Waarom sterven wij?
Waarom sterven levende wezens, als hun DNA alles bevat om hen in leven te houden?
In elke cel van het menselijk lichaam bevindt zich het volledige DNA — de complete blauwdruk om een mens op te bouwen. Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren en planten. Dit universele gegeven ligt aan de basis van het idee dat levende wezens gekloond kunnen worden: de instructies om een volledig organisme te vormen, zijn in elke individuele cel aanwezig.
Toch bleef lange tijd één vraag onbeantwoord: waarom sterven wij eigenlijk? Op het eerste gezicht lijkt het een vreemde vraag, omdat we zo gewend zijn aan het natuurlijke verloop van geboorte, leven en dood. Maar als het DNA alle informatie bevat om een mens vanuit één enkele cel volledig op te bouwen, en als bovendien om de zeven jaar vrijwel elke cel in het menselijk lichaam wordt vernieuwd, dan rijst de vraag: waarom verouderen we überhaupt?
Het antwoord ligt verscholen in een bijzonder stukje DNA: de telomeren (ook wel telsequenties genoemd). In 1997 werd ontdekt dat deze structuren zich aan het uiteinde van de chromosomen bevinden en fungeren als een soort beschermende "dop" voor het DNA. Telkens wanneer een cel zich deelt, worden deze telomeren iets korter. Uiteindelijk bereiken ze een kritieke lengte waarbij de cel zich niet langer kan delen. Bij mensen ligt die limiet rond de 80 à 90 delingen. Met andere woorden: het verouderingsproces is niet zomaar een gevolg van slijtage, maar lijkt ingebouwd te zijn in het systeem zelf.
Dit werpt een fundamentele vraag op: waarom zou evolutie zo’n verouderingsmechanisme ontwikkelen? Vanuit puur evolutionair oogpunt zou het logischer zijn als organismen steeds langer leefden. Een langer leven zou immers meer voortplantingskansen betekenen, en dus een grotere kans op genetische overleving. Toch komen we nergens in de natuur organismen tegen die het eeuwige leven bereiken via spontane evolutionaire stappen. Als het verkorten van telomeren een natuurlijk gevolg is van het kopiëren van DNA, waarom hebben sommige organismen — zoals bepaalde eencelligen — dit mechanisme dan niet?
Bij eencelligen zou het verkorten van telomeren fataal zijn, want zij vormen de hele soort. Als hun delingen beperkt zouden zijn, zou de soort uitsterven.
Maar bij meercellige organismen is het anders: hier kan een beschadigde of oude cel vervangen worden door een nieuwe. Dit roept de gedachte op: wat als een meercellig wezen telomeren zou hebben die niet verkorten, of constant hersteld worden? In theorie zou dat kunnen leiden tot biologische onsterfelijkheid, zolang andere vormen van schade vermeden worden.
En precies daar komt de vraag op tafel of het sterfmechanisme niet gewoon een noodzakelijk onderdeel is van het ontwerp van complexe levensvormen. Want zo'n geavanceerd mechanisme dat wereldwijd in het leven ingebouwd is, en zelfs actief veroudering initieert, is moeilijk te verklaren als puur toevallig bijproduct van natuurlijke selectie. In feite werkt het er zelfs deels tegenin.
Misschien is het tijd om te erkennen dat de oorsprong van zo’n complex en doelgericht systeem niet vanzelfsprekend is. En misschien ligt het antwoord niet in toeval of louter selectie, maar in bewuste intentie — een ontwerp dat leven niet alleen mogelijk maakt, maar ook begrenst.
Dit brengt ons bij het feit dat de evolutie van eencellige naar meercellige wezens niet kan gebeurd zijn zonder dat een Ontwerper hierbij een sterfmechanisme heeft ingebouwd. Dit complexe systeem is echt geen toeval, dit is geen gevolg van natuurlijke selectie (het gaat daar trouwens recht tegenin), dit is een duidelijk bewijs van het ingrijpen van een Ontwerper in Zijn creatie!
Prediker 3:11 Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.
Het is ook goed om weten dat de voortplantingscellen geen telomeren bezitten, wat ook niet zou kunnen om dezelfde reden als bij de eencelligen. Ook dit ondersteunt het feit dat er een doelgericht ontwerp achter de telomeren zit.