Voedselconservatie: de betwiste natuurwet


In de vorige artikels zagen we dat ons wereldbeeld kon beïnvloed zijn door gebrekkige of verkeerde informatie en onvoldoende kennis van de natuurwetten, die afgeleiden zijn van onze waarnemingen in de wereld om ons heen. In dit artikel zullen we aantonen dat natuurwetten zich niet beperken tot datgene wat in formules kan gegoten worden.

Voedselconservatie

Het bewaren van voedsel is altijd een belangrijk item geweest voor de mens. In ons klimaat is het nodig om voedsel te bewaren om de winter door te komen. Belangrijk is hierbij natuurlijk dat het voedsel niet bederft. Tot voor enkele eeuwen wist men helemaal niet waarom eten bederft en men was van mening dat de maden of andere bedervers ter plekke ontstonden. Een aantal wetenschappers heeft in de loop der eeuwen opgemerkt dat er eigenlijk geen leven uit het niets ontstaat, maar dat dit leven het gevolg is van eitjes die door insecten gelegd worden of van microben of schimmels die het voedsel afbreken. Francesco Redi wordt aanzien als de eerste wetenschapper die het spontaan ontstaan van organismen ontkrachte, zijn experimenten dateren uit 1668.

In 1768 toonde Lazzaro Spallanzani aan dat er microben aanwezig zijn in de lucht en dat ze kunnen gedood worden door ze bloot te stellen aan een temperatuur van rond de 100 8C. In 1861 ging Louis Pasteur verder met dit onderzoek en toonde aan dat steriel bewaard voedsel niet bederft - en dat er geen leven spontaan ontstaat.

Het procédé om al kokend eten luchtdicht te verpakken dateert echter van 1809 en is van de hand van de Fransman Nicolas Appert. Appert was geen wetenschapper maar werkte in Parijs als confijter. Hij verdiende de kost met het bewaren van voedsel, hij ontwikkelde zelf een procede om voedsel te bewaren: hij vond het steriliseren uit. Napoleon had een grote prijs uitgeloofd voor degene die een degelijk systeem kon bedenken om het voedsel voor zijn leger te bewaren. In 1810 won Appert die prijs. De Fransman

Tegenwoordig vinden we in winkels en grootwarenhuizen allerhande levensmiddelen die op een of andere manier zijn steriel gemaakt en die vervolgens in een steriele en luchtdichte (lees: microbe- of schimmel-dichte) verpakking te koop worden aangeboden. Hierin zien we een natuurwet te voorschijn komen: steriel voedsel, dat steriel bewaard wordt, bederft niet.

Pierre Durand (in Engeland bekend als Peter Durand) nam in datzelfde jaar een patent op het inblikken van voedsel. Hij had zich gebaseerd op het werk van Appert. In de beginjaren was ingeblikt voedsel trouwens helemaal niet zo onschuldig. Zo vertoonde een ganse groep expiditieleden van de Sir John Franklin poolexpeditie in 1845 tekenen van loodvergiftiging, mogelijk omdat de eerste blikken afgesloten werden door de naden met loodsoldeer af te verzegelen.

Met wat nu volgt, is de kans groot dat we een statement maken dat mogelijk ingaat tegen uw wereldbeeld. Als dat zo is dan kan u meteen voelen hoeveel invloed uw wereldbeeld heeft op uw denken en wat voor reacties dat oproept. We hopen echter dat u de moed vergaart om mee de bronnen van deze uitspraak te onderzoeken, zodat u wat leert over het ontstaan van uw wereldbeeld.

Hier gaan we dan: Ondanks dat we nu al enige eeuwen kennis hebben vergaard rondom het ontstaan van micro-organismen, zijn er toch heel wat mensen van het idee dat het leven vanzelf ontstaat. Dit idee wordt ons ingelepeld in natuurdocumentaires, lessen, cursussen, boeken, noem maar op.

Maar al de gesteriliseerde levensmiddelen die we thuis of in de winkel vinden, zijn (voor zover er niet te veel chemische producten aan zijn toegevoegd) opgebouwd uit gewezen levend materiaal, plantaardig of dierlijk. De basis van alle leven wordt gevormd door een twintigtal aminozuren, die je daarom kan terugvinden in al het bewaarde voedsel.

Wanneer men ons informeert over het ontstaan van het leven, spreekt men dikwijls over de oersoep, waaruit alle leven zou zijn ontstaan. Dan heeft men het over een mengsel waar onder andere deze twintig aminozuren zitten. In de oersoepen die men tot nu toe op het menu had staan, zat dikwijls heel wat ongewenst materiaal (lees vergif) dat de laboratoriumproeven er niet gemakkelijker op maakte.

Je kan ons steriel bewaard voedsel aanzien als een gezuiverde versie van de zogenaamde oersoep waaruit het leven zou moeten kunnen ontstaan. Althans volgens de theorie die het zelf ontstaan van het leven beschrijft - de biogenese-theorie.

Bijna 150 jaar na het ontdekken en toepassen van de methodes voor het bewaren van voedsel blijkt de biogenese-theorie nog springlevend te zijn!

In 1954 begon Stanley Miller als doctoraatsstudent aan een onderzoek naar het ontstaan van het leven uit een oersoep. Tot bij zijn pensioen heeft hij geen zinnig resultaat gevonden. Hoe kan het ook anders, eigenlijk testen we het principe van Appert en Pasteur dagelijks door het op grote schaal te gebruiken. We vinden nooit nieuw leven.

Steeds weer herhalen we met onze industriële voedselconservatie de proef van Stanley Miller; dagelijks miljoenen of miljarden maal en wel met de wetenschap (of zekerheid) dat ons voedsel perfect bewaard wordt. Als het dan al eens een keertje misloopt, dan vind je zeker en vast geen ET in je blikje soep, maar een gekende microbe of schimmel... Gelukkig smaakt ons ‘dagelijks’ blikje oersoep nog niet zo slecht.

Besluit

Sommige natuurwetten blijken niet in formulevorm te bestaan. Maar een natuurwet is een beschrijving van wat we in de natuur zien en daarom een afspiegeling van de realiteit. In het geval dat we hier bespraken, is het duidelijk dat we ons gezond verstand aan het werk moeten zetten om bepaalde uitspraken of stellingen te relativeren of te verifiëren.

In onze vorige voorbeelden toonden we aan wat er gebeurt onder bepaalde omstandigheden. In het voorbeeld van vandaag zouden we een proef moeten kunnen doen om aan te tonen dat iets niet kan. Dat is heel wat moeilijker dan te bewijzen dat iets wel kan - eigenlijk kan men niet bewijzen dat iets niet kan. Hierdoor is er enige marge om stoute en gedurfde uitspraken te doen. Toch moeten we ons gezond verstand gebruiken en de proeven die wel gedaan zijn in acht nemen om een juiste interpretatie van een uitspraak in ons wereldbeeld te laten plaats nemen.