Is het leven ontstaan als gevolg van een doordacht ontwerp?

Homologie


Voorbeelden van ontwerp in de schepping

Classificatie

In de huidige informaticawereld dringt de noodzaak zich op om allerlei zaken te sorteren op bepaalde eigenschappen: bijvoorbeeld de staat heeft verschillende klassen van weggebruikers die verschillende rechten en plichten hebben. Men heeft bijvoorbeeld auto's, moto's, vrachtwagens, fietsen en voetgangers. Moto's moeten voorlopig nog niet naar de technische controle, fietsers moeten geen taks betalen maar moeten op het fietspad rijden, voetgangers mogen niet op de autosnelweg. Maar soms zijn er problemen.

Bijvoorbeeld: In welke categorie valt de skater? Moet een bakfiets op het fietspad rijden of op de openbare weg? Moet een hovercraft wegentaks betalen, mag hij op de rijweg komen?

Het is niet eenvoudig om een goede classificatie door te voeren. Meestal worden een aantal karakteristieken in ogenschouw genomen en zal men aan de hand daarvan de verschillende zaken in categorieën onderbrengen. Bij het ministerie van verkeer gebruikt men o.a. het aantal wielen, de afstand tussen de wielen, de krachtbron, de brandstof e.d.

Maar soms gaat dit niet op: neem nu de hovercraft met een turbinemotor: die past in het geheel niet in het vakje wegverkeer! Komt er een aanvraag voor een nummerbord voor zulk een voertuig binnen op het ministerie van verkeer, dan zal er waarschijnlijk grote verwarring ontstaan!

Taxonomie, de leer van de eenhedenhiërarchie, is een onderdeel van de systematiek, de studie van opbouw van systemen.

Ook deze tak van de wetenschap is geheel in de ban van de evolutietheorie geraakt. Tot ongeveer 1850 gebruikte men verwante eigenschappen om de planten en dieren te groeperen, de morfologische (vorm en bouw) kenmerken.

Aristoteles (384-322 v. Chr.) was een van de eerste die planten en dieren in groepen indeelde. Deze indeling bleef bijna 2000 jaar zo goed als onaangetast.

De hiërarchie van de groepen is vaak als volgt:

Rijk

Fylum (fyla) of superfyla

onderfyla

intrafyla

 

Linnaeus (1707-1778) was de eerste die de categorie klasse gebruikte. Het is echter onduidelijk wat er nu juist bedoeld wordt met klasse. Hij gaf de namen: klasse, orde, familie, genus (geslacht), soort. Ieder organisme kreeg een korte naam met 2 delen: eerst de genus-, dan de soortnaam.

Men onderscheid ook superklasse (hoger dan klasse) en onder- en infraklassen.

De hoofdindeling van Linnaeus was:

- Mammalia (zoogdieren)

- Aves (vogels)

- Amphibia (tweeslachtigen)

- Pisces (vissen)

- Insecta (insecten)

- Vermes (wormen)

 

Na vele hervormingen (?) golden in 1970 twee (mogelijke) indelingen met 5 rijken:

Een eerste systeem:

- Apanobionta (virussen)

- Amcleobionta (schizofyten en blauwwieren)

- Protobionta (protisten of eencellige dieren)

- Cormobionta (meercellige planten)

- Gastrobionta (meercellige dieren)

Een tweede systeem:

- Monera (moneren)

- Protista (protisten of eencellige dieren)

- Planta (meercellige planten)

- Fungi (zwammen)

- Animalia (meercellige dieren)

 

Het rijk van de gewervelde dieren heeft in de laatste tijden vele belangrijke wijzigingen ondergaan. Een oude indeling in 5 klassen is:

- vissen

- tweeslachtigen

- kruipende dieren

- vogels

- zoogdieren

Hiervan waren in 1970 vooral de vissen aangepast. Ze werden in verschillende groepen verdeeld. (Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie (GNLE))

Chordata

Tunicata (manteldieren)

Acrania (lancetvisjes)

Craniata

Agnatha (prikken en slijmprikken)

Gnathostomata

Actinopeterygii klasse Pisces (echte of beenvissen)

Elasmobranchii klasse Selachi (haaien en roggen)

Choanata klassen:

Dipnoi (logvissen)

Crossopterygii

Gaat men echter in dezelfde GNLE naar het trefwoord Chordata kijken dan treft men de volgende uitleg:

naam van een dieren fylum

Chordata (o.a. aanwezigheid van ruggestreng)

Stomochordata

Prochordata

gewervelde dieren

 

Volgens een cursus biologie uit 1990 worden de levende wezens ingedeeld in 6 rijken (regna):

- Archaebacteria zeer primitieve bacterien

- Eubacteria

- Cyanobacteria blauw-groen wieren (fotosynhbese)

- bacterien (geen fotosynthese)

- Protista Protozoa eencelligen

- eencellige wieren (fotosynthese)

- bacterien (geen fotosynthese)

- Metaphyta planten

- Zaadplanten

- Varens

- Mossen

- Wieren

- Fungi zwammen

- Paddestoelen

- schimmels

- Metazoa meercellige dieren

- Sponzen

- Chordata

 

 

Uit de korte geschiedenis van de classificatie kunnen we afleiden dat, sinds men probeert door classificatie de levende wezens op deze manier in een stamboom te krijgen, er regelmatig herschikkingen nodig zijn.

In dit werk houden wij de volgende naamgeving aan wat betreft de verschillende niveau's van classificatie:

  1. Rijk
  2. Klasse
  3. Orde
  4. Familie
  5. Genus
  6. Soort

Deze kunnen in sommige gevallen nogmaals onderverdeeld worden in sub-groepen.

 

Door gelijkvormige dieren in klassen, soorten, e.d. onder te brengen tracht men evolutie te staven, doch er zijn vele problemen! Men heeft bijvoorbeeld problemen als men op deze theorie voortbouwt:

    Een voorbeeld hiervan zijn de zwemmende kameleons. Op basis van de anatomie en de genen van de verschillende kameleons in de wereld is men tot besluit gekomen dat de kameleons zijn ontstaan op Madagascar, dat op dat moment al een eiland was. Omdat kameleons niet goed kunnen zwemmen veronderstelt men nu dat deze diertjes op boomstammen naar het vasteland zijn geëmmigreerd. Dus eigenlijk een beetje een ongeorganiseerde ark van Noach...
    Deze theorie geeft te denken... natuurlijk: hoe kan een kameleon zijn eten meenemen op zijn ark, zou hij zelf een vrouwtje hebben uitgekozen om samen de lange reis naar het nieuwe thuisland te maken....

Meer problemen zijn er in de homologie, de wetenschap die de basis vormt voor de classificatie van planten en dieren:

Homologie

De term homologie is afgeleid van het Grieks en betekent "overeenstemming". Homologie is de studie van de overeenstemmingen tussen verschillende soorten. Zoals reeds vermeld is het erg moeilijk om dingen in vakjes onder te brengen. Men kan inderdaad dieren indelen in zoogdieren en... koud- of warmbloedige dieren, vogels of vissen e.d. maar dan beginnen de problemen...

Het blijkt dat er op verschillende plaatsen (geologisch en fysisch) een formidabele overeenstemming is waar dit volgens de evolutietheorie onverklaarbaar is. Homologisch gezien is een goed en duidelijk, echter ook door evolutie verklaarbaar voorbeeld het volgende: de arm van een mens, de voorpoot van een kikker, de voorvin van een walvis, de vleugel van een vogel en de vleugel van een vleermuis. Al deze ledematen bezitten éénzelfde patroon van beenderen, spieren en bloedvaten. Volgens de evolutietheorie is dit normaal want al deze dieren hadden een gemeenschappelijke voorouder die het prototype van "ledemaat" bezaten. Zodoende hebben zijn afstammelingen dit lid aangepast volgens "hun wensen".

Wanneer is nu een geval van homologe attributen onverklaarbaar door evolutie: als het orgaan in kwestie slechts voorkomt bij enkele soorten die zeer ver van elkaar gescheiden zijn, en waar bij de andere nauwer verwante soorten helemaal geen spoor van het orgaan of de overeenkomst in kwestie is te bespeuren. Enkele voorbeelden:

To top