Bedenkingen in verband met de antropologie


De paleo-antropologische vraagtekens in de evolutie van de mens.

De paleoantropologie houdt zich bezig met het onderzoeken van de fossiele overblijfselen van de mens: het onderzoek van schedels, (fragmenten) van skeletten.

Onenigheid

In een cursus over evolutie uit het jaar 1979, geschreven door Ayala en Valentine, verzekeren de auteurs: "Je mag er zeker van zijn dat de vlinder en de mens afstammen van een gezamenlijke voorouder, heel waarschijnlijk een klein wormachtig zeediertje dat op een platworm lijkt." Zulk een verklaring heeft geen enkel op ervaring gesteund bewijs, en moet dus in geloof aanvaard worden. Wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat de oorsprong en de complexiteit van de biologische wereld niet kunnen verklaard worden door de principes van Darwin.

Daar wetenschap gevonden wordt in wetenschappelijke vakbladen, en de bewijzen van de leer van Darwin daarin ontbreken, is de leer van Darwin geen wetenschap.1

In het wereldbeeld van de evolutionist past enkel de vraag hoe de evolutie juist gebeurd is. Het alternatief, de schepping, is een banvloek voor de naturalist. Daarom is het zo dat de niet-kerkelijke gemeenschap zal doorgaan met het - als feit - verkondigen van de evolutie van de mens uit lagere dieren. In het vakgebied van de antropologie moet men met zo weinig gegevens en zo weinig fysische bewijzen werken dat dit leidt tot allerhande dogmatische stellingen, die in geloof dienen aangenomen te worden.

Wat weten we over evolutie in het antropologische vakgebied?

In december 1996 zei wijlen Mary Laekey, een wereldautoriteit onder de paleoantropologen en archeologen: "Al die stambomen van onze voorouders, met hun takken en verdelingen, dat is een hele boel onzin!" Onzin, maar als feit onderwezen op onze scholen en in de media! Op bijna hetzelfde tijdstip publiceerde Carl Swisher van het Berkley Geochronology center resultaten van zijn onderzoeken die de antropologische wereld op zijn kop zette.2

Waarom? Swicher plaatste, aan de hand van zijn onderzoeken, de man van Java (homo erectus), "in het tijdperk van de moderne mens (= de laatste 10.000 jaar)... en hij spreekt stamvaderlijke relaties tegen."3

Het grootste deel van wat we zien in de wetenschappelijke (tv)programma's en wat we lezen in wetenschappelijke bladen is kunstzinnige (plastische) speculatie. Boyce Rensberger schreef in Science Digest in 1981 het volgende:

"Spijtig genoeg is het grootste deel van de bijdragen van de artiesten meer gebaseerd op verbeelding dan op feiten. Slechts een handvol natuurhistorische experts begint met fossiele beenderen van een mensachtige en werken daaruit verder... Veel van het reconstructiewerk blijft echter gissen. Beenderen zeggen niets over de vleselijke delen zoals neus, lippen of oren. Artiesten moeten iets maken tussen een aap en een menselijk wezen; naarmate het exemplaar ouder zou zijn maken ze het meer aapachtig... Beharing is puur toeval. Deze gissende werkwijze leidt dikwijls tot fouten."

Deze openbarende quotatie is ondersteund door artiest John Gurche die met betrekking tot zijn werk aan de australopithecus afaranis in de National Geografic van maart 1996 zegt: "Het was mijn bedoeling om een menselijke ziel in dit aapachtig gelaat te leggen, om zo aan te duiden waar hij naar toe ging."

De toestand anno 2000

De stamboom van de mens ziet er op dat moment akelig kaal uit:

  1. Ramapithecus - een grote aap, geen mensachtige
  2. Piltdown man - de grote paleontologische grap: de ontdekker hiervan wilde met een vervalsing (kaak van een aap en een stuk schedel van een mens, beide chemisch bewerkt) financieel voordeel en erkenning behalen. De extase rond deze 'vondst' was zo groot dat er een 500 doctoraten over gemaakt werden4. De vervalsing ging een 50-tal jaar mee!
  3. Nebraska man - uitgestorven zwijn: één tand was aanleiding tot het maken van een tekening van vader – moeder en kind oermens. Die tekening werd gepubliceerd in tijdschriften en kranten en in een bepaald geval zelfs over een dubbele bladzijde van de krant. Bij nader onderzoek bleek het te gaan om een tand van een uitgestorven zwijn. Dit laatste feit haalde, in tegenstelling tot de vondst bijna geen belangstelling. (meer info ...)
  4. Cro-Mangon man - niet te onderscheiden van de hedendaagse mens
  5. Homo habilis - In 1992 schreef Dr. Ian Tattersal in "Evolutionary Anthropology" "... het wordt steeds duidelijker dat Homo habilis een prullenmand is geworden van een bonte mengeling van mensachtige fossielen uit het late Plioceen en het vroege Pleistoceen... "
  6. Neanderthaler - Onderzoeker L.A. Yaroch schreef in "The Yearbook of Physical Antropology" dat: "het unieke van de Neanderthalers overdreven blijkt te zijn... " Zij waren volledig menselijk.
  7. Australopithecus (o.a. Lucy) - De auteurs van een biologietekst uit 1995, gepubliceerd door Prentice Hal, verklaren: "tegenwoordig kunnen wetenschappers niet meer tot een akkoord komen hoeveel exemplaren er zijn van de Australopitthecus en of ze nu wel of niet voorouders van de mens zijn. Een reden daarvoor is misschien dat ze zo erg op een aap lijken. "

Het rechtop lopen van deze wezens is waarschijnlijk overdreven en is helemaal geen reden om te speculeren dat ze op weg waren om mens te worden: de pygmee chimpansee loopt ook rechtop. De Australopitthecus anamenis van Kenia werd ontdekt in augustus van 1995. Maar dit wezen zou 4.000.000 jaar geleden geleefd hebben, tezamen met andere 'vroege voorouders' van de mens de Ardipitheucus ramidus wat volgens het "Worldbook Science 1997" voor een interpretatieconflict zorgt.

In mei 1997 werd de homo antecessor uit Spanje gerapporteerd. Maar eens te meer is er een probleem volgens Science Magazine: "Maar deze mensen identificeren als een nieuwe soort, om maar niet te spreken van het feit dat ze een sleutelpositie zouden innemen in het ontstaan van de mens, is zeer controversieel... En er is meer, als de homo antecessor inderdaad de laatste gezamenlijke voorouder is van de Neanderthalers en de huidige mens, dan zou deze de twee andere favoriete mededingers van hun plaats op de hoofdlijn van de menselijke stamboom dringen."

Twee maanden later rapporteerde Scientific American de ontdekking van de Mortopithecus homnoid (deze term omvangt zowel de grote apen als het menselijk ras) van Oeganda (Oost Afrika). In het rapport stond het volgende: "...de jury zoekt nog steeds naar de rol die de aap van Moronto, als die dan al een rol heeft in onze ontstaansgeschiedenis."

In 1994 kon men in een uitgave van Time magazine lezen: "Toch is, ondanks een eeuw graven, het fossielenregister verbazingwekkend dun gezaaid. Er zijn zo weinig aanwijzingen dat zelfs een enkel been dat niet in het beeld past alles kan omwoelen. Praktisch elke serieuze ontdekking heeft diepe barsten nagelaten in de overeengekomen wijsheid en heeft de wetenschappers ertoe gedwongen om nieuwe theorieën te brouwen, temidden van hevige debatten.

Dit 'dun gezaaid zijn' is eigenlijk met een korreltje zout te nemen: het Britisch Museum heeft in de jaren zeventig, de tot nu toe enige cataloog van menselijke fossielen uitgegeven. Er zijn ongeveer 4000 items in beschreven. Sindsdien zijn er nog minstens 2000 fossiele resten opgegraven.5 Wat men eigenlijk bedoelt is dat er maar weinig fossielen zijn die van dienst kunnen zijn voor het bewijzen van de evolutietheorie. Immers de meeste fossielen zijn niet oud genoeg en wijzen naar mensen zoals u en ik!

 

De toestand anno 2007

Er zijn nu een aantal groepen overblijfselen beter gedefinieerd.

  1. Australopithecus - hieronder vallen tenminste 4 kleinere mensaap-achtigen. De schedelinhoud varieert van 350 tot 600 ml. Bekende vondsten zijn Lucy en het Taung-kind. Het verwantschap met de meer ontwikkelde (= meer mensachtige) soorten is onbekend; er zijn minstens zes modellen voorgesteld.
  2. Homo habilis - dit is nog steeds een controversiële soort. De definitie is niet eenduidig; er wordt nogal wat gediscussieerd over welke vondsten er wel of niet toe behoren. De schedelinhoud varieert van 500 tot 800 ml. Bekende vondsten zijn deze van Louis Leakey in 1959 in Tanzania.
  3. Homo erectus - de gestalte lijkt al wat meer op die van de moderne mens. De schedelinhoud varieert van 750 tot 1200 ml. Bekende vondsten zijn de Java- en de Peking mens, maar zowel vanuit Azië, Afrika als Europa zijn er aspiranten voor deze soort. De definitie is ook niet eenduidig. Volgens sommigen zou deze soort de overgang vormen tussen de Homo habilis en de moderne mens.
  4. Archaïsche Homo sapiens - dit is een nieuwe groep. Men denkt dat deze dichter bij moderne mens staat dan de Homo erectus. De schedelinhoud varieert van 1100 tot 1750 ml. Bekende vondsten zijn er in overvloed vanuit Azië, Afrika, het Midden Oosten en Europa. De Neanderthaler behoort tot deze soort en zou volgens de huidige inzichten niet te onderscheiden zijn van ons.

Enige vooruitgang is merkbaar. Een aantal groepen zijn verdwenen, daarvan was duidelijk dat het niet om mensachtigen ging. Andere groepen zijn beter gedefinieerd, toch blijft de kloof tussen de moderne mens en zijn verhoopte voorganger groot.

Uitkomst in het zicht?

Zal de nieuwe moleculaire antropologie hulp verlenen in de orde van het zogenaamde menselijke verleden? In het artikel "Een genetisch perspectief van de geschiedenis van de mensheid" schrijft Dr. Takahata dat: "Zelfs met DNA-gegevens hebben we geen directe toegang tot het evolutieproces. Dus een objectieve reconstructie van het verdwenen verleden kan alleen door creatieve verbeelding."6

In 1992 rapporteerde Bernard Wood in Nature dat "het opmerkelijk is dat de systematiek en de ontwikkeling van de eerste vertegenwoordiger van onze soort 'Homo' onbekend blijven. Vooruitgang in dateringstechnieken en herschikking van de fossielen zelf, hebben er niet toe bijgedragen om een simpel evolutiemodel op te zetten, in hetwelk homo habilis de opvolger is van australopithecines om daarna te evolueren via homo erctus naar homo sapiens: een duidelijke consensus is nog steeds niet voorhanden."

Taalvaardigheden bij onze voorvaderen

De tong is een belangrijk instrument bij het spreken. Omdat een mensentong, vanwege de spraak, tot veel meer in staat moet zijn dan de tong van een dier of een mogelijke niet sprekende voorouder, moet dit te zien zijn in de grootte van de zenuwen die de tong sturen.

Deze zenuwen lopen door het hypoglossal zenuwkanaal, een doorgang die enkel door die zenuw gebruikt word.

Een onderzoek naar de grootte van die doorgang van de tongzenuwen in de schedel, geleid door Richard Kay van 'Duke university' iin Durham. Noord Carolina gaf het volgende resultaat.

Soort / grootte

Niet in verhouding

In verhouding tot het gewicht

Mens

1

1

Chimpansee

0.54

0.55

Pygmee chimpansee

0.4

0.55

Gorilla

0.75

0.55

Indien we de gemiddelde doorsnede van het kanaal voor de mens als norm stellen (=1) dan is de doorsnede van de doorgang voor de aapachtige af te lezen in de eerste kolom. Herrekenen we die doorsnede dan tot verhouding van het gewicht van de eigenaar dan komen alle niet sprekende apen in de buurt van 0,55. We kunnen hieruit besluiten dat deze gegevens in verband staan met het al of niet spreken.

Met deze kennis op zak ging men ook de schedels van enkele van onze fossiele 'voorvaderen' onderzoeken.

Soort / grootte

specifiek

In verhouding tot het gewicht

Australopiticus

Homo Habilis

055

Neanderthaler

Chapelle Aux Saints

~1

Neanderthaler

 

~1

Homo Sapiens

 

~1

Midden Pleisostein

Kabwe (Rodhesie)

(Homo Sapiens)

~1

Midden Pleisostein

Swancombe

(Homo Sapiens)

~1

Het mag de lezer duidelijk zijn wat we kunnen leren uit de bovenstaande gegevens: enkel de Australopiticus voldoet niet om de mogelijkheid tot spreken te hebben. Daar de wetenschap ondertussen de gelijkenis tussen Neanderthaler en de moderne mens beaamt, kunnen we gerust zijn dat ook de andere 'soorten' de mogelijkheid tot spraak bezaten.

In deze korte lijst zien we geen evolutie. We kunnen concluderen dat de soorten met het grote hypoglossal zenuwkanaal inderdaad volkomen als spraakvaardig (mens) mogen bestempeld worden.

To top


1 Michael Behe, Commentary, September 1996

2 Newsweek, 23 december 1996

3 Macleans magazine, science section, 23 dec. 1996

4 'The collapse of Evolution' door Scott Huse Backer. Backer Book House: Grand Rapids, MI 1983.

5 Bones of contention.

6 Annual revieuw of Ecolgy and Systematics 1995

7 USA Today 21 maart 2001

8 Language skills in early humans, CEN tech 12(3) 1998, pag 257;

The hypoglossal canal and the origin of human vocal behaviour, Preceedings of the national academy of science 95(5):5417-5419, april 28, 1998.