Geologie


De geschiedenis van de geologie

Nadat hij overeenkomsten had opgemerkt tussen de verschillende gesteenten, legde Nicolaus Steno in 1669 de eerste twee basisprincipes vast:

  1. "Alle lagen zijn oorspronkelijk horizontaal tot stand gekomen. "Sedimentair gesteente"   
  2. "De onderste lagen zijn ouder dan die daar boven." Je kan je dit voorstellen als verschillende lagen behang boven mekaar. De onderste laag werd eerst gehangen, de volgende lagen werden laag na laag daarover geplakt met de nieuwste laag aan de zichtbare zijde. Steno aanzag de fossielen reeds als hulp om de verschillende lagen te identificeren.

    Het volgende concept werd geintroduceerd door James Hutton in 1795, en later bevestigd door Charles Lyell in het begin van de jaren 1800.

  3. "Het principe van het uniformalisme" is het idee dat de processen die aan de basis van de geologie liggen, dezelfde vorm en frequentie hebben gehad tijdens het verloop van de geschiedenis. In feite stelt men dus: "Het heden is de sleutel tot het verleden."

    Steno's principes stonden geologen in de jaren 1600 en begin 1700 toe om opeenvolging van rotsformaties te herkennen. Maar omdat de rotsen lokaal beschreven werden aan de hand van kleur, oppervlaktestructuur en zelfs reuk, waren vergelijkingen tussen rotsformaties uit verdere lokaties niet mogelijk.
    Het was het gebruik van fossielen als identificatiemiddel dat de onderzoekers de gelegenheid gaf om verbanden te leggen tussen verschillende locaties. Dit kon natuurlijk enkel omdat (gelijkaardige) fossielen over de gehele aarde voortkomen.

    Voor de volgende grote bijdrage voor de geologische tijdschaal gaan we naar William "Strata" Smith, een kanaalbouwer en geologist van Engeland.

  4. "Het principe van de opeenvolging van de fauna." werd in 1815 door Smith tot zijn volle recht gebracht toen hij een geografische kaart van Engeland maakte. Hierbij stelde hij dat opeenvolging van de fossielen zoals men ze vind in de opeenvolgende lagen duiden op specifieke tijdsperiodes waarin de oorspronkelijke dieren leefden. Toen dit algemeen aangenomen werd, konden de geologen wereldwijd rotsformaties herkennen en dateren. Het gevolg was de opbouw van de geologische tijdschaal

 Oorspronkelijk document