt duizenden jaren; wij houden het erop zonder het als gegeven te brengen. Waar het hieronder werkelijk om gaat, is niet het materiaal maar het tekenstelsel.
Spijkerschrift heeft honderden tekens, het is ontstaan uit de boekhouding van tempel en paleis in een stedelijke economie, en wie het wil leren gaat naar een schrijversschool. Hoe zou een familie zo'n stelsel van vader op zoon doorgeven?
Het West-Semitische alfabet kan dat wel, want het heeft maar tweeëntwintig tekens, en elke letter heet naar een ding: aleph is een os, beth een huis, daleth een deur. Wie het schrift doorgeeft, prent daarmee telkens die tweeëntwintig woorden opnieuw in, zodat het te onthouden valt zonder school.
Dit is het schrift dat later paleo-Hebreeuws genoemd wordt. Het Oude Testament stond er oorspronkelijk in. Het vierkantschrift van onze Hebreeuwse bijbels is jonger: het komt uit het keizerlijk Aramees, het is ná de ballingschap uit Babylon meegekomen, en de oude tekens zijn er één op één door vervangen.
Het schrift dat bleef
Men zou verwachten dat zo'n oud schrift vanzelf onbruikbaar wordt, maar de vondsten laten ons iets anders zien.
In de rollen van de Dode Zee. Er zijn rollen die volledig in het oude schrift staan, waarvan de Leviticusrol uit grot 11 de bekendste is. Omgekeerd komt ook voor: de rol staat in vierkantschrift, en uitsluitend voor de Naam van God schakelt de schrijver over op de oude letters. De grote psalmenrol uit diezelfde grot doet dat, in een handschrift uit de eerste eeuw na Christus. Veertig psalmen in de letters van hun eigen tijd, met het Tetragrammaton in de letters van Mozes!
Dat is eerbied, en wij zien de schrijvers de Naam ook op andere manieren apart zetten, met vier punten ervoor of met rode inkt.
Op de munten. De Hasmoneese munten dragen in de regel een opschrift in het oude schrift, en bij de twee opstanden tegen Rome wordt het uitdrukkelijk weer opgepakt: op de munten van 66 tot 70 en op die van Bar Kochba, 132 tot 135 na Christus. Munt gaat door ieders handen, zodat dit geen priesterlijke bijzonderheid kan zijn.
Bij de Samaritanen. Daar is het nooit gestopt, want hun schrift is de rechtstreekse voortzetting ervan en hun Pentateuch wordt er vandaag nog in geschreven.
Zo loopt er een gebruikslijn van bijna drieduizend jaar, waarmee voor ons een zwaar bezwaar wegvalt: dat een schrift uit de tijd van de aartsvaders al eeuwen vóór Mozes onleesbaar zou zijn geweest.
⚠️ Twee beperkingen horen erbij. Dit bewijst niet dát Adam of Noach in dit schrift schreef, want het laat alleen zien dat ouderdom geen bezwaar vormt. Wat in de eerste eeuw nog gebruikt werd is bovendien de alfabetische vorm, niet de oudere pictografische.
Zonder klinkers
Nu het punt dat voor dit hele verhaal het meeste doet. Het wordt tegelijk het vaakst verkeerd ingezet.
Het oude Semitische schrift noteert geen klinkers, zodat er alleen medeklinkers staan en de lezer de rest invult uit zijn kennis van de taal. De drie letters ד-ב-ר kunnen woord betekenen, hij sprak, of zelfs pest. Welke van de drie het is, weet je omdat je de taal spreekt. Wat betekent dat voor wie het schrift ontvangt?
Op dit punt komt er altijd een goede tegenvraag die een echt antwoord verdient. De tekens heten naar dingen, en in die namen zit zelf een klinker: bayt is huis, gaml is kameel. Geeft het teken dan niet de hele lettergreep terug, dus ba en ga in plaats van alleen b en g? Dan zou het schrift geen medeklinkerschrift zijn maar een lettergreepschrift, en de hele paragraaf hierboven zou vervallen.
Die lezing is werkelijk voorgesteld, en wij nemen haar ernstig. Zij rust op één bewijsstuk: een oefenlijstje uit Ugarit, veertiende eeuw voor Christus, waarin elk teken met een Akkadische lettergreep is bijgeschreven.
⛔ Dat bewijsstuk kunnen wij niet gebruiken, en wie het tegen ons inzet, kan het evenmin. Ugarit valt in onze tijdrekening eeuwen ná de spraakverwarring van Babel. Het schrift ervan is geen voorouder van het paleo-Semitische schrift en ook geen model ervoor; de vormen zijn spijkers in klei, waar het paleo-Semitisch tekeningen heeft. De twee zijn neven die de lettersnamen en de volgorde van het alfabet delen. Wat in Ugarit gebeurde, kan dus iets over zo'n stelsel láten zien, maar het kan niet bepalen hoe het oorspronkelijke stelsel eruitzag.
Wij beantwoorden die vraag daarom met materiaal uit de lijn zelf. Dat materiaal is er, in drieën.
De opschriften uit de koningstijd hebben geen klinkertekens. De kalender van Gezer, de steen van Mesa, de tunnelinscriptie van Jeruzalem en de brieven van Lachis staan alle in het oude Hebreeuwse of een nauw verwant schrift, en in geen ervan staat een klinkerteken. Dat is het schrift zelf, niet een neef ervan.
De hulpletters komen later. Pas vanaf ongeveer de achtste eeuw voor Christus gaan hé, waw en jod dubbel werk doen om een lange klinker aan te geven. Zo'n hulpmiddel ontstaat alleen wanneer de tekens er zelf geen klinker in zetten.
En de Bijbel zelf is zonder klinkers overgeleverd. De puntjes en streepjes onder de Hebreeuwse letters zijn door de masoreten toegevoegd, ruim ná Christus. Had elk teken zijn klinker meegedragen, dan was dat hele stelsel nooit nodig geweest.
⭐ De gedachte is intussen geen onzin, want in één tak van de familie is zij werkelijkheid geworden. Het Ethiopische Ge'ez maakte van dezelfde Semitische tekens wél een lettergreepschrift, waarin elk teken zijn klinker meeneemt. Die stap is dus mogelijk, en hij is alleen later en elders gezet.
⚠️ Eén ding hoort hier eerlijk bij, want het kost ons ook iets. In onze tijdrekening is elke bewaarde getuige van een schrift van ná Babel, dus wie Ugarit op die grond wegstreept, moet dat overal doen. Dan houden wij over de vorm van het oorspronkelijke stelsel geen rechtstreeks bewijs over, en blijft alleen de lijn staan die naar het Hebreeuws loopt. Die lijn is hier genoeg, omdat de vraag over het Hebreeuwse schrift gaat.
Tekens leren, tekst lezen
Daar volgt een onderscheid uit dat alles draagt. De tekens zijn snel geleerd, want het zijn er maar tweeëntwintig en ze zijn naar dingen genoemd. De tekst is pas te lezen door wie de taal al kent.
⛔ Wij voeren dat niet aan als bewijs dat het schrift ontworpen is, want elk medeklinkerschrift werkt zo, en twintig tot dertig tekens is voor een alfabet heel gewoon.
✅ Het zegt wel iets anders, iets wat wij goed kunnen gebruiken. Een schrift dat je alleen leest wanneer je de taal al spreekt, is geen massamedium. Het is precies wat je binnen één familie gebruikt, waar iedereen dezelfde taal spreekt en waar de tekst voorgelezen en uitgelegd kan worden. De vorm van het schrift wijst dus niet naar een uitvinder maar naar het publiek, namelijk een gezin dat zijn eigen kleitabletten bewaart.
Daar hoort nog een stap bij die van een beperking een passendheid maakt. Binnen de oorspronkelijke taal lopen de drie dingen samen: het teken is een tekening van een huis, dat huis heet bayt, en daarom levert het teken de klank /b/. Wie die taal spreekt heeft dus geen gebrekkig schrift in handen maar een stelsel dat rondloopt. Voor de eerste gebruikers was dit schrift goed leesbaar.
Wat Babel brak
Waarom werd dat dan onleesbaar na Babel? De brug tussen plaatje en klank blijkt precies het zwakke punt. Zij wordt namelijk vastgehouden door een wóord. Raakt dat woord weg, dan levert het huisje geen /b/ meer en staan er willekeurige krassen. Wie na de spraakverwarring wegtrok, zat dus niet met een vreemd schrift dat hij nog had kunnen leren, maar met tekens zonder brug. Dat verklaart waarom die groepen gewoon nieuwe tekens gingen verzinnen, zoals Sequoyah dat bij de Cherokee deed toen niemand hem het bestaande stelsel wilde leren.
De rij die bleef
Toch is er één ding dat de spraakverwarring wél heeft overleefd: de rij waarin de tekens staan. Over de hele Semitische wereld bestaan er maar twee alfabetvolgordes: de onze, van aleph tot taw, en een zuidelijke die met halaḥam begint en in Zuid-Arabië en Ethiopië terugkomt. Waren de tekens overal los opnieuw verzonnen, dan lagen er twintig volgordes en geen twee.
Dat is ook precies wat je zou verwachten. Een rijtje van tweeëntwintig namen is een opdreunles, zoiets als het alfabetliedje van onze kleuters, en zulke lessen gaan van ouder op kind mee ook wanneer de woorden eronder veranderen. De tekéning verliest haar nut zodra het woord verdwijnt waar zij haar klank aan ophing. De vólgorde heeft dat woord niet nodig.
Dat verklaart iets wat anders raadselachtig blijft. Het koninkrijk Ugarit aan de Syrische kust schreef zijn alfabet in spijkers in klei, met tekens die geen enkele vorm met het onze delen, en toch staan die tekens in vrijwel dezelfde orde. Vormen gaan verloren, rijen blijven.
⚠️ Hoe ver dat terugreikt, zeggen wij niet. Er zijn twee volgordes en niet één, en in Ugarit zijn ze zelfs beide gevonden, naast elkaar in gebruik. Eén gemeenschappelijke bron voorspelt dat niet. Daarbij verklaart gewoon handelscontact de overeenkomst even goed, want die kust was één handelswereld. Wat wij hier zeggen is dus alleen dat de volgorde is doorgegeven en niet telkens opnieuw bedacht.
⛔ Ook hiervan maken wij geen bewijs dat het schrift ontworpen is. Elk schrift is goed leesbaar voor zijn eigen sprekers, dus er is niets om tegen te meten en de proef kan niet mislukken. ✅ Wat het wel doet, is één bezwaar wegnemen: dat een schrift zonder klinkers een armzalige gave zou zijn. Voor wie de taal spreekt is het dat niet.
Dat is ook wat Genesis volgens deze lezing is: geen boek voor een volk dat nog niet bestond, maar het eigen archief van een familie.
Waar dit verhaal vandaan komt
Hoe het archief is ontstaan en wie de delen bijhield, staat op Het archief van Jozef. Wat er tegen deze lezing is in te brengen, staat op Zes bezwaren tegen de tablettheorie.
Bronnen
- Bijbeltekst. NBG1951, in de tekst afgekort als NBG. Waar de Statenvertaling erbij staat, is dat omdat de weergave van het grondwoord verschilt.
- Over de tablettheorie. P.J. Wiseman, New Discoveries in Babylonia about Genesis, Marshall, Morgan & Scott, 1936. Wiseman draagt Mozes voor als samensteller, zodat Jozef als de meer waarschijnlijke kandidaat onze eigen positie is en niet de zijne. Hoe het schrift ontstond, laat Wiseman uitdrukkelijk open.
