De monarchvlinder


Het verbluffende ontwerp en leven van de Monarchvlinder

Waarschijnlijk is de orange-gevleugelde monarchvlinder (Danaus plexippus) de meest bekende vlinder onder de natuurliefhebbers. Dit mooie diertje blinkt uit onder de vlinders omdat het:

    * langer leeft
    * verder reist
    * een grotere verspreiding over de wereld heeft
    * een mooiere pop heeft

Levenscyclus

De vier ontwikkelingsstadia in de levenscyclus van de monarchvlinder zijn:

    * het ei
    * de rups (larve)
    * de pop
    * en uiteindelijk de vlinder, een van de mooiste schepselen op aarde

De vrouwelijke vlinder geeft aanleiding tot een nieuwe levenscyclus door het leggen van een heel klein wit eitje (ter grootte van een speldenknop) onder aan het blad van de asclepias plant (milkweed, een plant die in Europa niet aanwezig is), die voor vele dieren giftig is. Binnen in het ei begint de rups zich te ontwikkelen; daarbij gebruikt ze voedingsstoffen die in het eitje zitten. Na 3 tot 5 dagen eet ze een stuk uit de eierschaal en gaat uit het eitje op het blad. In dit stadium is de larve ongeveer 2,5 mm kort en weegt ze ongeveer 0,55 milligram! Negen chocolade-kleurige ringen omcirkelen haar grijsachtig lichaam. Ze heeft een zwart hoofd, drie paar voorpoten met klauwen en vijf paar buikpoten, die zich achterwaarts uitstrekken, deze geven haar een unieke en functionele vorm. Ze heeft ook een mond, een maag, een zijdespinklier, en alle typische organen van een volgroeide larve. De rups eet meestal eerst de rest van de eierschaal op, daarna voedt ze zich met het blad waarop ze zit (asclepias). De larve groeit zo snel dat ze vier tot vijf keer vervelt. In ongeveer twintig dagen is haar gewicht dan toegenomen tot 1,5 gram of 2700 keer haar gewicht van toen ze het ei verliet. Wanneer de rups 5 cm is, met gele en zwarte strepen op haar lijf, stopt ze met eten en spint ze een wit zijden kussentje op een stevig voorwerp. Met haar twee achterste buikpoten hecht ze zich aan dit spinsel vast. Dan hangt ze - met het hoofd naar beneden in J-vorm - in een schijnbaar inactief stadium voor ongeveer twaalf uren. Op het einde van deze tijd begint de larve te stuiptrekken in ritmische schokken; daarbij breekt ze uit haar buitenste vel (huid) en gedurende dit stadium van ontwikkeling, stoot ze haar 16 poten en haar hoofdomhulsel (met zes ooglenzen) af in ongeveer 60 sec. Nu verschijnt een pop van ongeveer 2,5 cm lang en 1 cm breed. Deze is jadegroen met ongeveer 24 metaalgoudkleurige streepjes (een gouden krans) die de helft van haar bovenachterlijf omgeven. Er zijn 12 metaalgoudkleurige streepjes op de rest van de pop, deze zijn allen nodig voor de ontwikkeling van de vlinder. Wanneer de larve overgaat in een pop kan ze niet zien omdat het hoofdomhulsel met de 6 ogen werd afgestoten; ze kan nu alleen licht en donker onderscheiden. Wanneer de maag, de darmen en de meeste inwendige organen van de larve ontbinden, verandert het binnenste van de pop, beneden de gouden krans, in een jadegroene vloeistof. Dit alles gebeurt binnen 16 uren. In het centrum van het gouden kransgedeelte is er een rood hart, ongeveer 0,25 mm in diameter, omgeven door een geelachtige substantie. Dit hart slaat 40 tot 60 keer per minuut. De dunne buitenste laag van de pop bevat cellen die zich later ontwikkelen tot de vleugels van de vlinder, de omtrek ervan kan men reeds zien. Een lijnenpatroon verraadt ook de ligging van het zuigorgaan, eerste en tweede paar poten en de voelsprieten van de toekomstige vlinder. Alhoewel dit lijnenpatroon duidelijk zichtbaar is op de buitenkant, wordt de buitenste laag nooit echt een deel van die organen, ze blijven op de doorschijnende buitenlaag nadat de pop een vlinder geworden is. Het zuigorgaan is een soort slurf om de zoete bloemenhonig op te zuigen als voedsel.

Na 8 tot 14 dagen komt de vlinder te voorschijn uit de pop in 15 a 30 seconden. Hij vormt zijn vleugels door een vloeistof uit zijn achterlijf naar de aders van zijn vleugels te pompen; binnen de 15 minuten is hij klaar om te vliegen. Na ongeveer 2 uur, als de vleugels opgedroogd zijn, is de vlinder volgroeid.Hij is getransformeerd van rups (larve) tot een totaal ander schepsel. Hij heeft nu slechts 6 poten en 4 mooie oranje vleugels, die omlijnd zijn door een smalle zwarte boord, versierd met witte stipjes. Het lijf is ongeveer 3,3 cm lang en 4 mm breed; hij weegt ongeveer 0,41 gram. Hij heeft 2 samengestelde ogen met elk 6000 lenzen, die gevoelig zijn voor alle kleuren van de regenboog en zelfs voor ultraviolet licht. De hersenen van de vlinder ontvangen elektrische signalen van 72.000 zenuwen die worden omgezet in bruikbare beelden. Hij kan voorwerpen zien zo klein als een speldenknop want het vrouwtje zal nooit een eitje leggen op een blad waar er reeds een op ligt.Het is duidelijk dat zo een complex systeem niet door toeval (dus evolutie) kan ontstaan, dit is het werk van een machtig God met oneindig veel wijsheid. Er wordt als het ware 4 keer een ander soort wezen geboren dat perfect op zijn omgeving is afgestemd, dat is geen toeval meer...

De trektocht van de monarchvlinder

De monarchvlinder kan duizenden kilometers reizen om te overwinteren, sommige gemerkte pages zijn van Canada tot in Mexico gevlogen, een afstand van vier- a vijfduizend kilometers. Gedurende de herfst migreert de oostelijke populatie van de monarchvlinders (ten oosten van de Rocky Mountains) voor twee maanden naar het neovulkanisch gebergte in Mexico. Daar overwinteren ze in bomen op een hoogte van drie- tot vierduizend meter. De temperatuur ligt er onder het vriespunt. Het is een echte winterslaap want onze vlinders eten of drinken nauwelijks, ze bewaren praktisch al hun energie, en mede hierdoor kunnen sommigen van hen 1 jaar leven. Tijdens de lente migreert de oostelijke populatie van Mexico terug naar de USA, de plaats waar ze geboren zijn. Anderen (nieuwe vlinders) vliegen slechts gedeeltelijk terug, naar Texas of naar de lagere zuidelijke staten (eerste generatie vlinders); deze leven slechts een zestal weken. De eitjes die door hen gelegd worden, komen uit als een tweede generatie. Deze vlinders vliegen verder noordwaarts, zo zijn er vier generaties nodig om tot Ontario, Canada te vliegen.

 

Wanneer de vrouwelijke monarchvlinder haar laatste eitje heeft gelegd, begint haar sterfproces. In de herfst begint de vijfde generatie haar trek naar Mexico terug. Daarom vormt deze laatste generatie nog geen voortplantingsorganen. Zij leven dan ook het langst.

 

De monarchvlinders zijn de enige insecten die jaarlijks over continentale afstanden migreren. Men schat dat er zo'n drie honderd miljoen van deze schepseltjes de jaarlijkse trektocht ondernemen. Maar geen van hen heeft ooit tevoren deze tocht meegemaakt, hun overgrootouders waren de laatste van hun soort die in Mexico waren. Hun navigatiesysteem is dan ook uitzonderlijk complex. Het leidt hen tot 4500 km ver, naar een overwinteringsplaats die ze nog nooit gezien hebben, om daarna in de lente terug naar de US en Canada te reizen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de evolutietheorie geen geloofwaardige uitleg heeft voor deze opmerkelijke prestatie.

 

Monarchvlinders, van ten westen van de Rocky mountains, reizen langs de westkust van Baja Californië naar het noorden van San Fransisco, terwijl anderen, in de herfst, van Brits Columbia naar Californië komen om daar te overwinteren. Ook deze diertjes leven slechts ongeveer zes weken en leggen een afstand van bijna 3000 km af!

 

 

Wie is de ontwerper?

De wetenschap heeft twee tegenover elkaar staande theorieën om het ontwerp van dit (en ander leven) te verklaren: de "toeval" theorie en de "ontwerp"- (= scheppings-) theorie. De toevaltheorie is gegroeid uit de Griekse filosofie als de "Epicurean Hypothesis" rond 400 voor Jezus Christus Deze theorie kreeg haar grootste steun van Darwins evolutietheorie, vandaag wordt ze aangehangen door materialisten zoals David L. Hull ,die in zijn boek: "Darwin en zijn bekritiseerders" schreef: "Darwins theorie was een van de belangrijkste instrumenten tot de uiteindelijke popularisering van de exacte wetenschappen".

 

De scheppings theorie vindt zijn fundament in de bijbel (Neh 9:6), en heeft ook steeds veel aanhang gevonden bij o.a. William Paley, met zijn boek "natuurlijke theologie" uit de 18e eeuw.

 

De evolutietheorie beweert, dat al het leven door toeval ontstaan is uit levenloze materie, eerst in simpele vorm, om daarna door evolutie (die er was omdat er toevallig iets veranderde dat de levensvorm beter maakte) het huidige complexe niveau te bereiken.

 

De scheppingstheorie gaat uit van een Schepper, God, die alles naar zijn voortreffelijke wijsheid gemaakt heeft. Een goed ontwerp heeft dan ook een aantal eigenschappen die het van een toevallige situatie onderscheiden: orde, doel, eenvoud, complexiteit, tijdloze schoonheid, afwerking, materialenkennis, en een zo universeel mogelijk gebruik. M. Denton zegt in zijn boek 'Evolutie, een theorie in crisis': "Het is de overvloed van perfectie, het feit dat waar we ook kijken, in welke diepte we ook kijken (in het heelal, onze omgeving of door de microscoop), steeds vinden we schoonheid, elegantie en vernuft van een onovertreffelijke kwaliteit, die het idee van toeval constant ondermijnt."

Conclusie

Als men het leven en de trek van de monarchvlinder nader bekijkt, dan is het vrij simpel te zien dat haar karakteristieke eigenschappen heen wijzen naar een Ontwerper. Er is een onverbiddelijke orde in de repeterende voortgang van de ontwikkelingsstadia. Een machtig plan ontplooit zich in de gedaanteverandering van de rups, over de minderwaardige vorm van de pop naar de wonderlijk mooie vlinder. Zijn eenvoudige voedingsgewoonten, zijn complex navigatiesysteem, zijn kleurenpracht en ontwikkeling spreken allen over de geweldige hoeveelheid informatie die in zijn genen zijn opgeslagen. Op welke manier is deze informatie gebruikt om dit ontwerp te realiseren (= het lichaam te bouwen), de trektochten te ondernemen, de overwinteringsplaats te bepalen...? Getuigt dit alles niet van een geweldige kennis van zijn Ontwerper?


Bronvermelding: ICR impact #237 P.O. box 2667 El Cajon Ca 92021 USA.

Schrijvers: Jules Poirier en Kenneth B. Cumming.

Jules Poirier is een op rust gestelde electronica specialist die zeer intensief de monarchvlinder bestudeerd heeft, Kenneth B. Cumming is professor in de biologie en deken aan de ICR graduate school.

Een uitgebreide site, maar engelstalig: http://www.monarchwatch.org/

To top