Dino's in de Bijbel


Inleiding

U hebt ze waarschijnlijk ook leren kennen: de stegosaurus, de tyrannosaurus, de brachiosaurus, plesiosaurus.... Voor de meesten onder ons zijn de dinosaurussen nieuw, maar volgens de geleerden zijn ze stokoud ( tussen de 225 & 65 miljoen jaar oud). Voor vele christenen rijst de vraag: waar en hoe moeten we die dieren plaatsen in Gods schepping?

Laten we eerst eens kijken wat de Bijbel ons vertelt over de dinosaurus. Misschien zegt u onmiddellijk: niets! Inderdaad, in onze NBG vertaling vindt u geen enkele referentie naar het woord dinosaurus, maar het is echter zo dat er hier en daar vertaalproblemen zijn met de dierenamen uit Gods woord.

Nijlpaard of behemot?

We kennen allemaal het nijlpaard en de krokodil uit Job 40 & 41, maar hebt u zich nog geen vragen gesteld als u dit aandachtig las. Laat ons Job 40:12 eens opslaan:

Hij spant zijn staart als een ceder,

de spieren zijner dijen zijn samengestrengeld.

Het zou hier volgens onze vertaling over het nijlpaard gaan, maar hebt u de staart van het nijlpaard al eens met een ceder vergeleken? Een ceder kan tot 25 tot 40 m hoog worden met een stam van een diameter van 3 tot 4m. Weinig gelijkenis, vindt u niet? Moest hier staan : Hij spant zijn staart als een rietstengel of... gaat het hier over een ander dier? De statenvertaling vertaalt het oorspronkelijke Hebreeuwse woord voor nijlpaard niet, daar noemt men het dier met de Hebreeuwse naam: behemoth (Job 40:10). Tussen de momenteel levende dieren vinden we geen dier dat voldoet aan de complete beschrijving. Maar als we wat speuren tussen de "bekende" dinosaurussen vinden we enkele kandidaten die aan de gehele beschrijving voldoen:

  • De apatosaurus (voorheen brontosaurus genaamd) die een grote staart had, leefde van groen en woog ongeveer 30 ton (een olifant weegt ongeveer 5 ton).
  • De ultrasaurus die tot 18m hoog en 30m lang kon worden en met een gewicht van 136 ton, was ook een planteneter met een enorme staart.
  • De brachiosaurus , 12m hoog, 23m lang en 60 a 70 ton zwaar.
  • De diplodocus

Waarschijnlijk zijn er nog meer, maar deze vier komen alleszins al in aanmerking voor de titel behemoth omdat ze een fameuze staart hebben, omdat ze planteneters zijn en omdat ze wegens hun totale omvang geen probleem zouden maken als de Jordaan tegen hun muil zou bruisen. Het woord behemoth komt slechts eenmaal voor in de bijbel.

Krokodil of leviathan

Onze volgende kandidaat is de krokodil uit Job 40:20 tot 41:25. Haar Hebreeuwse naam is leviathan en met die naam komt ze minstens 4 maal in de bijbel voor: Job 40:20 tot 41:25, Psalm 74:14, 104:26 en Jesaja 27:1. Indien we van de veronderstelling uitgaan dat het hier om een bepaald dier gaat en niet om een soort (zoals de herkauwers) kunnen we bij de beschrijving uit Job ook nog de eigenschappen uit de andere teksten voegen. De leviathan was een waterdier want Job 40:20 vraagt de lezer of hij het dier met een vishaak kan optrekken. Psalm 104 leert ons dat hij in de zee leefde en volgens de passage in Job is hij een verschrikking (41:5), zwaar gepantserd (41:4), een vuurspuwer (41:10) ruw aan de onderzijde (41:21) een brok energie (41:22) en zonder vrees (41:25). In sommige opzichten zou de krokodil wel in aanmerking kunnen komen om aan deze beschrijving te voldoen, maar de krokodil leeft niet in zee, spuwt geen vuur en is niet ruw aan de onderzijde. Inderdaad , weer geen levend dier dat in aanmerking komt, maar als we bij de fossielen te rade gaan, vinden we wel iets dat in aanmerking kan komen. De elasmosaururs en de plesiosaurus waren beide zeer grote zeedieren en vleeseters die tegenwoordig afgebeeld worden met "verschrikking rond hun tanden". Het is niet moeilijk de zee voor te stellen als een zalfketel met zulk een gevaarte erin.

Job 41:9-12 zegt ons dat het dier in kwestie ook een vuurspuwer is. Dat kan niet, zal u zeggen. Het is inderdaad niet te bewijzen dat een of andere dinosaurus een vuurspuwer zou geweest zijn. Wat we wel weten is dat er nog steeds een dier leeft dat "vuur" hanteert: de bombardeerkever heeft een orgaan waarin door samenbrengen van verschillende chemische stoffen een steekvlam of ontploffing ontstaat. De kever gebruikt dit om zijn tegenstanders op de vlucht te jagen. Nu zijn er ook dinosaurusschedels gevonden waarin zich holtes bevinden die geen bekende functie hebben; de mogelijkheid bestaat dat er zich daar een orgaan bevond dat gelijkt op de "verbrandingskamer" van de bombardeerkever. Voor de volledigheid moeten we toch ook eens rond kijken in de oude wereld: de Chinese (vuurspuwende) draken zijn bij iedereen bekend. De Chinezen staan echter niet alleen met hun draken. De vuurspuwende draak komt in meerdere oude culturen voor: wij kennen de heilige Michael en de Engelsen hebben St. George : beiden versloegen een (vuurspuwende) draak. Draken (al dan niet vuurspuwend) komen verder nog voor in verhalen uit Schotland: het monster van Loch Ness , Japan, Australië, Indië, Zuid en Midden-Amerika waar we bijvoorbeeld op een 'begraafsteen' van de Inca's een Triceratops vinden (zie onderstaande afbeelding). Het is dan ook waarschijnlijk dat deze verhalen voortvloeien uit werkelijke gebeurtenissen.

Draken?

Ook zijn er middeleeuwse wetenschappelijke kronieken die beschrijvingen bevatten over draken (dinosaurussen) o.a. een mogelijke Tanystropeus die door een Italiaanse boer werd opgemerkt en gedood op 13 mei 1572 in de buurt van Bolonge. In de Herentalse stadsrekening van omstreeks 1550 is er een post voor: "Die den draeck droech" en de kerkrekening van 1562-1563 heeft een post voor: "Adriaen, van den draeck den stert ende thooft te vermaken". Wat dit juist beduidt is niet zeker, maar een feit is dat er een draak in het spel (waarschijnlijk een optocht) is.

Het feit dat de leviathan zo uitvoerig behandeld wordt door God, wil mijns inziens onder andere zeggen dat dit dier een redelijke bekendheid genoot. Het zou immers weinig zin hebben te zeggen: Kunt gij met hem als met een vogeltje spelen en hem vastbinden voor uw meisjes. Als je nog nooit een leviathan gezien hebt, kan je daar geen antwoord op geven. We mogen dus veronderstellen dat de dinosaurussen tezamen met de mensen geleefd hebben, en dat het nog niet zo lang geleden is dat de laatste(?) van hun soort verdwenen zijn.

Tanniyn of pleisiosaurus?

 We hebben tot nu toe vijf schriftgedeelten gevonden met een mogelijke hint naar de dinosaurussen. Dit is echter nog maar het topje van de ijsberg! Nu gaan we wat dieper in op een Hebreeuws woord dat 27 maal in het oude testament voorkomt en waar de vertalers ook niet echt raad mee weten.

In de Bijbel komen heel wat beschrijvingen van dieren voor, deze zijn meestal zeer nauwkeurig. Soms worden de dieren op een wat andere manier bekeken dan wij dit tegenwoordig in de biologie doen, maar de informatie over het dier is steeds correct. Om deze reden ,en om het feit dat wij geloven dat de bijbel betrouwbaar is, zullen we deze redenering toepassen op onze volgende kandidaat dino. Deze is de Hebreeuwse tanniyn. Deze naam komt, zoals reeds gezegd, minstens 27 maal voor in het oude testament; de vertaling is echter niet steeds dezelfde:

 

  • 1x groot zeedier
  • 1x walvis
  • 3x draak
  • 3x (zee)monster
  • 6x slang
  • 13x jakhals

 

Daar de vertaling van dit woord niet steeds hetzelfde is, blijkt dat het niet klaar en duidelijk is over welk dier het hier gaat. Het gaat misschien over een dier dat nog niet zo lang geleden herontdekt is, zoals de dinosaurus die zijn naam pas kreeg rond de jaren 1800, of zelfs over een dier dat nog niet bekend is bij ons. Ook moeten we ons de volgende vraag stellen: Gaat het hier over een bepaald dier, of over een soort? Laten we eens enkele teksten van naderbij bekijken.

De eerste maal dat we tanniyn tegenkomen is Gen 1:21: Toen schiep God de grote zeedieren (tanniyn) en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag dat het goed was. Drie dingen moeten we hier onthouden: God heeft die dieren gemaakt en gezien dat het goed was. Zij leefden (volgens dit vers onder andere) in het water, want daartoe heeft God hun geschapen en tenslotte waren er blijkbaar grote en kleine want hier staat expliciet (nader omschreven) "grote" tanniyn. In Jeremia 14:6 staat: en de wilde ezels staan op de kale heuvels te happen naar lucht, gelijk de jakhalzen (tanniyn), hun ogen smachten, omdat er geen kruid is. Hieruit kunnen we opmaken dat de tanniyn opvallend moet geademd hebben, misschien zoals een walvis naar lucht hapt iedere keer hij boven water komt (het is mij niet bekend dat jakhalzen naar lucht happen).

Job 7:12 zegt: Ben ik de zee of een zeemonster (tanniyn), dat gij een wacht tegen mij zet? Hier kunnen we veronderstellen dat de tanniyn bij gelegenheid al eens uit de zee kwam (de wachter kon dan de anderen alarmeren om redding te zoeken). Jeremia 51:34 ... hij heeft mij ingeslokt als een draak. .. Het gaat schijnbaar toch om een dier van zeker formaat als het zomaar een mens inslikt. Dat het hier over nogal bloeddorstige vleeseters gaat, kunnen we ook opmaken uit het verhaal van de staf van Mozes (Ex 7:9-12) waar tanniyn als slang vertaald wordt. Er waren waarschijnlijk ook giftige exemplaren: het woord slangenvenijn uit Deut 32:33 is eigenlijk gif van de tanniyn.

Blijkbaar zoogde de tanniyn ook haar jongen: Klaagliederen 4:3 Zelfs jakhalzen (tanniyn) reiken de borst, zij zogen haar jongen... Dit wil daarom nog niet zeggen dat het echte zoogdieren waren zoals deze tegenwoordig ingedeeld worden, maar we mogen er wel van uitgaan dat jongen gevoed werden door de moeder (volgens de wetenschap zijn de dinosaurussen geen zoogdieren, ze zouden eieren leggen).

De vasteland exemplaren leefden gewoonlijk in verlaten gebieden, woestijnen. Dit kunnen we afleiden uit Jeremia 9:11, 10:22, 49:33, 51:37 & Jesaja 13:22, 35:7, 43:20 (op deze plaatsen werd tanniyn vertaald als jakhals).

De geluiden die ze maakten moeten bekend geweest zijn vanwege hun weemoedig karakter want in Micha 1:8 spreekt men over het uitstoten van jammerklachten als de tanniyn (jakhals). Het Hebreeuwse woord voor jammerklachten is afgeleid van het rouwen in zak en as. In Jesaja 13:22 huilen de wilde honden in de burchten en de tanniyns (jakhalzen) in de paleizen van wellust... (kunt u de akelige sfeer proeven?)

Over het uitzicht kunnen we niet veel terug vinden. In Ezechiel 29:3&4 kunnen we lezen over de schubben van de tanniyn (monster uit vers 3).

Mens en dino (gezellig) samen

De vraag rijst hoe de mens samen met zulke monsters op aarde kon leven. Hier komt God op het toneel: Psalm 91:13 zegt ons: Op leeuw en adder zult gij treden, ofwel: de jonge leeuw en tanniyn zult gij vertrappen (als gij de Here tot uw schutse stelt (vers 9)). Ook deze monsters moesten (of moeten) God loven: de zeedieren uit Psalm 148:7 zijn ook tanniyns.

Hoe komt het nu dat deze dieren niet meer leven? Het antwoord vinden we onder andere in Psalm 74:13 die ons leert dat God de koppen der tanniyns (draken) verbrijzelt. Jesaja 27:1 zegt dat God de tanniyn (monster) in de zee zal doden.

U ziet het, we komen hier tot een aantal eigenschappen die we niet aan een bekend of levend dier kunnen toekennen. Uit de hierboven aangehaalde verzen kunnen we besluiten dat het niet over een enkel dier maar over een soort gaat. Het zou wel eens over de dinosaurussoort kunnen gaan.

Voor alle duidelijkheid nog even iets over de dinosaurussen. Niet alle families waren even groot als degene die momenteel de media halen. De meeste van de 600 bekende dinofamilies waren van formaat te plaatsen tussen een kat en een paard, er waren er ook nog kleinere, er waren zowel planten- als vleeseters. Er waren er die op land leefden, er waren waterdieren en zelfs vliegende soorten. Dit is hoe de wetenschap er momenteel over denkt. Wat is nu de definitie van een dinosaurus? Een van de eigenschappen van de dinosaurus is de positie van de armen en benen. Bij de dinosaurus steunen deze het geraamte langs onder; bij reptielen is dit langs opzij (vergelijk de bouw van een koe met die van een krokodil) Dit heeft een belangrijke invloed op hoe het dier zich voortbeweegt. Er zijn geen soorten bekend die een overgangsvorm zijn tussen de hagedisachtigen (reptielen) en de dinosaurussen want hun geraamtes zijn te verschillend. Dit is een probleem voor de aanhangers van de evolutietheorie.

Het is belangrijk dat wij als christenen niet de fout maken om de soort die we in de bijbel als tanniyn omschreven zien nu integraal aan de dinosaurussen toe te kennen. Het is goed mogelijk dat de indeling van de soorten door de huidige wetenschap anders is dan classifikatie die door de mensen uit de oudheid gemaakt is. We moeten proberen om al onze kennis te vergelijken met wat de bijbel ons leert en inzien dat de bijbel geen wetenschappelijk werk is, maar wel nauwkeurig en juist is wat betreft de beschrijving van dingen die in onze maatschappij onder de wetenschappelijke noemer vallen

Referenties

Voor de geïnteresseerden hieronder een de lijst van de verzen waar het tanniyn voorkomt:

Genesis 1:21 Exodus 7:9 Exodus 7:10 Exodus 7:12 Deuteronium 32:33 Nehemia 2:13 Job 7:12 Job 30:29 Psalm 44:19 Psalm 74:13 Psalm 91:13 Psalm 148:7 Jesaja 13:22 Jesaja 27:1 Jesaja 34:13 Jesaja 35:7 Jesaja 43:20 Jesaja 51:9 Jeremia 9:11 Jeremia 10:22 Jeremia 14:6 Jeremia 49:33 Jeremia 51:34 Jeremia 51:37 Klaagliederen 4:3 Ezechiel 29:3 Micha 1:8

 

 

 

 

bronvermelding: The remarkable record of Job & The biblical basis of modern science van H. M. Morris, The answers book van Ham, Snelling & Wieland, Kinderen ontdekken... Prehistorische dieren Time Life.

 


meer info over Dino's door Joachim Scheven

Lijst van Dino's