Het ontstaan van aardolie


Volgens de evolutietheorie neemt het ontstaan van aardolie miljoenen jaren in beslag. Tot voor enkele jaren kon dit niet weerlegt worden....

"Zelfgemaakte aardolie"

Tot voor kort kon men de productie van aardolie niet imiteren. Doch door onderzoeken van een Duitse universiteit is daar verandering in gekomen. Men kan nu van gedroogd slib, dat afval is van waterzuiveringsinstallaties, een soort dieselbrandstof maken.

Het slib wordt gedroogd en in een zuurstofvrije tank op een temperatuur van 450°C gebracht. Er is geen nood aan hoge druk, het proces gebeurt op ongeveer atmosferische druk. Ongeveer 50% van het slib wordt hierdoor verdampt. Die damp wordt rechtstreeks door water afgekoeld. Hierdoor ontstaat een mengsel van water en olie dat onmiddellijk daarna gescheiden wordt. De olie wordt in een tweede tank gevoerd. Door de hoge temperatuur (ook 450°C) verdampt de olie onmiddellijk. Hier wordt deze 'damp' gecatalyseerd door de as van het slib tot hoofdzakelijk rechte koolwaterstof moleculen. Weer wordt de olie rechtstreeks door water afgekoeld. De olie-water combinatie die hierdoor ontstaat, wordt ook 'ontwaterd' en gefilterd in een centrifugaal afscheider. Het hele proces kan continue gebeuren, met een doorlooptijd van ongeveer een half uur. Door de olie een tweede maal te verdampen en dan in contact te brengen met de as van het slib, wordt deze veel minder viskeus (vloeibaar) en krijgt hij ook een betere verbrandingswaarde. De uiteindelijke olie heeft een viscositeit kleiner dan 30 cSt en een verbrandingswaarde groter dan 35 Mj/Kg.

ESI heeft de eerste industriële installatie in Australië begin 1998 opgestart als een onderdeel van een groot waterzuiveringsstation. Het gehele complex brengt, behalve zuiver water ook de hierboven besproken olie en as in vaste vorm voort. De olie wordt gebruikt om de installatie te voeden (warmte) en een dieselgenerator van 1MW en eventuele overschotten worden verkocht.

In België werd het slib tot 1998 veelal gebruikt als meststof in de landbouw. Dit is nu echter verboden door de milieuwetgeving. Momenteel wordt het slib verbrand of gestort op klasse 2 storten. Slib bevat ongeveer 60% organische bestanddelen, deze komen in aanmerking voor de omzetting tot olie, de overige 40% zijn anorganische bestanddelen die zowel bij verbranding als bij omzetting tot olie als as overblijven.

Wie tussen de regels door heeft gelezen, zal waarschijnlijk opgemerkt hebben dat de combinatie slib en warmte de noodzakelijke parameters zijn om olie te maken. Dit kan even goed in de natuur zo gebeuren. Veel tijd is er niet voor nodig, de nodige warmte kan voortkomen van de rottingsprocessen en van de geothermische warmte.

Diesel uit koolzaad

Anno 2002 heeft men een ruime ervaring met het omzetten van plantaardige oliën tot dieselbrandstof. Het proces is goed gekend, de prijs staat echter nog in de weg om een echte doorbraak van deze 'schone' dieselbrandstof in grote hoeveelheden aan te maken. Toch blijken er in Duitsland reeds meer dan 100.000 auto's op deze brandstof te rijden. Koolzaadolie is als grondstof zeer geschikt voor de omzetting van de olie naar dieselbrandstof, maar ook zonnebloemolie en sojaolie , eventueel gecorrigeerd met een mengsel van palmolie en talg/smout, of zelfs gebruikte olie kan worden bediscussieerd. Uit koolzaad kan men bijvoorbeeld een diesel maken met de volgende eigenschappen:

  • cetaangehalte 58
  • geen zwavel, geen aromaten
  • zeer goede emissiewaarden met oxidatie catalysatoren
  • biologisch afbreekbaar, niet giftig
  • hoog zuurstofgehalte (11%)
  • exorbitante smeereigenschappen
  • geschikt voor de inzet in de winter tot –22°C

zodat zonder twijfel van een "super diesel" kan worden gesproken.

Aardolie en de zondvloed

Beide processen passen uitstekend in de zondvloedtheorie, waar enorme vloedgolven voor grote hoeveelheden organisch afval kunnen gezorgd hebben. Op plaatsen waar dit door de wind en de stroming van het water samengehoopt werd en later door slib en slijk bedolven werd, kan de aardolie ontstaan zijn.1

Deze theorie is veel aannemelijker dan een theorie waar de bedekking van de organische materialen duizenden jaren geduurd heeft. Immers onder die omstandigheden is het organisch materiaal gerot alvorens het tot olie, gas of steenkool wordt omgezet.


CEN Tech 8-1 f 37

1 Dit is een verschijnsel dat werd waargenomen bij de vulkaanuitbarsting van Mount St. Helens in 1980.

To top