Intelligent Design


De oorsprong

Dit is een kwal, geen verlichting.

Voordat Charles Darwin 150 jaar geleden met zijn ideeën over evolutie op het toneel verscheen, waren de knapste koppen ter wereld, zowel op vlak van wetenschap als op vlak van de filosofie, het erover eens dat de aanpassingsmogelijkheden van organismen enkel konden verklaard worden vanuit de hypothese dat deze organismen het product waren van een intelligent ontwerp (Intelligent Design). De onderbouwing hiervan was niet ontsproten aan de fantasie van deze wetenschappers, maar eerder aan hun knappe en creatieve brein, alsook aan het religieuze en filosofische erfgoed van die tijd. Met de publicatie van Darwins ´On the origin of species´ kwam daar een definitieve verandering in en vanaf dat moment ging het gros van wetenschappers en filosofen ervan uit dat de evolutietheorie een naturalistische verklaring kon garanderen van alles wat we om ons heen kunnen zien; de Verlichting die z´n intrede doet in de wetenschap.

Per definitie wordt met evolutie bedoeld dat louter toevallige, en dus niet-doelgerichte, ongestuurde natuurlijke processen, aan de basis liggen van het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het leven. De meest populaire van deze theorieën is bekend als de neo-Darwinistische opvatting, maar varianten hierop zijn legio, zoals de theorie van Stephen Jay Gould over zogenaamde punctuated equilibria (sprongsgewijze verandering van de species). Hoe deze theorieën zich inhoudelijk ook onderscheiden, allen gaan uit van exclusieve, naturalistische oorzaken als de enige legitieme wijze voor verklaringen binnen de wetenschap. Voor hen zijn de natuurlijke oorzaken volledig in staat om het leven en alles eromheen te verklaren.

Doelgerichtheid.

Nu dient zich een nieuwe lichting van wetenschappers aan die zegt : NEEN, natuurlijke processen kunnen het leven in al z´n complexiteit niet volledig verklaren. Er zijn ook intelligente oorzaken nodig om de verklaring kompleet te maken.

De seculiere wetenschap echter kan de inbreng van deze ´intelligente oorzaak´ niet plaatsen, want dat valt buiten het kader van het bedrijven van wetenschap in de zin van: processen van natuurlijke oorzaak, actie en re-actie. Intelligent design kan daarom ook strikt genomen niet als een natuurwetenschappelijke inbreng bestempeld worden, maar eerder als boven-natuurlijk. Niet zo verwonderlijk dus dat deze inbreng niets anders teweeg brengt dan een spreekwoordelijke knuppel die in het hoenderhok gesmeten wordt.

De vraag is dan ook niet of de schepping enkele dagen dan wel enkele miljoenen jaren in beslag nam. Waar het wel om gaat is doelgerichtheid. Is er een intelligente en mee-levende oorzaak aan het werk in het universum of is de cosmos, inclusief de mensheid, het resultaat van blind toeval. En hier moeten we opletten dat, als we op die manier wetenschap willen bedrijven, we niet snel en simpelweg afdwalen naar de geloofsreligies. De belangrijke vraag hier is of er een goede wetenschappelijke grond bestaat om aan te nemen dat er een intelligente oorzaak aan het werk is in ons universum.

De verleiding bestaat dus om in dit kader religie en wetenschap door mekaar te gaan gooien. Gelovigen hebben immers altijd al de overtuiging gehad dat achter het universum een intelligente macht schuilgaat. De kritische vraag is of er ook wetenschappelijke argumenten zijn om een doelgerichtheid te onderbouwen.
Aanhangers van de Intelligent Design Movement zeggen hierop volmondig JA, of ze nu gelovig zijn of niet. Voor hen zijn er wel degelijk wetenschappelijke argumenten die aangeven dat er een intelligent ontwerp zit in het leven en de ontwikkeling ervan.
Veel van hun onderzoek is vrij recent en publicaties worden op twee manieren onderbouwd : enerzijds door het constante falen van de evolutietheorie om een antwoord te vinden op de enorme complexiteit van het leven, en anderzijds door de zogenaamde creationistische wetenschap, een onderzoeksrichting waarbij wetenschappelijk werk hand in hand gaat met een letterlijke interpretatie van het Bijbelse Genesis. Met het laatste punt verzeilen we weer in onze zonet beschreven verleiding.
Aanhangers van de Intelligent Design Movement, zoals Michael Behe, introduceren o.a. de term niet-vereenvoudigbare complexiteit (irreducible complexity) om een duidelijk wetenschappelijk onderscheid te maken tussen natuurlijke en intelligente oorzaken.
Behe gebruikt het eenvoudige voorbeeld van de muizenval om aan te tonen dat een toestel van dergelijke complexiteit niet door toevallige processen van veranderingen tot stand zou kunnen komen. Neem namelijk één van de componenten weg en de val functioneert niet meer. Dergelijke typen van cellen en systemen zijn in de natuur ook terug te vinden. Het zijn moleculaire machines die een niet-vereenvoudigbare complexiteit aan de dag leggen. De evolutietheorie kan geen verklaring aandragen voor het bestaan van dergelijke complexe systemen.
Natuurlijke oorzaken kunnen niet aan de basis liggen van zulke cellen, organen of systemen. Deze kunnen wel verklaard worden door te verwijzen naar intelligente oorzaken die aan de basis ervan liggen. Over de aard van de intelligentie hierachter wordt doorgaans gezwegen door aanhangers van de Intelligent Design Movement.

Intelligent Design onderwijzen op school?

Nu zou men een argument naar voor kunnen schuiven om Intelligent Design en de aanverwante creationistische wetenschap voorlopig nog wat in de wachtkamer te zetten alvorens dit op scholen en universiteiten te gaan onderwijzen. Is het zo dat deze recente publicaties nog aan een gedegen diepgaand onderzoek moeten onderworpen worden op eventuele ´addertjes onder het gras´? De modellen zouden nog te nieuw zijn om uitgetest te worden door het grote publiek in scholen en universiteiten.
Daar zou men echter dan weer tegenop kunnen werpen dat ook bij de publicatie van Darwins ´on the origin of species´ beter zou gewacht geweest zijn tot er meer bewijsmateriaal zou voorhanden zijn, zoals tussenvormen of de fossielen ervan. We hadden lang kunnen wachten, want die zijn er nog steeds niet. En dat wordt ook door niet-creationistisch ingestelde wetenschappers onderkend.
Het is dus misschien toch verstandig om Intelligent Design op het curriculum van de biologie te plaatsen ter bevordering van de vrije meningsuiting en de kritische evaluatie van nieuwe ideeën. Wordt dit dan het einde van het naturalisme? Het uitgangspunt dat de natuur er uitsluitend is door natuurlijke oorzaken en gestuurd wordt door de natuurwetten heeft altijd al de kritiek gekregen dat dit geen ´waarheid´ op zich is, en het debat hierover is nog steeds niet afgesloten. Het Amerikaanse SETI (Search for Extra-Terrestrial Intelligence) programma, dat op zoek gaat naar intelligentie in de ruimte (gestart in 1984), is op dit terrein reeds een teken aan de wand, en dus niet nieuw.
De aanvaarding van het gedachtengoed van o.a. Michael Behe door de wetenschappelijke wereld zal dan inderdaad een naturalistisch tijdperk afsluiten en een volledig nieuwe visie op het bedrijven van wetenschap openen.

Wie zit er dan achter het ´Intelligent Design´ ?

De kritische onderzoeker of de kritisch ingestelde lezer zal zich vroeg of laat toch gaan afvragen welke die Intelligente Macht dan wel moge zijn die dit heelal en het leven erin ´stuurt´. De stap van deze manier van bedrijven van wetenschap naar religie of filosofische overtuiging is slechts een kleine stap. Christenen en Joden geloven in de God van de Bijbel, de God van Abraham, Isaak en Jacob, de God die Adam geschapen heeft. Voor hen is het dan ook niet zo moeilijk om die Intelligente Macht niet anders te definiëren dan God.

Andersgelovigen, zoals Moslims of Hindoes zullen met evenveel gemak hun godheid als de Intelligente Macht zien achter het scheppingsgebeuren. Voor niet-gelovigen is dat misschien buitenaards leven. Het is dan ook geen kleine uitdaging voor de creationistische wetenschap om hun theorieën over de Bijbel heen te leggen en zo aan te tonen dat de Bijbel gelijk heeft, in het achterhoofd houdende dat de Bijbel geen wetenschappelijk boek is.
Gaan we dan straks uiteindelijk kunnen bewijzen dat de Bijbel waar is en dat God bestaat ? Ik durf het te hopen.

Jos Philippaerts

 

To top