Skip to main content

Het ontstaan van de aarde?

Hoe kan het ontstaan van de aarde verlopen zijn? Stel, we bevinden ons in de ruimte en plots is daar al het materiaal waaruit de aarde bestaat (door God geschapen), op een temperatuur in de richting van het absolute nulpunt: -273 °C (dat is de temperatuur die we daar nu meten). Door de onverbiddelijke natuurwetten van de zwaartekracht en de thermodynamica zou er een fascinerende transformatie plaatsvinden.
Hoewel je begint met een ijskoude massa, zou de kern van de aarde binnen de kortste keren uit zichzelf gloeiend heet worden.

Dit zou als volgt kunnen verlopen:

1. De directe ineenstorting (Gravitationele energie)

Zodra je al die materie bij elkaar zet, trekt de zwaartekracht alles met brute kracht naar het gemeenschappelijke middelpunt.

  • Conversie van energie: Alle losse brokstukken, ijslagen en bevroren gassen vallen met gigantische snelheden naar elkaar toe.
  • Natuurkundige wet: In de natuurkunde kan energie nooit verloren gaan. De enorme kinetische energie (bewegingsenergie) van al die botsende materialen wordt bij de impact direct omgezet in intense hitte. Zelfs al was elk brokstuk aanvankelijk -273 °C, de klap van het samentrekken is zo monumentaal dat de kern en de mantel van de nieuwe planeet direct duizenden graden heet worden en smelten.
  • Directe gasvorming vanaf de eerste seconde: In het ijskoude beginmateriaal zitten gassen zoals stikstof (N2), zuurstof (O2), koolstofdioxide (CO2)  en andere gassen als bevroren ‘ijsblokken’. Volgens de natuurwetten komen deze bevroren gassen vrij zodra de eerste brokstukken op elkaar botsen en de kinetische energie wordt omgezet in hitte. Ze gaan rechtstreeks van de vaste vorm naar de gasvorm (sublimatie).

2. Sorteren op gewicht (Planetaire differentiatie)

Zodra de binnenkant door de botsingshitte vloeibaar is geworden, zet de zwaartekracht haar taak voort:
Het koude, bevroren ijzer en nikkel dat aan de buitenkant zat, warmt op, smelt en zakt als een loodzware vloeistofstroom naar het absolute middelpunt.
Deze interne verschuiving (miljoenen tonnen ijzer die duizenden kilometers naar beneden zakken) veroorzaakt een onvoorstelbare hoeveelheid wrijvingshitte. Dit proces alleen al is destructief genoeg om de kern nóg verder op te warmen tot ver boven het smeltpunt.

 

3. De nucleaire motor start (Radioactiviteit)

In je koude startmateriaal zitten ook alle radioactieve elementen van de aarde (uranium, thorium, kalium). Radioactief verval trekt zich absoluut niets aan van temperatuur; een ijskoud uraniumatoom valt exact even snel uit elkaar als een gloeiend heet atoom.
Zodra de planeet is gevormd, beginnen deze atomen direct warmte uit te stralen.
Omdat de buitenste lagen gesteente werken als een isolatiedeken, kan die warmte nergens heen. De radioactieve "vloerverwarming" begint de planeet van binnenuit permanent op te warmen.

4. De buitenkant: een ijskoude schil met een vreemde atmosfeer

Terwijl het binnenste een kolkende, hete oven wordt, verandert de vormvan deze planeet tot ze bijna perfect rond wordt::
Afhankelijk van de begintemperatuur van de materialen en de kinetische energie waarmee ze samengebracht werden, kan het water de aarde bedekken en kunnen de gassen de dampkring vormen.
Het water zal aanvankelijk in dampvorm en vloeibaar uit de aarde komen, net zoals Adam beschreef:
Gen. 2:6: maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem;
Gen. 2:10: Er ontsprong in Eden een rivier om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen.

Maar het is natuurlijk ook denkbaar dat er hier en daar wat vloeibaar magma naar buiten komt:
Ezech. 28:13-14: In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werdt, waren zij gereed. Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen.

Conclusie: De natuurkundige wetten brengen de aarde tot “leven”

Je kunt natuurkundig gezien geen object met de massa van de aarde maken dat koud blijft. De zwaartekracht is simpelweg té sterk. Zodra je zoveel massa bij elkaar brengt, dwingt de zwaartekracht het object om zijn eigen kinetische en potentiële energie om te zetten in hitte. Je eindigt dus altijd met een planeet die erg lijkt op onze huidige aarde: vloeibaar en gloeiend heet vanbinnen, met een koude, gestolde korst aan de buitenkant. En dat maakt dat de aarde een dynamisch object is. Vanwege de natuurkundige processen is er interne beweging, die zich meermaals uit in natuurkundige fenomenen aan de buitenzijde: vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, geisers, aardolieproductie, ...

De Goddelijke Ambachtsman

Bij de aanvang van de schepping trad God op als een kosmische Bouwmeester. Met een soeverein woord riep Hij de fundamentele bouwstenen tot aanzijn: Hij schiep ruimte, materie en energie uit het niets. Maar net zoals een vakkundige knutselaar eerst zijn materialen verzamelt om daarna in zijn atelier aan de slag te gaan, zo weefde God ook een fijnmazig netwerk van onwrikbare natuurwetten. Na dat eerste, wonderlijke begin liet Hij de kosmos niet los, maar liet Hij zijn schepping plooien en vormen door de natuurwetten, zoals de zwaartekracht en de wet van behoud van energie. Volgens de regels van die goddelijke kunst—waarin schijnbaar toeval en orde elkaar ontmoeten—kreeg en krijgt de wereld haar definitieve gestalte. De natuurwetten zijn zo niet de afwezigheid van God, maar juist de penseelstreken waarmee Hij zijn meesterwerk blijft inkleuren. 
Maar als een Grootmeester spreekt Hij ook door de schepping als wij ons erin verdiepen.