Woestijnkikkers


Kikkers en padden in de woestijn

 

Het lijkt wel onzin, een kikker kan toch niet leven in de woestijn. Inderdaad, kikkers en padden zijn geen aangewezen woestijnbewoners. Maar blijkbaar is dit niet de manier hoe God er over dacht als Hij de dieren schiep op de vijfde en de zesde dag.

De kikkers en de padden behoren tot de klasse van de amfibieën. Per definitie zijn amfibieën dieren die zowel op het land als in het water leven. Ze hebben een dunne huid, planten zich meestal voort in het water en de larven (= jongen: dikkopjes e.d.) zijn totaal verschillend van de ouders. Ze worden geboren als visachtige schepsels, uit eieren die in het water gelegd zijn, en moeten nog een metamorfose (gedaanteverwisseling) ondergaan vooraleer ze volwassen en geslachtsrijp zijn.

U begrijpt dat deze definitie de natuurliefhebber er niet zal toe brengen om op kikkerjacht te gaan in de woestijn. Toch kan men ze vinden in de Colorado woestijn in Noord Amerika, in de Afrikaanse savanne, in de Zuid-Amerikaanse Gran-Chaco woestijn...

Vooraleer we de woestijnbewoners van naderbij gaan bekijken, vertellen we eerst nog wat over de 'gewone' kikkers. Kikkers en padden onderscheiden zich van elkaar, hoofdzakelijk door de huidstructuur: kikkerhuid is glad, paddenhuid is oneffen. In wat volgt zullen we het steeds over kikkers hebben, maar de meeste zaken zijn evengoed van toepassing voor padden en andere amfibieën.

Dankzij hun dunne huid kunnen de kikkers gemakkelijk vocht opnemen via de huid; hierdoor zal de gewone kikker niet drinken via de mond. Daarom is het noodzakelijk dat kikkers in een vochtige omgeving leven, want indien ze in een droge omgeving zouden leven, zouden ze niet alleen geen vocht kunnen opnemen, maar bovendien zouden ze -vanwege hun dunne huid- des te meer vocht verliezen. Niet alleen de uitwisseling van vocht gaat gemakkelijk door de dunne huid maar ook de gehele stofwisseling tot en met de opname van zuurstof. Er bestaan salamanders die geen longen hebben. Dit is niet omdat ze nog niet zover geraakt zijn door de evolutie, maar omdat God ze zo gemaakt heeft 'naar hun aard'. Om te kunnen leven zonder longen, moet de oppervlakte van de huid ten opzichte de massa van het dier (gewicht) groot zijn. Dit kan enkel bij kleine dieren, die zo min mogelijk de bolvorm benaderen. Daarom is het geen toeval dat juist slanke salamanders het zonder longen kunnen stellen. Voor de evolutionist is de longloze salamander een probleem daar die soort ongeveer 300 miljoen jaar oud zou moeten zijn, en dus liefst uitgestorven...

Terug naar de woestijnkikkers. Uit het bovenstaande hebt u waarschijnlijk de mogelijke problemen voor onze kikkers reeds kunnen afleiden: zonder water geen kikkers... Inderdaad we moeten de kikkers geen kilometers ver in de woestijn gaan zoeken, tenzij er een oase of een bron in de buurt is. Immers indien er nooit water is, kunnen de kikkers zich niet voortplanten omdat de eitjes en de larven dit water nodig hebben. Ook moeten deze kikkers regelmatig vocht kunnen opnemen. De geleerden hadden min of meer verwacht dat de woestijnkikkers hun urine zouden concentreren om zo minder vocht te verliezen bij de afscheiding van de door het lichaam geproduceerde gifstoffen. Sommige woestijndieren zoal de kangoeroerat en de Australische woestijnmuis doen dit. Onze kikkers echter niet: als er geen water voorhanden is, stopt de zuivering van het lichaam en de gifstoffen stapelen zich op in het lichaamsvocht. Ze gebruiken hun urineblaas dan voor de opslag van water in de vorm van verdunde urine. Ook wordt er hormonaal geregeld dat er efficiënter vocht wordt opgenomen door de huid.

Zoogdieren en mensen houden, in een warme omgeving, hun lichaam koel (max. 40°C) door transpiratie. De Californische boomkikker Hyla Cadaverina doet dit ook zo. Hij leeft in de Colorado woestijn waar de temperatuur regelmatig de 40°C overschrijdt, maar de lichaamstemperatuur van de kikker gaat niet boven de 30°C. Om te kunnen transpireren neemt hij tot 25% van zijn lichaamsgewicht aan water mee in zijn urineblaas. Is al het water op, dan gaat de kikker terug naar de bron, neemt een nieuwe voorraad, en gaat terug de bomen in. Hij leeft dus enkel op plaatsen waar een permanente watervoorraad is.

De roodgevlekte pad, Buffo Punctatus leeft ook in de Colorado woestijn. Overdag gaat hij tot 100 m van de bron om voedsel te zoeken, voor de nacht keert hij weer naar het water. Om niet oververhit te geraken zoekt hij rotsspleten op. Ook hij recycleert water uit zijn blaas. Deze pad kan tot 40% van zijn lichaamsvocht verliezen zonder schadelijke gevolgen. Ter vergelijking: de kameel overleeft slechts 20% vochtverlies, de mens 10%.

De volgende Colorado woestijnbewoner is een gravende pad, de Scaphiopus couchi. Hij kan een hele tijd overbruggen zonder water, en is daarom niet afhankelijk van een permanente waterbron. Bij het begin van het droge seizoen graaft deze pad zich in, tot 1 meter diep! Het woestijnzand beschermt hem dan tegen de grote hitte en droogte, die op 1 meter diepte nog nauwelijks te voelen zijn. De pad kan zelfs vocht uit het zand opnemen, zodat hij zijn waterreserves niet te vlug hoeft aan te spreken Op deze manier kan hij tot 2 jaar droogte overbruggen!! Al die tijd blijft de pad begraven. Bij de eerste regenval graaft hij zich terug uit omdat hij de regen hoort vallen, niet omdat hij het vocht voelt. Bij dit uitgraven komt de pad dikwijls zijn maaltijd tegen: termieten die zich dan ook beginnen uit te graven. Onze pad durft dan tot 55% van zijn lichaamsgewicht verorberen! En met zo'n maal kan de pad tot 1 jaar verder(!); ook het vrouwtje, zelfs wanneer ze haar eieren produceert!!! Als de padden dan een waterpoel gevonden hebben, blijven ze daar normaal gezien niet langer dan 1 etmaal, juist genoeg om te paren en eitjes te leggen. Dan gaan deze padden op stap, tot enkele kilometers ver. Overdag verschuilen ze zich in ondiepe holen, 's nachts voeden ze zich in de nog vochtige woestijn. Na hun maaltijd graven ze zich weer in. De bodem is dan wat zachter door de regenval. Wanneer het droge seizoen terug aanbreekt, verdwijnt de pad weer een heel seizoen onder de grond...

De Lepidobatrachus laevis, een pad van de familie Ceratophrydae heeft een fantastisch beschermingssysteem. Deze pad leeft in de Gran Chaco woestijn in Paraguay en in Noord-Argentinië. De inheemse bevolking noemt hem 'kururúchi' ofwel 'de pad die gilt'. Het is een agressieve veelvraat, hij krijst luid en bijt zelfs als hij zich bedreigd voelt. Ook deze pad graaft zich in, maar zijn vochtregulatiesysteem is minder verfijnd dan dat van de Scaphiopus couchi. Wanneer de waterpoelen beginnen uit te drogen, graaft deze pad zich in het slijk in en begint zichzelf te verpakken! Normaal vervellen kikkers en padden regelmatig. Nadat een nieuwe laag van huidcellen is gemaakt, verdwijnt de oude laag door te vervellen. Bij deze veelvraat gebeurt dit niet! De oude laag blijft zitten en onze pad produceert per 24h één laag bij! Het vochtverlies door de huid vermindert enorm met iedere laag die erbij komt. De pad beweegt steeds minder naargelang zijn huid dikker wordt, totdat hij na enige weken dagenlang onbeweeglijk zit. (Maar als men hem stoort is hij nog steeds dezelfde lawaaimaker!) Wanneer zijn huid zachtjes bevochtigd wordt, wordt hij wakker en ontdoet zich van zijn meerlagenverpakking. Met zijn poten rolt hij zijn oude huid op. Achteraan te beginnen, over zijn hoofd, en als ze helemaal uit is eet hij ze prompt op! De kururúchini is niet de enige pad die een cocon maakt nadat hij zich heeft ingegraven. Neen, er bestaan ook zulke soorten in Afrika, Australië en Mexico en de evolutionisten staan hier weer voor het probleem van een parallelle ontwikkeling bij dieren die onmogelijk bij elkaar kunnen komen. Men heeft immers nog nooit kikkers of padden waargenomen die in het zoute oceaanwater leven!

Deze manier van bescherming tegen de droogte doet sterk denken aan de (plastic) verpakking van etenswaren. Om ons voedsel op een zo goed mogelijke manier te bewaren is het nodig dat het vocht en de aroma's er in blijven. Dit doet men door de verpakking zo op te bouwen dat deze stoffen er niet door kunnen. Zo is bijvoorbeeld de tetrapack verpakking (melk, fruitsap, frisdranken...) een combinatie van o.a. aluminiumfolie, karton en was. Het aluminium houdt de aroma's binnen en de microben buiten, het karton dient voor de stevigheid en de was zorgt ervoor dat het karton bestand is tegen eventueel vocht. Ook een eenvoudig uitziende plastic folie haalt om dezelfde reden al vlug 7 lagen. We moeten dus weer maar eens toegeven dat de mens met al zijn vernuft het niet haalt bij de wijsheid van God!

De Gran Chaco woestijn huisvest een enorme diversiteit van dieren en planten waaronder een groene kikker, de Phyllomedusa sauvagei. Zijn stofwisseling gebeurt op een heel andere manier dan die van de andere kikkers en padden. Zijn urine is zeer geconcentreerd, bijna blubber, en zo spaart hij een heleboel water. Maar hij heeft nog andere troeven! De kikker wrijft regelmatig over zijn huid, Om de beurt met elk van zijn poten en dan ziet hij er uit alsof hij van plastic gemaakt is... Wat blijkt nu? Zijn huid bevat zeer veel kleine klieren (30 per mm²) die een wasachtige stof afscheiden. De kikker wrijft die stof open en wordt op die manier waterdicht! Als er een druppel water op zijn huid valt, parelt die er af. De kikker regelt hierdoor zijn lichaamstemperatuur. Naargelang de omstandigheden (wind, vochtigheid, temperatuur), laat hij vocht door zijn huid om zich zo af te koelen als het werkelijk te warm wordt. Hij kan lichaamstemperaturen tot 40°C verdragen, dat is tot 10°C hoger dan sommige van zijn soortgenoten! Deze kikkers nemen een grote hoeveelheid water mee in hun blaas en zij zijn de enige kikkers waarvan men weet dat ze drinken via de mond. (De huid laat immers geen vocht meer door) De Phyllomedusa leeft in bomen waar hij zich voedt met insecten. Zo verblijft hij het grootste deel van de tijd in de schaduw.

Een andere kikker, de Chiromantis, kan je vinden in volle zon. Om niet teveel op te warmen past deze kikker zijn kleur aan! Normaal is hij bruin tot grijs gekleurd om niet te hard op te vallen ten opzichte van zijn omgeving. Doch tijdens zijn 'zonnebaden' wordt hij wit en kaatst zodoende de warmte af!

U ziet het, God heeft deze dieren -zoals alle andere levende wezens- met veel wijsheid en kennis 'ontworpen' Deze kikkers zijn zodanig aangepast aan hun omgeving dat het ondenkbaar is dat deze aanpassing het resultaat is van toeval. We weten maar al te goed uit ons eigen leven dat als men iets aan het toeval overlaat, zal dat meestal mislukken.

To top


Bronvermelding: Scientific American Maart 1994 Frogs and toads in deserts.