Spinnen


Intro

De spin is een van de bekendste dieren van de wereld. Men vindt ze praktisch overal. In het artikel over spinnewebben namen we de formidabele kenmerken daarvan onder de loep. Maar de spin heeft nog veel meer verbazingwekkende eigenschappen.

Op een stukje natuur van 30 bij 30 centimeter vind je gemakkelijk 5 spinnen. Men heeft berekend dat een stuk landbouwgrond van 1 hectare tot 1.000.000 spinnen kan bevatten. En die spinnen hebben een goede eetlust, zo zouden in Groot Britannie alle spinnen samen elke dag, in gewicht meer insecten eten dan alle mensen op dat eiland samen wegen.

Men schat dat er zo'n 135.000 soorten spinnen zijn. Één derde hiervan weeft het meest bekende web, de wielwebben. Een ander derde weeft baldakijnvormige webben en de rest gebruikt de spinnezijde op zeer inventieve wijze.

Aan water vastlijmen?

De Wendilgarda spant haar web over een riviertje. Één koord dwars er over, en dan... een aantal draden van die hoofdlijn naar het water toe. Inderdaad deze spin slaagt er in om haar draden aan het stromende water vast te lijmen! Ondanks dat deze spin vrijwel blind is en slaagt ze er in om van de hoofdlijn af te dalen tot vlak boven het water oppervlak om dan met haar achterlijf, waar de draad gesponnen wordt, de draad aan het wateroppervlak vast te lijmen zonder daarbij zelf een duik te nemen. Om aan de overkant van het water te geraken, gebruikt deze spin een, onder de spinnen, alom bekende techniek: ze zweeft-zeilt door de lucht. Hiervoor gaat ze naar een hoog punt en laat draad zakken tot ze voldoende drijfkracht krijgt...

Op deze manier kunnen allerhande spinnen tot driehonderd kilometer ver en vier kilometer hoog geraken!

Reukwebben.

Een andere spin heeft een web dat gereduceerd is tot een draad met een propje spinnezijde er aan. Het propje is voorzien van de geur van een wijfjesmot, door de spin gefabriceerd. Zoals te verwachten valt, komen de mannetjes hier op af. Ze blijven aan de bol kleven en worden als een vis aan de lijn opgehaald door de spin.

Weer een andere spin heeft genoeg aan 1 draad die op de grond ligt. Voorbij lopende insecten blijven kleven en worden opgetrokken.

Maar er zijn ook spinnen die niet klevende draden gebruiken. Achteloze insecten komen er op zitten om wat uit te rusten en de spin sluipt als een kat over de draad naar de insecten toe en windt deze razendsnel in met haar zijde.

Spinnekapers.

Als u gedacht had dat spinnen enkel voor zichzelf werken, dan heeft u het mis... De Plesiometa argyra is een ongevaarlijke spin die onder andere in Costa Rica leeft. Ze maakt bijna volmaakte wielwebben. Maar de plaatselijke wesp, de Hymenoepimecis, heeft het op haar gemunt. Deze valt de spin aan en verdooft ze door een steek in haar bek en legt vervolgens haar eitjes in het achterlijf van de spin! Na een tiental minuten wordt de spin weer wakker en gaat terug aan het werk. Na ongeveer 14 dagen is de larve gekomen tot een punt dat ze de controle over de spin overneemt! De spin, die gewoon was om overdag fragiele wielwebben te bouwen, begint nu rond middernacht op een klein aantal spaken een grote hoeveelheid draden te spannen. Er ontstaat een enorm sterk web, waar de spin midden op gaat zitten, wachtend op haar dood. De larve komt in de loop van de voormiddag uit, eet de spin volledig op en nestelt zich tegen de volgende dag in een cocon op het web. Dit is bij ons weten een unicum in de natuur: het ene dier neemt de controle over het gedrag van het andere dier over! Hoe moet je dit verklaren met evolutie???

Het klapweb.

Een andere 'wielweb' spin gebruikt een truc om voorzichtige vliegers te verschalken. Muskieten bijvoorbeeld, vliegen met hun poten voorwaarts gericht om spinnewebben te kunnen voelen en bij onraad onmiddellijk om te keren. De truc hier bestaat er in om het web op te spannen zodat het hol komt te staan. Wanneer de prooi het net raakt, springt dit vooruit om de prooi wel degelijk goed te pakken te hebben. Op magische wijze gaat het net daarna weer hol staan...

Het maueel-bediende web.

Andere insecten vliegen dan weer zo snel dat ze door de veerkracht van het net er soms weer uit gekatapulteerd worden. Om dit te vermijden wachten sommige spinnen geduldig aan de rand van hun web terwijl ze een aantal draden 'manueel' gespannen houden. Wanneer er een insect in het web vliegt, laten ze de draden los zodat de veerkracht sterk vermindert en de prooi minder kans heeft om weg te komen.

De prooi uit het web halen.

Wanneer de prooi in een web vliegt, moet de spin dit te weten komen en de prooi zo vlug mogelijk verzegelen. Dit is voor een spin niet zo eenvoudig, ze heeft een zeer beperkt zicht en dikwijls is de prooi zeker niet ongevaarlijk. Vanwege hun visuele handicap gebeurt het meeste op de tast. Als je dus een leeg web ziet, dan kan je door het web aan te raken met een trillende stemvork, de jager naar het centrum van het web zien snellen.
Om de prooi te lokaliseren, checkt de spin de spanning van de verschillende draden. Afhankelijk van de prooi wordt deze losgesneden, verdoofd of ingepakt in speciale zijde en al dan niet verorberd.

Meestal moet het web gerepareerd worden, soms moet de spin een nieuw web bouwen. Om hierbij energie en het milieu te sparen, eet de spin dikwijls zelf de oude draden op!

Een andere gebruiker van spinnezijde is de kolibrie, die gebruikt de zijde om stevige nesten te bouwen.

Tot slot nog wat records:

  • Een spinnedraad ter dikte van een potlood is sterk genoeg om een jumbo uit de lucht te halen.
  • Het grootste web is een wielweb van de Nephila , 1 meter in diameter. Zelfs kleine kikkers behoren tot haar prooien.
  • In hoeverre dit een record is weet ik niet, maar de spin op onderstaande foto zat 14 dagen in het doosje (waarvan je bovenaan van de foto de rand ziet) met diameter 25mm en hoogte 5mm onder de microscoop en kwam er levend uit! Geen eten, geen water, vrijwel geen verse lucht!

To top