Vanwaar deze hindernissen voor de wetenschappelijke vooruitgang?


Vanwaar deze hindernissen voor de wetenschappelijke vooruitgang?

In deze reeks over de natuurwetten zagen we dat hoewel natuurwetten rechtstreeks afgeleid worden van waarnemingen, men toch dikwijls probeert deze wetten te omzeilen. Waarom gebeurt dit?
Om te beginnen zijn er een aantal triviale redenen. Bijvoorbeeld, de waarnemingen zijn niet volledig. Een bepaald aspect dat niet opgemerkt wordt, wordt ook niet in rekening gebracht.  Zo hebben er bijvoorbeeld een tijd wagens rondgereden met een dieselmotor waarbij de brandstof in de tank erg warm kon worden. Dit was een ongekend fenomeen totdat er abnormaal veel wagens uitbrandden. De oorzaak was een brandstofinjectiepomp met een te groot debiet. De brandstof werd op hoge druk gebracht en wat te veel was, werd via een overdrukklep afgeleid naar de tank. De doorgang door het overdrukventiel zorgde voor de extra warmte waarmee niemand gerekend had.

Het is ook mogelijk dat men meent de oplossing gevonden te hebben en daarmee tevreden is. Bepaalde aspecten worden niet verder onderzocht en het onderzoek is eigenlijk niet af. Men heeft geen oplossing voor alle omstandigheden. Een voorbeeld hiervan is het isoleren van huizen. Rond de jaren 1980 begon men huizen beter te isoleren. Sommige enthousiastelingen gingen daarbij erg ver en kregen last van condensatie. Hierdoor ontstonden er twee ‘kampen’: zij die van mening waren dat men kon over-isoleren en zij die het condensatieprobleem aanpakten door koude bruggen te vermijden en het overtollige vocht uit de lucht te houden door een degelijk ventilatiesysteem met warmterecuperatie. De eerste groep is in mijn ogen niet ver genoeg gegaan met zijn onderzoek en teruggekeerd naar de voor hen bekende methodes. De tweede groep heeft het onderzoek voortgezet en oplossingen bedacht voor tot dan toe onbekende situaties.

In de bovengenoemde gevallen zullen er ongetwijfeld mensen geweest zijn die hun standpunt zodanig konden verkopen dat een achteloze toehoorder hun zienswijze aanvaardt als de juiste. Maar dat is te vergelijken met de situatie van een misdadiger die, door een goed advocaat te nemen, ondanks zijn schuld vrijgesproken wordt op de rechtbank. We voelen aan dat er iets is dat tegen de wet is. Maar de advocaat heeft de zaak zo kunnen voorstellen dat de jury niet anders kon dan de man vrij te spreken.

Een minder triviale reden is reeds decennia geleden verwoord door Thomas Khun: “Scientists can never divorce their subjective perspective from their work; thus, our comprehension of science can never rely on full "objectivity" - we must account for subjective perspectives as well ”
Het blijkt voor de mens moeilijk te zijn om onderzoek te doen zonder vooringenomenheid  Wat niet past, wordt uit de bewijslast genomen omdat het niet representatief zou zijn voor het geheel. Hierdoor is het moeilijk om ingrijpende herzieningen van onze inzichten in wetenschappelijke zaken aan te nemen. Indien de ideeën te diep ingeworteld zijn, moet er een nieuwe generatie mee opgroeien vooraleer de nieuwe inzichten algemeen geaccepteerd worden. Maar ook de subjectieve kant speelt een rol en zo kunnen we komen tot een wetenschap die op een bepaalde ideologie of wereldbeeld is gebouwd.
Het resultaat van deze ‘stramheid van denken’ is bijna een natuurwet! Thomas Khun kwam tot de conclusie dat de wetenschap niet gestaag aan kennis wint, maar in sprongen. Hij noemde deze sprongen “paradigma shifts” (verschuivingen in het wereldbeeld).

Een goed en vooruitstrevend onderzoeker en zijn opdrachtgever moeten daarom open staan voor alle mogelijkheden, zelfs al passen die niet in hun programma of wereldbeeld. Je kan nu eenmaal geen volledig onderzoek doen als je niet alle details in ogenschouw neemt.  Daarom zou het goed zijn voor de wetenschappers om de creationisten niet langer te negeren, maar hun kritiek te onderzoeken en hun theorieën zodanig aan te passen dat de kritiek niet langer kan bestaan. Dit is de enige manier om de “paradigma shifts” van Khun kleiner te laten worden en sneller te laten komen. Met andere woorden: op deze manier komen we sneller achter de waarheid, terwijl nu de tendens bestaat om te zeggen dat de waarheid niet zou bestaan.

Om die reden is het begrip “fair science” ingevoerd. Hiermee willen we bereiken dat er meer openheid komt over de scheiding tussen wat we al weten en wat we vermoeden of geloven (vanuit ons eigen wereldbeeld).
Het is algemeen aanvaard dat we op school geen geloof willen zien in de wetenschappelijke vakken. Daarom moet alles wat daar verteld wordt in overeenstemming zijn met de natuurwetten.  En laat ons dan nu beginnen met degelijk onbevooroordeeld onderzoek waarin we open staan voor alle details zodat we misschien de “natuurwet” van Khun kunnen weerleggen door een vernieuwing van ons denken.