Het ontstaan van het leven


Waar komt het leven vandaan, wat is het verschil tussen leven en dood, wat is leven?

Wat is leven? Groeien? Nee, want druipstenen groeien ook. Denken? Bomen denken niet maar leven wel. Voedsel verteren? Dat doet vuur ook. Bewegen? Neen, wind beweegt en planten staan stil! Ademen? Dit begint er op te lijken, alhoewel: dieren ademen Zuurstof, planten ademen koolstof.... Het is niet gemakkelijk om een definitie van 'leven' te geven. Laten we daarom even enige naslagwerken raadplegen. In de Grote Larousse encyclopedie is 'leven': 'het geheel van de verschijnselen die bij georganiseerde wezens de ontwikkeling van ontstaan tot vergaan onderhouden.' In de "van Dale" vinden we voor het werkwoord 'leven': 'Zich in de toestand bevinden waarin de verschillende functies en eigenschappen die tezamen het leven (vormen) aanwezig zijn, niet dood, in leven zijn.'

Hiermee weten we nog niets!
Bij het zelfstandige naamwoord geraken we iets verder:
'Naam van een niet nader te definiëren complex van eigenschappen en functies van georganiseerde wezens en het zich bevinden in de toestand waarin deze op natuurlijke wijze werken; ook datgene wat die toestand veroorzaakt en de kracht om hem voort te zetten.'
Maar wat is nu die kracht om het leven voort te zetten? Wat is het verschil tussen een mens vlak nadat hij gestorven is en het moment vlak daarvoor?
Wat is het 'niet nader te definiëren complex'?

Nog steeds hebben we geen antwoord op de vraag: "wat is leven?"

Christopher Langton was één van de pioniers op het gebied van onderzoek naar artificieel leven. Hij was er principieel van overtuigd dat levende systemen niets anders zijn dan fysische belichamingen van informatieverwerkende eenheden. Het verwerken van informatie is volgens hem, voor deze levende systemen nog belangrijker dan het verwerken van energie en materie. "Levende systemen gebruiken informatie om zichzelf op te bouwen, om voedsel te zoeken, om hun interne structuur te behouden,..." Langton concludeerde dat levende systemen gestuurd worden door manipulatie van informatie, en dat deze informatie-stroom de energie- en materiestromen op hun beurt bepaalt.
Dit is totnogtoe de meest interessante definitie. Wat hierbij opvalt, is dat er van informatie gesproken wordt. Maar informatie is iets dat niet uit zichzelf tot stand komt. In het vakgebied van Christopher Langton gaat het om artificiële intelligentie, een gebied in de wetenschap waar de beste wiskunde-, mechanica- en informaticaknobbels de hoofden bij mekaar steken om met de modernste high tech apparatuur allerlei zelf bedruipende machines in mekaar te steken. (Hun informatie komt alleszins niet vanzelf tot stand...)

Maar wat betreft de definitie hebben ze gelijk. Een mens althans is in essentie een 'fysische belichaming van een informatie verwerkende eenheid.

Als dat zo is, wat is dan het verschil tussen een levende mens en een mens die net gestorven is?

Er is maar één plaats waar we dat antwoord kunnen vinden: bij de Maker van dat leven. Wanneer een mens sterft, wordt zijn geest van hem afgeëist. Lu 12:20 Maar God zeide tot hem: Gij dwaas, in deze eigen nacht wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?

God heeft het leven gegeven, Ge 2:7 toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen. Zo heeft Hij ook het recht om het af te nemen of weer terug te geven (alhoewel dit niet Gods oorspronkelijke bedoeling was). God is niet in definities te vatten, daarom krijgen we zulke geforceerde definities die ons eigenlijk niet verder brengen.

Maar God heeft de mens ook niet gemaakt om te sterven; dat kunnen we zien in het ontwerp ervan. Het verloop van het leven zoals we dat nu kennen, is het resultaat van de zonde! Wanneer de invloed van de zonde zal weggenomen zijn, kunnen we terug in de toestand van eeuwig leven komen, net zoals God het bedoeld had van in den beginne. We zullen bekleed worden met een verheerlijkt lichaam (= onsterfelijk), we zullen eten en drinken (in de bijbel spreekt men o.a. van water en wijn; vis, lamsvlees, ongezuurd brood en vruchten) en we zullen met God wandelen net zoals toen in het aards paradijs.

Waarom sterven wij?

In het DNA van elke cel van een mens zit alle nodige informatie opgeslagen om die mens te maken. Vandaar het idee om levende wezens te klonen. Nu was het voor de geleerden lange tijd een raadsel waarom de mens en andere wezens sterven. Dit kan zeer eigenaardig klinken omdat we zo gewend zijn aan het verloop van het leven in de natuur. Maar het feit dat in het DNA alle gegevens zitten om een mens vanuit 1 cel op te bouwen, en dat alle zeven jaar elke cel van de mens vervangen wordt, wijst er op dat ook een mechanisme tegen het verouderingsproces van de mens ergens is ingebouwd. De reden waarom we dan toch verouderen (aftakelen) zit volgens de geleerden in het DNA! In 1997 werd ontdekt dat er in de staart van het DNA een stukje code zit dat de telomere (in het Nederlands telsequentie of telomeer) wordt genoemd. Dit stukje code zorgt er voor dat een cel maar een beperkt aantal keer kan gedeeld worden; bij de mens is dat momenteel 80 a 90 keer. De telomere is niet te verklaren vanuit het evolutiestandpunt: immers hoe langer een wezen leeft, des te meer tijd heeft het om zich voort te planten en des te meer exemplaren kunnen ervan voortkomen. Alleen al om deze reden moet, vanuit het oogpunt van de evolutietheorie, automatisch het eeuwige leven uit eender welke soort kunnen voortgekomen zijn.

Maar het ergste is dat niet alle levende wezens dit telomere stuk in hun DNA hebben! Eencellige organismen hebben dit mechanisme niet, om de eenvoudige reden dat de soort zou uitsterven nadat het aantal te kopiëren beurten op zou zijn.

Bij meercelligen ligt de zaak anders: defecte cellen worden vervangen en het organisme op zich blijft leven. Indien er dus een meercellig wezen zou bestaan waarvan het DNA geen telomeren heeft, dan zou dit de mogelijkheid tot eeuwig leven hebben! De verouderde cellen worden immers keer op keer vervangen door nieuwe cellen met alle eigenschappen van nieuwe, jonge cellen.

Dit brengt ons bij het feit dat de evolutie van eencellige naar meercellige wezens niet kan gebeurd zijn zonder dat een Ontwerper hierbij een sterfmechanisme heeft ingebouwd. Dit is geen toeval, dit is geen gevolg van natuurlijke selectie (het gaat daar trouwens recht tegenin), dit is een duidelijk bewijs van het ingrijpen van een Ontwerper in Zijn creatie!1

Het is ook goed om te weten dat de voortplantingscellen geen telomeren bezitten, wat ook niet zou kunnen om dezelfde reden als bij de eencelligen. Ook dit ondersteunt het feit dat er een doelgericht ontwerp achter de telomere zit.

Is het leven ontstaan uit het toeval?

Reeds jaren lang worden wij door de media bestookt met het idee dat al het leven door toeval en evolutie is ontstaan. In hetgeen volgt zullen we even enkele getallen aan dit toeval proberen te kleven en daar onze conclusies uit trekken.

Men beweert: 'dat men grote delen van het pad naar het leven heeft kunnen nabootsen'. Dit is sterk overdreven. Waar het in zulke uitspraak over gaat is waarschijnlijk onder andere het onderzoekswerk van de inmiddels overleden Stanley Miller, dat bij zijn op rust stelling nog niet verder stonds dan bij de eerste proefnemingen die 35 jaar eerder gebeurden in 1953. Miller was dan ook niet echt tevreden over de resultaten van zijn levenswerk.2  Tot nu toe heeft men het ontstaan van het leven uit dode materie nog niet in een herhaalbare proef kunnen gieten. Hierdoor is het wetenschappelijk onbewezen.

Het resultaat, dat met de huidige stand van zaken kan behaald worden, is nog steeds zeer ver van enig leven. Het enige wat wordt geproduceerd is een aantal simpele aminozuren (lang niet alle 20 die in het leven op aarde voorkomen) en een hele reeks gifstoffen die het leven onmogelijk maken.      

 

De volgende stap op weg naar het leven is het verbinden van deze aminozuren tot bouwstenen van een levend wezen: eiwitten. De mens bezit ongeveer 100.000 verschillende eiwitten die als catalysator dienen. Een catalysator is een stof die chemische reacties tot stand laat komen onder andere door meestal gemakkelijkere omstandigheden, dan waardoor het zonder deze stof zou gebeuren. Zo is in ons lichaam bijvoorbeeld de verbranding van koolstof tot CO2 geen verbranding zoals wij kennen, maar een chemische reactie die gebeurt met behulp van een catalysator en dat bijna op lichaamstemperatuur. Met behulp van deze catalysatoren worden deze processen tevens ook beheerst.

De evolutietheorie wil dat deze catalysatoren door toeval zijn ontstaan. Hoe groot is de kans hiervoor? (Een citaat uit de cursus 'Inleiding tot de biochemie' van J. Van der Veken MD 1994-1995, blz. 26) Veronderstel dat we bijvoorbeeld een eiwit willen vormen uit 15 (van de 20 bij de mens gebruikte) verschillende aminozuren en dat de lengte van het eiwit 400 aminozuren lang is. Dan zijn er wiskundig 15400 mogelijkheden. Dit is ongeveer gelijk aan 10470. In gewicht uitgedrukt zou het totaal van de mogelijk verschillende eiwitten 10448 kg wegen... Dit terwijl de totale massa van ons heelal (totnogtoe gekend) geschat wordt op 1052 kg.

 


Dit voorbeeld is niet uit de lucht gegrepen: hemoglobine bv. is een molecule die uit 574 aminozuurschakels bestaat. De keuze voor die schakels wordt gemaakt uit 20 aminozuren en de kans om zulke molecule per toeval te maken is 1 op 20574 (= 4,6 10744). U begrijpt onmiddellijk dat dit getal nog veel waanzinniger is dan hetgeen hierboven is uitgewerkt. Namelijk voluit geschreven is dat:

 

1 kans op 4.600.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.
000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000

 

Maar u kan denken: er moeten toch 100.000 verschillende aminozuren gemaakt worden! Dat is zo, in dat geval is de kans van 1 op 4,6 x 10744 terug gebracht met een factor 100.000 (er mogen dan 5 nullen weg in het immense getal hierboven = 4,6 x 10739), doch die 100.000 aminozuren moeten dan nog elk op de juiste plaats terechtkomen, en dat is ook niet zo simpel: de kans hiervoor is 100.000! Ook dit is weer een getal dat ons voorstellingsvermogen (en de capaciteit van vele rekenmachines) te boven gaat: 170! = 7.26 x 10306

Deze berekening gaat er vanuit dat alle 574 aminozuren noodzakelijk precies deze sequentie moeten hebben,  om werkende hemoglobine te krijgen. Dit blijkt niet het geval te zijn. Hemoglobine staat mutaties toe zonder dat de functie ervan verloren gaat. Hoeveel verandering er precies mag zijn is niet bekend. Bij dingen die mensen hebben ontworpen is het trouwens ook zo dat ze niet direct stoppen te werken bij elke kleine wijziging.
Hemoglobine is opgebouwd uit twee componenten (twee eiwitten), bij volwassenen: alpha met een lengte van 141, en beta met een lengte van 146. Hemoglobine bestaat uit 2 x alpha en 2 x beta. Dit verandert de kansberekening. De alpha en beta genen hebben samen immers een lengte van maar 141+146=287 ipv. de totale lengte van 2x141+2x146=574.
Het bovengenoemde maakt de kans op een werkend systeem natuurlijk groter. Aan de andere kant maakt de mens gedurende zijn leven, al naargelang de levensfase waarin hij zich bevind 3 verschillende soorten hemoglobine aan. Tijdens de embryonale fase, waar de ontwikkeling van de organen plaatsvindt, wordt een simpele vorm van hemoglobine gebruikt. Na 8 weken gebruikt de foetus om de (grotere hoeveelheid) zuurstof aan de moederkoek te onttrekken, een meer aangepaste hemoglobine. Vlak voor de geboorte schakelt de productie nogmaals om... Dat wijst er op dat het toch niet eender is welke hemoglobine in ons lichaam het werk doet.
Er zijn voor de volwassen mens 3 soorten hemoglobine bekend die hun werk goed doen. Een eerste variant wordt gevonden bij meer dan 95% van de mensen, dan is er een tweede (1.5 tot 5%) en een derde variant die reeds de kans biedt op een ziekte. Verder zijn er nog 7 varianten bekend die allen gelinkt worden met een ziekte. (jan 2011 - meer info (Engels))

 

In één rode bloedcel komen ongeveer 640 miljoen hemoglobinemoleculen voor. Het totale bloedvolume van een volwassen man bevat ongeveer 30 x 10 12 (dertig biljoen) rode bloedcellen, waarvan er elke dag 1% wordt vervangen. De ca. 25.000 miljard rode bloedcellen in het menselijk bloed hebben een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 4.000 m², hetgeen nodig is voor de snelle opname en afgifte van zuurstof en koolstofdioxide. (bron Wikipedea)

 

 

Het berekenen van de kans waarmee deze ingewikkelde macromolecule per toeval tot stand zou komen is dus eigenlijk erg complex en laat veel variatie toe naargelang wat men in rekening brengt, maar onze berekening moet u toch een idee geven van de ongelooflijk kleine, zo niet onbestaande, kans. (link naar Wikipedea voor meer info)

Voor wie nog niet overtuigd is gaan we graag nog een stap verder: het menselijk DNA is opgebouwd uit 4 basismoleculen en de lengte van het DNA kan variëren van ong. 100.000 tot 1.000.000 bouwstenen. De kans om zulke molecule per toeval te bouwen (aan de hand van de 4 bouwstenen) is 1 op 4100.000 tot 1 op 41.000.000 wat betekent: 1 op 10600.000 tot 1 op 106.000.000.

Ter informatie: het aantal atomen in het heelal wordt geschat op 1080. Indien de aarde 4,5 miljard jaar oud zou zijn, dan zou dit gaan om 1.42 x 1017 seconden. Indien elk atoom van het heelal gedurende de 4,5 miljard jaar 1 molecule zou maken, dan zouden er nu ongeveer 1.42 x 1097 moleculen zijn. (dit is natuurlijk niet mogelijk!)

Rekenen met getallen in de wetenschappelijke notatie is een beetje verwarrend in die zin dat je met grootte ordes rekent en niet met eenheden!

Wie deze uiteenzetting begrijpt en er over nadenkt zal de mogelijkheid om met een ongestuurd proces het juiste eiwit te kunnen vormen en ook op zijn plaats te krijgen geen enkele kans geven!3

Het merkwaardige is dat dit soort uitspraken gedaan worden door onderzoekers uit alle takken van de wetenschap die processen bestuderen die iets te maken hebben met evolutie. Indien zij gelijk hebben, wordt de kans op het spontaan ontstaan van leven met elke uitspraak kleiner. Het leven draait op chemische en fysische processen, doch het leven is niet zulk een proces! Indien wij op een computer virussen programmeren die in staat zijn zichzelf te kopiëren, dan wil dat toch niet zeggen dat deze virussen leven.

 

Maar zelfs indien er eiwitten op grote schaal uit het niets te voorschijn zouden komen, dan zou men nog steeds geen reproductie van die eiwitten hebben. "Men kan op laboratoriumschaal met RNA wel enkele fases van het kopiëren simuleren, maar men moet zeer veel factoren optimaal instellen en er mag niets verkeerd gaan." (Leslie E. Orgel van het Salk institute for Biological Studies)

Een andere benadering voor de waarschijnlijkheids berekening vind je hier.

 

Komt het leven uit de ruimte?

Vanwege de minieme kans dat leven uit toeval zou ontstaan zijn, is men op zoek gegaan naar alternatieven. Één daarvan is dat het leven uit de ruimte van andere planeten zou komen.

Om dit te onderzoeken heeft men in 1984 het 'SETI' project opgestart. SETI staat voor: Search for ExtraTerrestial Intelligence ofwel zoektocht naar buitenaards leven.

Men gaat er van uit dat als er buitenaardse beschavingen bestaan, we deze zeker moeten kunnen ontdekken door te 'luisteren' naar hun radiosignalen. Men zoekt dus naar signalen zoals die worden uitgezonden door radio- en televisiezenders, door zendapparatuur van scheep- en luchtvaart en dergelijke. Hiervoor heeft men reuzengrote radioantennes geïnstalleerd en is men al die tijd bezig met het zoeken naar iets dat kan wijzen op intelligentie. Hiervoor moet men in de ruis, die men ontvangt via de antennes, gaan zoeken naar een signaal dat een bepaalde orde vertoont. Want, redeneert men, indien er orde is in een radiosignaal, dan is die orde er gekomen door intelligente interventie bij het ontstaan ervan. Deze stelling is in tegenspraak met de uitgangsstelling van de evolutietheorie, waar men er van uitgaat dat de orde in het menselijk leven is ontstaan door toeval. Het is duidelijk dat deze twee soorten wetenschappers elkaar niet verstaan: indien de mensen van SETI het DNA zouden bestuderen, dan zouden ze moeten concluderen dat er Intelligent leven bestaat. Indien, aan de andere kant, de evolutionisten zouden beseffen dat orde niet uit toeval kan ontstaan, zouden ze niet langer in evolutie kunnen geloven.

Een volgende oneffenheid in de zoektocht naar leven in de ruimte is dit: indien in ons zonnestelsel de tijd te kort was om leven uit toeval te laten ontstaan, dan is dat voor zonnestelsels in het heelal bijna gelijk. Immers heel het heelal komt toch voort uit een zelfde oerknal? Inderdaad, hoeveel tijd 'winnen' we door het leven te gaan zoeken op de eerste planeet die na de bigbang ontstond? Maximaal een factor 1000 (=103). Dit is natuurlijk heel wat, maar in verhouding tot de getallen die we hierboven zagen, is het niets!

Waarschijnlijkheid om leven in de ruimte te vinden

 

De waarschijnlijkheidsberekeningen van hierboven kunnen we gebruiken om de uitkomst van de Drake–vergelijking te berekenen. Deze vergelijking bepaalt de kans om intelligent leven van buitenaardse oorsprong te ontdekken.

De Drake–vergelijking is:

 

N = S x W(Z) x W(P) x W(A) x W(L) x W(I) x W(T)

 

S = aantal sterren

W(Z): waarschijnlijkheid dat de ster van het zonachtige type is.

W(P): waarschijnlijkheid dat er planeten rond die sterren draaien.

W(A): waarschijnlijkheid dat er planeten van het aardachtige type zijn.

W(L): waarschijnlijkheid van aanwezigheid van leven

W(I): waarschijnlijkheid dat het leven intelligent is.

W(T): waarschijnlijkheid dat er op dit moment leven is (de juiste tijd).

 

Daar een zonnestelsel uit meer dan 1 atoom bestaat, en de mogelijke kansen om hemoglobine te maken (een van de meest levensnoodzakelijke eiwitten voor de meeste dieren en de mens) het aantal atomen in het heelal met een factor 10664 overtreft, hoeven we ons niet meer druk te maken over de andere factoren. De factor W(L) is immers zo klein dat we mogen stellen dat hij 0 is, W(I) is op aarde ongeveer 1/ 100.000 (daar er op aarde maar 1 soort intelligente wezens leeft, namelijk de mens, en men het aantal verschillende soorten dieren op 100.000 schat). U begrijpt dan dat de andere factoren daarmee volledig zijn uitgeteld. We kunnen er zeker van zijn, N wordt zo klein dat er in feite door toeval geen kans op leven is; daarom kunnen we er van uitgaan dat er geen buitenaards leven is tenzij God het anders gewild heeft.

Nemen we voor:

  1. het aantal sterren S het aantal atomen in het heelal,
  2. voor W(L) de kans voor het maken van hemoglobine.
  3. En voor alle andere factoren 1
  4. dan wordt de kans:

N = 1080/4,6 x 10744 = 1 / 4,6 x 10664

Opmerking:

De Drake vergelijking is ondertussen al enige jaren oud. In een rapport van 2004 vinden we nog enkele factoren die Drake niet in zijn vergelijking had opgenomen. Zo blijkt dat tussen de ongeveer 100 planetenstelsels die, op dat moment, rond sterren gevonden zijn, er geen enkel is, waarbij de planeten min of meer cirkelvormige banen beschrijven. Dit is wel een zeer bepalende factor om leven te vinden. Te excentrieke banen geven een zeer groot temperatuursverschil.

In hetzelfde rapport vinden we ook een vergelijking van de kortste afstanden van de planeten tot de ster waarrond ze draaien. Ook hier springt ons zonnestelsel uit de band. Deze factoren zetten de astronomen er toe aan om af te zien van de parameters van ons zonnestelsel om de vorming van planetenstelsels te verklaren. Ons zonnestelsel is schijnbaar een buitenbeentje!

Ref.: "How special is our Solar System?" M.E. Beer, A.R. King, M. Livo and J.E. Pringle - Juli 2004

Vergelijken we even met de kansen bij de Lotto

De kans om de lotto te winnen met 1 x 6 kruisjes in 42 vakjes te zetten is:

  • N(eerste cijfer is één van de 6 juiste cijfers) = 6/42
  • N(tweede cijfer is één van de 5 resterende juiste cijfers, gegeven dat het eerste cijfer juist is) = 5/41
  • N(derde cijfer is één van de 4 resterende juiste cijfers, gegeven dat de eerste 2 cijfers juist zijn) = 4/40
  • N(vierde cijfer is één van de 3 resterende juiste cijfers, gegeven dat de eerste 3 cijfers juist zijn) = 3/39
  • N(vijfde cijfer is één van de 2 resterende juiste cijfers, gegeven dat de eerste 4 cijfers juist zijn) = 2/38
  • N(zesde cijfer is het resterende juiste cijfers, gegeven dat de eerste 5 cijfers juist zijn) = 1/37

NLotto= 6/42 * 5/41 * 4/40 * 3/39 * 2/38 * 1/37 = 720/3776965920 = 1/5245786.

NLotto = 1/5.245.786= 1 / 5,2 x 106

 

  • Toeval = waanzinnig groot geloof!!!

 

Wat is de motivatie om leven in het heelal te zoeken?


Dit zoeken kost handenvol geld. Communiceren zullen we nauwelijks kunnen. Radiogolven gaan immers maar even snel als het licht, en de dichtstbijzijnde ster staat bijna 5 lichtjaar van ons verwijderd. Een bericht over en weer kost dus minimum 10 jaar. Daarbij komt de vraag: is daar leven en zullen we mekaar kunnen verstaan?


Gaat het niet alleen om het feit dat men denkt God hiermee weg te cijferen?

Nasca een landingsbaan?

Was NASCA een landingsbaan voor astronauten zoals Erich Von Danicken beweerde?

De betekenis en het doel van de tekeningen in de Nasca-woestijn zijn reeds vele jaren een onderwerp van speculatie. Men heeft o.a. beweerd dat het zou gaan om landingsbanen van ruimtetuigen. Nu is het zo dat een woestijn die enkel uit zand en keien bestaat zich m.i. niet echt leent tot het gebruik als galactische luchthaven. Trouwens de tekeningen zijn het resultaat van gegraven greppeltjes gevuld met keien tot een bol oppervlak. Niet echt bevorderlijk voor de levensduur van het landingsgestel van een vlieg- of ruimtetuig (spaceshuttle).

Een andere reden is dat sommige rechte stroken, die tot 7km lang kunnen zijn, helemaal niet vlak liggen! Sommige beginnen en eindigen op een redelijk steile helling! Een meer gevaarlijke landingsbaan kan men zich nauwelijks voorstellen!

Vanuit de hedendaagse ervaring met navigatie en ruimtevaart kunnen we ook besluiten dat dit soort tekeningen helemaal geen waarde heeft voor de ruimtevaart. Ze kunnen hooguit een baken zijn voor sportvliegtuigjes zonder moderne navigatieapparatuur.

Hebben we een andere verklaring? Het blijkt dat de mensen van Nasca de zon als god aanbaden. In die zonnecultus dachten ze dat een mens na het sterven terug naar die god ging.

De plaatselijke bevolking weefde (en doet dat nog steeds) een satijnachtige stof. Met die stof zou men luchtballonnen kunnen maken. Men veronderstelt dat men warme-luchtballonnen gebruikte om… de lichamen van de gestorven mensen terug naar god te zenden. Op de begane grond werd de ballon gevuld met hete rook van een vuur. Dan steeg hij op en werd door zijn donkere kleur door de zon verder opgewarmd, waardoor hij in de lucht bleef. De constante westenwind dreef de ballon naar de Stille Oceaan, waar hij tegen de avond waarschijnlijk in het water zal gevallen zijn. Deze samenloop van omstandigheden zette de gedachte, dat de doden terugkeerden naar de zon, waarschijnlijk heel wat kracht bij.

In 1974 hebben de onderzoekers Julian Nott en Jim Woodman met de materialen die bekend waren bij het oude Nasca volk, zulk een ballon gemaakt en ook een testvlucht. Met twee personen op de rieten trapeze onder de ballon geraakten ze 200 m hoog. Zo konden ze het lijnenpatroon mooi overzien. Doch door een windstoot zijn ze terug naar beneden gekomen en bij de abrupte botsing met de begane grond was de ballon zijn passagiers verloren en steeg hij ongeladen terug op naar een hoogte van 500 m…4

 

Dus: De tekeningen van de Nasca-woestijn waren niet bestemd als indicatie voor een interstellaire luchthaven, maar waren het resultaat van de uitingen van de godsdienstige overtuigingen van de plaatselijke bevolking. En die bevolking heeft hierbij waarschijnlijk gebruik gemaakt van een technologie die we helemaal niet van zulk een oud volk verwachten.


Helaas is de BBC documentaire over Nasca van het web gehaald.

To top

1 Gegevens van de onderzoeken naar telnomeren…

2 Scientific American feb 1991 'In the beginning', National Geografic maart '98

3 Hiermee is meteen een zeer voorzichtige grootteorde gegeven voor de variabele W(L) in de Drake vergelijking.

4 Bron: Jim Woodman, Nasca, Journey to the sun, New York, Pocket Books (Simson & Schuster), pp 50-55.