Wetenschapsfilosofie


Wetenschapsfilosofie is de basis van de gevestigde wetenschap. Het is een soort bril voor de mens om naar de wereld om zich heen te kijken. Deze 'bril' moet gemeenschappelijk zijn om communicatie over het te bestuderen onderwerp mogelijk te maken en hij bestaat daarom uit een aantal stellingen. Maar heb je al eens nagedacht over alle stellingen die deze filosofie inneemt om tot de geldende norm te komen? Op onze site proberen we te tonen dat er een bovennatuurlijke inmenging moet geweest zijn om te komen tot het resultaat dat we in de wereld rondom ons zien. Wij (CreaBel) zien in de natuur het werk van God! Maar 'natuurlijk' is niet 'bovennatuurlijk'! En de wetenschap houdt zich bezig met het natuurlijke, om die reden moest zij het bovennatuurlijke uit haar onderzoeksveld schrappen. Dit gebeurde omstreeks de jaren 1900.

Houdt dit nu in dat het bovennatuurlijke niet bestaat? Geenszins, alleen de wetenschap kan er geen rekening mee houden. En op een manier is dit juist. Bijvoorbeeld: Ik kan geen machines ontwerpen die er van uitgaan dat er op regelmatige basis een wonder zal gebeuren. Ik moet een solide basis hebben, wil mijn apparaat onder alle omstandigheden (waarvoor het ontworpen is) werken. Wonderen zijn het gevolg van een bovennatuurlijke inmenging in onze natuurlijke wereld.

Anderzijds kan ik als schepsel van God, terwijl ik deze machine ontwerp, Hem om raad vragen. Na afloop van mijn dagtaak, kan ik met Hem spreken en mijn leed en vreugde met Hem delen. De God, welke de wetenschap niet wil in rekening brengen, wil immers mijn Vriend en Vader zijn. Hij geeft mij trouwens een reden tot bestaan, ik ben geen toevalsproduct of afstammeling van een aap. Verder kijk ik een hoopvolle toekomst tegemoet in de tegenwoordigheid van Hem die deze wonderbare wereld geschapen heeft.

Volgens ons gaat het mis waar wetenschap geen wetenschap meer is, maar giswerk wordt. Echte wetenschap is gebaseerd op het begrijpen van fysische processen met de mogelijkheid om deze processen te reproduceren. Van zodra wij als mensen stellingen gaan bouwen, begeven we ons op glad ijs. Enerzijds hebben we stellingen die we kunnen onderbouwen met bewijzen, anderzijds zijn er stellingen die we onderbouwen met andere stellingen en op die manier worden dat veronderstellingen. Gaan we nog een stap verder, dan gebruiken we die veronderstellingen om andere stellingen te postuleren en we hebben alle vaste grond onder onze voeten verloren.

Een groot probleem in deze materie is de positie van de wetenschap. De meeste 'gewone' mensen durven niet twijfelen aan hetgeen deze mensen zeggen. Ze hebben inderdaad meestal goed nagedacht over het "wat en hoe" dat ze ons leren en de man in de straat zal dit niet aanvechten al komt enig idee wel eens eigenaardig over.

Hetgeen dat volgt is dat de stellingen en veronderstellingen op den duur een wereldbeeld gaan vormen dat zich in het denken van de mens vast zet. Zowel de wetenschapper als de leek beginnen dan te denken vanuit een bepaalde positie. Uit dat oogpunt willen ze allerlei dingen verklaren en wil er al eens iets niet kloppen, dan wijten ze dit aan het niet bekend zijn van bepaalde feiten of aan een tekort aan wijsheid of kennis. Mijn favoriete voorbeeld hiervoor is Stanley Miller, die tijdens zijn studies, in een oersoepmengsel onder bepaalde omstandigheden, bepaalde aminozuren kon maken. Hij kreeg de kans om zijn verdere leven (meer dan 40 jaar) te wijden aan het verbeteren van zijn proeven. Echter zonder resultaat! Voor de creationist is dit niet verwonderlijk omdat het gewoonweg niet kan. Hoe frustrerend moet het zijn als je op het einde van je leven een zoektocht moet beëindigen door gebrek aan tijd zonder enig resultaat. Maar de aanhouder wint zegt de wetenschap en ze zoekt verder op plaatsen waar je geen oplossing kan vinden. De gekste ideeën over het ontstaan van het leven komen naar boven - het is immers een wonder hoe complex het leven is en hoe snel het ontstaan is ondanks de miljoenen jaren tijd die het van de evolutionisten gekregen heeft. Men luistert bijvoorbeeld al sinds 1959 met radioantennes naar de ruis in de ruimte in de hoop om buitenaards leven te vinden. Tot nu toe geen resultaat buit het feit dat men voor de vasthoudenheid in het Guiness recordbook is geraakt.

Toch is het niet zo moeilijk om te weten waar het leven vandaan komt... God schiep alles en het was er! Simpel, maar wel aanneembaar gezien de feiten die je op onze site vindt.