Bijbelteksten i.v.m. de schepping


Inleiding

De schepping is een van de pijlers van het christelijk geloof. Ontken je de schepping zoals ze in de bijbel vermeld is, dan haal je een heel aantal principes onderuit.

Je noemt Jezus onrechtstreeks een leugenaar want Hij is het vleesgeworden Woord en dat Woord zegt dat de schepping in zes dag is gebeurd.

Ook bijvoorbeeld het feit dat de dood niet door de zonde in de wereld is gekomen: als de wereld al duizenden of miljoenen jaren zou bestaan hebben voor Adam en Eva de eerste zonde deden, en alles toen reeds was zoals wij het nu kennen, dan is het offer van Jezus niet langer de tegenpool voor die zonde waardoor de dood in de wereld kwam.

Maar dit is niet alles, bijna de hele bijbel door worden geestelijke principes in verband gebracht met de schepping. Hieronder vindt u bijna 300 verzen waarin de schepping vernoemd wordt, dit enkel uit de niet apocriefe boeken.

Omdat wij de Bijbel als onfeilbaar Woord van God aanzien, vindt u op deze site allerlei hypotheses en bewijzen die niet in strijd zijn met de Bijbel en de realiteit. Ook de christenen leven in een technische wereld en ook zij moeten rekening houden met fysische wetten om werken uit te voeren. Wij moeten het geestelijke helemaal niet scheiden van het wereldse leven, beide gaan hand in hand. Pluis het maar uit met ons.

Exodus 20:11 Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die.

Psalm 111:2 Groot zijn de werken des Heren, na te speuren door allen die er behagen in hebben.

Oude testament

      Genesis:

  1. Genesis 1:1 In den beginne schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren. 3 En God zeide: Er zij licht; en er was licht. 4 En God zag, dat het licht goed was, en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. 5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag. 6 En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren. 7 En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo. 8 En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag. 9 En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op een plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. 10 En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeen. En God zag, dat het goed was. 11 En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. 12 En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was. 13 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag. 14 En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; 15 en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo. 16 En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren. 17 En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde, 18 en om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden. En God zag, dat het goed was. 19 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag. 20 En God zeide: Dat de wateren wemelen van levende wezens, en dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels. 21 Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. 22 En God zegende ze en zeide: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de wateren in de zeeen, en het gevogelte worde talrijk op de aarde. 23 Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag. 24 En God zeide: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo. 25 En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. 26 En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 27 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. 29 En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. 30 Maar aan al het gedierte der aarde en al het gevogelte des hemels en al wat op de aarde kruipt, waarin leven is, geef Ik al het groene kruid tot spijze; en het was alzo. 31 En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.
  2. Genesis 2:2 Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.
  3. Genesis 2:4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde, dat de Here God aarde en hemel maakte, 5  er was nog geen enkel veldgewas op de aarde, en er was nog geen enkel kruid des velds uitgesproten, want de Here God had het niet op de aarde doen regenen, en er was geen mens om de aardbodem te bewerken; 6  maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem; 7  toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.
  4. Genesis 3:1 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof?
  5. Genesis 5:1 Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods;
  6. Genesis 5:2 man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen `mens' ten dage, dat zij geschapen werden.
  7. Genesis 6:6 berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7 En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
  8. Genesis 7:4 Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
  9. Genesis 9:6 Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt.

    Exodus:

  10. Exodus 20:11 Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de sabbatdag en heiligde die.
  11. Exodus 31:17 Tussen Mij en de Israelieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

    Numeri

  12. Numeri 24:6 Als valleien breiden zij zich uit; als tuinen aan een rivier; als aloe's, die de Here plantte; als cederen aan het water.

    Deuteronomium

  13. Deuteronomium 26:19 Dan zal Hij u verheffen tot een lof, een naam en een sieraad, boven alle volken die Hij geschapen heeft en dan zult gij een volk zijn, geheiligd aan de Here, uw God, zoals Hij gezegd heeft.
  14. Deuteronomium 32:6 Vergeldt gij op deze wijze de Here, gij dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, die u geschapen heeft, die u gemaakt heeft en toebereid?
  15. Deuteronomium 32:8  Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
  16. Deuteronomium 32:15 Toen werd Jesurun vet, en sloeg achteruit, vet werd gij, dik en vet gemest, en hij verwierp God, die hem gemaakt had, hij minachtte de Rots van zijn heil.
  17. Deuteroniomium 32:18 De Rots, die u verwekt heeft, hebt gij veronachtzaamd en vergeten de God, die u heeft voortgebracht.

    1 Samuel

  18. 1 Samuel 2:8 Hij heft de geringe op uit het stof, Hij heft de arme omhoog uit het slijk, om hem te doen zitten bij edelen, en een erezetel te doen verwerven. Want de grondvesten der aarde zijn des Heren; Hij heeft daarop het aardrijk gesteld.

    2 Samuel

    1 Koningen

    2 Koningen

  19. 2 Koningen 19:15 en bad voor het aangezicht des Heren en zeide: Here, God van Israel, die op de cherubs troont, Gij, Gij alleen zijt God over alle koninkrijken der aarde; Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt.
  20. 2 Koningen 19:25 Hebt gij het dan niet gehoord, dat Ik het van overlang bereid en van de dagen van ouds vorm gegeven heb? Nu heb Ik het doen komen: gij moest de versterkte steden verwoesten tot puinhopen;
  21. 1 Kronieken 16:26 want alle goden der volken zijn afgoden, maar de Here heeft de hemel gemaakt;
  22. 1 Kronieken 17:22 Gij hebt uw volk Israel voor altijd U tot een volk gemaakt, en Gij, Here, waart hun tot een God.
  23. 2 Kronieken 2:12 Voorts zeide Churam: Geprezen zij de Here, de God van Israel, die de hemel en de aarde gemaakt heeft, daar Hij aan koning David een wijze zoon, begiftigd met verstand en inzicht, heeft gegeven, die een tempel voor de Here en een koninklijk paleis voor zichzelf bouwen zal.

    Nehemia

  24. Nehemia 9:6 Gij toch zijt alleen de Here, Gij hebt de hemel, de hemel der hemelen en al zijn heer gemaakt, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is; ja, Gij geeft hun allen het leven, en het heer des hemels buigt zich voor U neder.

    Job

  25. Job 4:17 Zou een sterveling rechtvaardig zijn tegenover God, of een man rein tegenover zijn Maker?
  26. Job 4:19 hoeveel te meer bij hen die in lemen hutten wonen, welker grondslag is in het stof, die men als motten dood drukt.
  27. Job 15:7 Zijt gij als eerste der mensen geboren of eer dan de heuvelen voortgebracht?
  28. Job 10:3 Brengt het U voordeel, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt het gewrocht uwer handen en over de raad der goddelozen licht laat stralen?
  29. Job 10:8  Uw handen hebben mij gewrocht en gevormd, geheel en volledig; en wilt Gij mij in het verderf storten?
  30. Job 10: 9  Bedenk toch, dat Gij mij als leem hebt gevormd, en wilt Gij mij tot stof doen wederkeren? 10  Hebt Gij mij niet als melk uitgegoten, en mij als kaas laten stremmen, 11  met huid en vlees mij bekleed, met beenderen en spieren mij doorweven? 12  Leven en genade hebt Gij mij geschonken, en uw zorg heeft mijn geest bewaakt.
  31. Job 20:4 Weet gij dit soms van oudsher, sedert de mens op aarde geplaatst is?
  32. Job 28:25 Toen Hij voor de wind de kracht vaststelde, en van het water de maat bepaalde, 26 toen Hij de regen een wet voorschreef en de bliksemschichten een weg,
  33. Job 31:15 Heeft Hij, die mij in de moederschoot maakte, ook hem niet gemaakt? Heeft niet Eenzelfde ons in de baarmoeder bereid?
  34. Job 31:33 indien ik als Adam mijn overtreding bedekt heb, door mijn schuld in mijn boezem te verbergen,
  35. Job 33:4 De Geest Gods heeft mij gemaakt, en de adem des Almachtigen doet mij leven.
  36. Job 35:11 die ons verstandiger maakt dan het gedierte der aarde, ons wijsheid verleent boven het gevogelte des hemels?
  37. Job 37:7 De hand van alle mensen verzegelt Hij, opdat alle mensen die Hij gemaakt heeft, het inzien.
  38. Job 37:16 Begrijpt gij iets van het zweven der wolken, de wonderwerken van de Volmaakte in kennis,
  39. Job 37:18 Kunt gij zoals Hij de wolken maken tot een uitspansel, vast als een gegoten spiegel?
  40. Job 38:4 Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien gij inzicht hebt!
  41. Job 40:15 Zie toch het nijlpaard (Behemoth), dat Ik heb gemaakt, evenals u. Het eet gras zoals het rund.
  42. Job 40:19 Hij is de eerste van Gods werken, het schepsel, waaraan Hij zijn zwaard gaf;
  43. Job 41:33 Zijns gelijke is er op aarde niet, een schepsel zonder vrees.

    Psalmen

  44. Psalmen 19:1 Voor de koorleider. Een psalm van David. (PSA19:2) De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen;
  45. Psalmen 24:1 Van David. Een psalm. Des Heren is de aarde en haar volheid, de wereld en die daarop wonen. 2 Want Hij heeft haar op de zeeen gegrond en op de stromen gevestigd.
  46. Psalmen 28:5 Omdat zij niet letten op de daden des Heren noch op het werk zijner handen, zal Hij hen afbreken en hen niet opbouwen.
  47. Psalmen 33:6 Door het woord des Heren zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heer.
  48. Psalmen 33:9 Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.
  49. Psalmen 36:9 Want bij U is de bron des levens, in uw licht zien wij het licht.
  50. Psalmen 40:5 Talrijk hebt Gij gemaakt, o Here, mijn God, uw wonderen en uw gedachten jegens ons; niets is bij U te vergelijken. Wilde ik ze vermelden en uitspreken, te talrijk zijn zij om te noemen.
  51. Psalmen 65:6 Gij, die de bergen vastzet door uw kracht, met sterkte omgord;
  52. Psalmen 74:16 Uwer is de dag, uwer ook de nacht; Gij zijt het, die hemellicht en zon hebt gesteld.
  53. Psalmen 74:17 Gij zijt het, die al de grenzen der aarde hebt bepaald; zomer en winter, Gij hebt ze geformeerd.
  54. Psalmen 75:3 al mogen de aarde en al haar bewoners wankelen, Ik ben het, die haar pilaren heb vastgezet. sela
  55. Psalmen 78:69 Hij bouwde zijn heiligdom als de hoogste bergen, als de aarde, die Hij voor altoos grondvestte.
  56. Psalmen 86:9 Alle volken, die Gij gemaakt hebt, zullen komen en zich voor U nederbuigen, o Here, en uw naam eren;
  57. Psalmen 89:47 Gedenk, wat mijn levensduur is, tot welke nietigheid Gij alle mensenkinderen hebt geschapen.
  58. Psalmen 90:2 eer de bergen geboren waren, en Gij aarde en wereld hadt voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.
  59. Psalmen 94:8 Merkt op, gij redelozen onder het volk! En gij dwazen, wanneer zult gij verstandig worden? 9 Zou Hij, die het oor plantte, niet horen? Die het oog vormde, niet zien?
  60. Psalmen 95:5 wiens de zee is, daar Hij ze heeft gemaakt, ook het droge, dat zijn handen hebben geformeerd.
  61. Psalmen 96:5 want alle goden der volken zijn afgoden, maar de Here heeft de hemel gemaakt;
  62. Psalmen 100:3 Erkent, dat de Here God is; Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe, zijn volk, de schapen die Hij weidt.
  63. Psalmen 102:18 Dit worde opgeschreven voor een volgend geslacht, en het volk dat geschapen zal worden, zal de Here loven;
  64. Psalmen 102:25 Gij hebt voormaals de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk uwer handen;
  65. Psalmen 103:14 Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn.
  66. Psalmen 104:5 Hij heeft de aarde op haar grondslagen gevestigd, zodat zij nimmermeer wankelt.
  67. Psalmen 104:8 bergen rezen op, dalen zonken neer op de plaats waar Gij hun grondslag hebt gelegd.
  68. Psalmen 104:19 Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden, de zon kent de tijd van haar ondergang.
  69. Psalmen 104:24 Hoe talrijk zijn uw werken, o Here, Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; de aarde is vol van uw schepselen.
  70. Psalmen 104:26 daar gaan de schepen, de Leviatan, die Gij geformeerd hebt om ermee te spelen.
  71. Psalmen 104:30 zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem.
  72. Psalmen 107:25 Hij sprak en deed een stormwind opsteken, die haar golven omhoog hief;
  73. Psalmen 107:28 Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij voerde hen uit hun angsten; 29 Hij maakte de storm tot een zacht suizen, zodat de golven stil werden.
  74. Psalmen 115:15 Gezegend zijt gij door de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.
  75. Psalmen 115:16 De hemel is de hemel van de Here, maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven.
  76. Psalmen 118:24 Dit is de dag die de Here gemaakt heeft; laten wij juichen en ons daarover verheugen.
  77. Psalmen 119:73 Uw handen hebben mij gemaakt en toebereid, geef mij verstand, opdat ik uw geboden lere.
  78. Psalmen 119:90 Van geslacht tot geslacht is uw trouw, Gij hebt de aarde gegrond, zodat zij staat;
  79. Psalmen 121:2 Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.
  80. Psalmen 124:8 Onze hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft.
  81. Psalmen 134:3 De Here zegene u uit Sion, Hij, die hemel en aarde gemaakt heeft.
  82. Psalmen 136:5 die met verstand de hemel schiep, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid; 6 die de aarde op de wateren uitbreidde, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid; 7 die de grote lichten maakte, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid; 8 de zon tot heerschappij over de dag, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid; 9 de maan en de sterren tot heerschappij over de nacht, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid;
  83. Psalmen 139:15 Mijn gebeente was voor U niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk;
  84. Psalmen 139:16 uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond.
  85. Psalmen 146:6 die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is, die trouwe houdt tot in eeuwigheid;
  86. Psalmen 147:8 Hem, die de hemel met wolken bedekt, die voor de aarde regen bereidt, die op de bergen gras doet uitspruiten,
  87. Psalmen 147:9 die het vee zijn voeder geeft, de jonge raven, als zij roepen.
  88. Psalmen 148:5 Dat zij de naam des Heren loven, want Hij gebood en zij waren geschapen; 6 Hij zette ze vast voor immer en altoos, Hij stelde hun een inzetting, die geen hunner overtreedt.
  89. Psalmen 149:2 Israel verheuge zich in zijn Maker, laten de kinderen Sions juichen over hun Koning;

    Spreuken

  90. Spreuken 3:19 de Here heeft door wijsheid de aarde gegrond, door verstand de hemelen vastgesteld,
  91. Spreuken 8:22 De Here heeft mij tot aanzijn geroepen als het begin van zijn wegen, voor zijn werken van ouds af.
    23 Van eeuwigheid aan ben ik geformeerd, van den beginne, eer de aarde bestond.
    24 Toen er nog geen oceaan was, ben ik geboren, toen er nog geen bronnen waren, rijk aan water.
    25 Eer de bergen omlaaggezonken waren, voor de heuvelen ben ik geboren;
    26 toen Hij het aardrijk en de velden nog niet had gemaakt, noch de eerste stofdeeltjes der wereld.
    27 Toen Hij de hemel bereidde, was ik daar; toen Hij een kring trok op het oppervlak van de oceaan,
    28 toen Hij de wolken daarboven bevestigde, en de bronnen van de oceaan met kracht opborrelden,
    29 toen Hij aan de zee haar perk stelde, opdat de wateren zijn gebod niet zouden overtreden, en Hij de grondslagen der aarde bepaalde,
    30 toen was ik een troetelkind bij Hem, ik was een en al verrukking dag aan dag, te allen tijde mij verheugend voor zijn aangezicht,
    31 mij verheugend in de wereld van zijn aardrijk, en mijn vreugde was met de mensenkinderen.
  92. Spreuken 16:4 De Here heeft alles gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.
  93. Spreuken 20:12 Het oor dat hoort en het oog dat ziet, de Here heeft beide gemaakt.
  94. Spreuken 22:2 Rijken en armen ontmoeten elkander; hun aller Maker is de Here.
  95. Spreuken 30:4 Wie klom op ten hemel en daalde weer neder, wie heeft de wind in zijn vuist verzameld? Wie heeft de wateren saamgebonden in zijn kleed, wie heeft al de einden der aarde vastgesteld? Hoe is zijn naam en hoe de naam van zijn zoon? Gij weet het toch.

    Prediker

  96. Prediker 3:11 Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.
  97. Prediker 7:14 Wees goedsmoeds in tijd van voorspoed, maar denk op de kwade dag: ook deze heeft God gemaakt evenzeer als die; immers kan de mens van de toekomst niets ontdekken.
  98. Prediker 7:29 Alleen, zie toch: ik heb ontdekt, dat God de mensen recht gemaakt heeft, maar zij zoeken vele bedenkselen.
  99. Prediker 11:5 Zoals gij de weg van de wind evenmin kent als het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw, zomin kent gij het werk van God, die alles maakt.

    Jesaja

  100. Jesaja 27:11 Wanneer haar takken verdroogd zijn, worden zij afgebroken; vrouwen komen en steken ze aan. Omdat het geen volk van inzicht is, daarom ontfermt zijn Maker er Zich niet over en is zijn Formeerder het niet genadig. 
  101. Jesaja 29:16 O, deze verkeerdheid van u! Of moet de boetseerder op een lijn gesteld worden met het leem, zodat het maaksel van zijn maker zou kunnen zeggen: Hij heeft mij niet gemaakt? en het boetseersel van zijn boetseerder: Hij heeft geen verstand?
  102. Jesaja 37:16 Here der heerscharen, God van Israel, die op de cherubs troont, Gij, Gij alleen zijt God over alle koninkrijken der aarde; Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt.
  103. Jesaja 37:26 Hebt gij het dan niet gehoord, dat Ik het van overlang bereid en het van de dagen van ouds vormgegeven heb? Nu heb Ik het doen komen: gij moest de versterkte steden verwoesten tot puinhopen;
  104. Jesaja 40:12  Wie mat de wateren met zijn holle hand, bepaalde de omvang der hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal?
  105. Jesaja 40:26 Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet een achter.
  106. Jesaja 40:28 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de Here, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.
  107. Jesaja 41:2 Wie heeft hem uit het oosten verwekt, dien bij elke schrede de zege ontmoet? Wie levert volken aan hem over en doet hem koningen vertreden, wiens zwaard hen maakt tot stof, wiens boog hen maakt tot dwarrelende stoppels?
  108. Jesaja 41:4 Wie heeft dit bewerkt en tot stand gebracht? Hij, die de geslachten van de aanvang af heeft geroepen; Ik, de Here, die de eerste ben, en bij de laatsten ben Ik dezelfde.
  109. Jesaja 42:5 Zo zegt God, de Here, die de hemel schiep en hem uitspande; die de aarde uitbreidde met alles wat daaruit ontsproot; die aan de mensen die daarop wonen, de adem gaf en de geest aan hen die daarop wandelen:
  110. Jesaja 43:1 Maar nu, zo zegt de Here, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o Israel: Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.
  111. Jesaja 43:7 ieder die naar mijn naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.
  112. Jesaja 43:15 Ik de Here, uw Heilige, de Schepper van Israel, uw Koning.
  113. Jesaja 43:21 Het volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal mijn lof verkondigen.
  114. Jesaja 44:2 Zo zegt de Here, uw Maker en van de moederschoot aan uw Formeerder, die u helpt: Vrees niet, mijn knecht Jakob, en Jesurun, die Ik verkoren heb.
  115. Jesaja 44:21 Denk hieraan, Jakob; Israel, want gij zijt mijn knecht; Ik heb u geformeerd, gij zijt mijn knecht, Israel; gij wordt door Mij niet vergeten.
  116. Jesaja 44:24 Zo zegt de Here, uw Verlosser, en uw Formeerder van de moederschoot aan: Ik ben de Here, die alles gemaakt heb; die de hemel heb uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heb door eigen kracht;
  117. Jesaja 45:18 Want zo zegt de Here, die de hemelen geschapen heeft (Hij is God) die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de Here en er is geen ander.
  118. Jesaja 46:3 Hoort naar Mij, huis van Jakob en geheel het overblijfsel van het huis Israel, die door Mij gedragen zijt van moeders lijf aan, opgenomen van de moederschoot af.
  119. Jesaja 46:10 Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen; 11 die uit het oosten een roofvogel roep, uit een ver land de man van mijn raadsbesluit; Ik heb gesproken, Ik doe het ook komen; Ik heb het ontworpen, Ik breng het ook tot uitvoering.
  120. Jesaja 48:7 Nu zijn zij geschapen en niet oudtijds, en tot op heden hebt gij er niet van gehoord, opdat gij niet zoudt zeggen: Zie, ik heb het geweten.
  121. Jesaja 48:12 Hoor naar Mij, Jakob, Israel, mijn geroepene. Ik ben dezelfde, Ik ben de eerste, ook ben Ik de laatste; 13 ook heeft mijn hand de aarde gegrondvest en mijn rechterhand heeft de hemelen uitgebreid. Roep Ik hen, zij staan daar tezamen.
  122. Jesaja 49:5 Maar nu zegt de Here, die mij van de moederschoot aan vormde tot zijn knecht, om Jakob tot Hem terug te brengen en om Israel tot Hem vergaderd te doen worden (en ik werd geeerd in de ogen des Heren en mijn God was mijn sterkte)
  123. Jesaja 51:13 dat gij vergeet de Here, uw Maker, die de hemel uitspande en de aarde grondvestte; dat gij bestendig, de gehele dag, verschrikt zijt vanwege de grimmigheid van de verdrukker, wanneer hij uit is op verderven? Waar is nu de grimmigheid van de verdrukker?
  124. Jesaja 51:16 Ik heb mijn woorden in uw mond gelegd en met de schaduw mijner hand heb Ik u bedekt, Ik, die de hemel uitspan en de aarde grondvest en tot Sion zeg: Gij zijt mijn volk.
  125. Jesaja 54:5 Want uw man is uw Maker, Here der heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige Israels, God der ganse aarde zal Hij genoemd worden.
  126. Jesaja 54:16 Zie, Ik ben het, die de smid geschapen heb, welke het kolenvuur aanblaast en naar zijn kunst het wapen vervaardigt, maar Ik ben het ook, die de verderver geschapen heb om te vernielen.
  127. Jesaja 57:16 Want Ik zal niet altoos twisten noch voor eeuwig toornig zijn, anders zou de geest voor mijn aangezicht bezwijken, terwijl Ik toch zelf de levensadem heb gegeven.
  128. Jesaja 64:8 Maar nu, Here, Gij zijt onze Vader; wij zijn het leem, Gij zijt onze Formeerder en wij allen zijn het werk van uw hand.
  129. Jesaja 66:2 Dit alles heeft immers mijn hand gemaakt en zo is dit alles ontstaan, luidt het woord des Heren; op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft.
  130. Jesaja 66:22 Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord des Heren, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan.

    Jeremia

  131. Jeremia 5:22 Wilt gij Mij niet vrezen, luidt het woord des Heren, of voor Mij niet beven, die het zand gesteld heb tot grens voor de zee, een altoosdurende beperking, die zij niet zal overschrijden; al rollen haar golven, zij vermogen niets; al bruisen zij, zij overschrijden haar niet.
  132. Jeremia 27:5 Ik heb de aarde, de mens en het gedierte, dat op het oppervlak der aarde is, door mijn grote kracht en mijn uitgestrekte arm gemaakt, en Ik geef ze aan wie het Mij goeddunkt.
  133. Jeremia 32:17 Ach, Here Here, zie, Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderlijk zijn voor U,
  134. Jeremia 38:16 Toen zwoer koning Sedekia Jeremia in het geheim: Zo waar de Here leeft, die ons dit leven gegeven heeft, ik zal u niet doden en ik zal u niet overgeven in de macht van deze mannen die u naar het leven staan.
  135. Jeremia 51:15 Hij maakt de aarde door zijn kracht, bereidt de wereld toe door zijn wijsheid en breidt de hemel uit door zijn verstand.
  136. Jeremia 51:19 Maar Jakobs deel is niet als deze; Hij is de Formeerder van alles en Israel is de stam zijner erfenis; Here der heerscharen is zijn naam!

    Ezechiel

  137. Ezechiel 21:30 Steek het zwaard weer in de schede. In de plaats waar gij geschapen zijt, in uw land van herkomst zal Ik u richten.
  138. Ezechiel 28:13 In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werdt, waren zij gereed.
  139. Ezechiel 28:15 Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werdt totdat er onrecht in u werd gevonden:
  140. Ezechiel 31:9 Schoon had Ik hem gemaakt met zijn overvloed van takken; alle bomen van Eden die in Gods hof stonden, benijdden hem.

    Daniel

  141. Daniel 2:38  ja, in wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven, en die Hij tot heerser over die alle heeft gemaakt, gij zijt dat gouden hoofd.

    Hosea

  142. Hosea 6:7 Maar zij hebben als Adam het verbond overtreden; daar hebben zij Mij trouweloos bejegend.

    Amos

  143. Amos 4:13 Want zie, Hij, die de bergen formeert en de wind schept, en de mens te kennen geeft wat zijn overleg is, die de dageraad tot donkerheid maakt, en voortschrijdt over de hoogten der aarde; Here, God der heerscharen, is zijn naam.
  144. Amos 5:8 Hij, die Pleiaden en Orion heeft gemaakt; Hij, die donkerheid verkeert in ochtend, en die de dag tot nacht verduistert; Hij, die het water der zee heeft opgeroepen en uitgegoten over de oppervlakte der aarde; Here is zijn naam!
  145. Amos 9:6 die in de hemel zijn opperzalen heeft gebouwd en zijn gewelf op aarde heeft gegrondvest, die het water der zee heeft opgeroepen en uitgegoten over de oppervlakte der aarde; Here is zijn naam.

    Jona

  146. Jona 1:9 En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreeer en ik vrees de Here, de God des hemels, die de zee en het droge gemaakt heeft.

    Zacharia

  147. Zacharia 12:1 Godsspraak, het woord des Heren, over Israel. Aldus luidt het woord van de Here, die de hemel uitspant en de aarde grondvest, en de geest des mensen in diens binnenste formeert.

    Maleachi

  148. Maleachi 2:10 Hebben wij niet allen een Vader? Heeft niet een God ons geschapen? Waarom zijn wij dan trouweloos tegenover elkander en ontheiligen het verbond onzer vaderen?

Nieuwe testament

Mattheus

  1. Mattheus 13:35 opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zeide: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.
  2. Mattheus 19:4 Hij antwoordde en zeide: Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt?
  3. Mattheus 19:8 Hij zeide tot hen: Mozes heeft u met het oog op de hardheid uwer harten toegestaan uw vrouwen weg te zenden, maar van den beginne is het zo niet geweest.
  4. Mattheus 23:35 opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.
  5. Mattheus 24:21 Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.
  6. Mattheus 25:34 Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beerft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.

    Markus

  7. Markus 2:27 En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat.
  8. Markus 10:6 Maar van het begin der schepping heeft Hij hen als man en vrouw gemaakt;
  9. Markus 13:19 Want die dagen zullen zulk een verdrukking brengen als er niet geweest is van het begin der schepping, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook nooit meer wezen zal.

    Lucas

  10. Lukas 3:38 de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.
  11. Lukas 11:50 opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is sinds de grondvesting der wereld, 51 van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharias, die omgebracht is tussen het altaar en het tempelhuis. Ja, Ik zeg u, het zal afgeeist worden van dit geslacht.
  12. Lukas 16:17 Gemakkelijker zouden hemel en aarde vergaan, dan dat er van de wet een tittel zou vallen.
  13. Lukas 16:29 Maar Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren.
  14. Lukas 16:31 Doch hij zeide tot hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen.
  15. Lukas 24:44 Hij zeide tot hen: Dit zijn mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.

    Johannes

  16. Johannes 1:1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
  17. Johannes 1:10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.
  18. Johannes 1:15 Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geweest, want Hij was eer dan ik.
  19. Johannes 5:46 Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?
  20. Johannes 8:44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.
  21. Johannes 17:24 Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt; Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld.

    Handelingen der apostelen

  22. Handelingen 4:24 En toen dezen het hoorden, verhieven zij eenparig hun stem tot God en zeiden: Gij, Here, zijt het, die geschapen hebt de hemel, de aarde, de zee en al wat daarin is;
  23. Handelingen 14:15 uitroepende: Mannen, wat doet gij daar? Ook wij zijn maar zwakke mensen zoals gij en verkondigen u, dat gij u van dit ijdel bedrijf moet bekeren tot de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft.
  24. Handelingen 17:24 De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt,
  25. Handelingen 17:28 Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn geslacht.

    Romeinen

  26. Romeinen 1:20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.
  27. Romeinen 1:25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.
  28. Romeinen 5:14 Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende.
  29. Romeinen 8:19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods.
  30. Romeinen 8:20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om [de wil van] Hem, die haar daaraan onderworpen heeft,
  31. Romeinen 8:21 in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods.
  32. Romeinen 8:22 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is.
  33. Romeinen 8:39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.
  34. Romeinen 9:20 Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt?
  35. Romeinen 11:36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.

    1 Corinthiërs

  36. 1 Corinthiërs 1:20 Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?
  37. 1 Corinthiërs 8:6 voor ons nochtans is er maar een God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en een Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem.
  38. 1 Corinthiërs 11:7 Want een man is niet verplicht zich het hoofd te omhullen, omdat hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. (Leidse Vertaling)
  39. 1 Corinthiërs 11:9 De man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man.
  40. 1 Corinthiërs 15:21 Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. 22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
  41. 1 Corinthiërs 15:37 en als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. 38 Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam.
  42. 1 Corinthiërs 15:45 Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest.

    2 Corinthiërs

  43. 2 Corinthiërs 3:15 Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart,
  44. 2 Corinthiërs 3:16 maar telkens wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen.
  45. 2 Corinthiërs 4:6 Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus.
  46. 2 Corinthiërs 5:1 Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis.
  47. 2 Corinthiërs 5:17 Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.

    Galaten

  48. Galaten 6:15 Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is.

    Epheziërs

  49. Epheziërs 1:4 Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.
  50. Epheziërs 2:10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
  51. Epheziërs 3:15 naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt,
  52. Epheziërs 4:24 en de nieuwe mens aandoet, die naar [de wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

    Colossenzen

  53. Colossenzen 1:15 Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping,
  54. Colossenzen 1:16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
  55. Colossenzen 1:17 en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem;
  56. Colossenzen 1:23 indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.

    1 Timotheus

  57. 1 Timotheus 2:13 Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva.
  58. 1 Timotheus 4:3 het huwelijk verbieden en het genot van spijzen, welke God toch geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt door de gelovigen, die tot erkentenis der waarheid gekomen zijn.
  59. 1 Timotheus 4:4 Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt:
  60. 1Ti 6: 13  Ik beveel voor God, die alle leven wekt (geeft, voortbrengt), en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft,

    Titus

  61. Titus 1:2 in de hoop des eeuwigen levens, dat God, die niet liegt, voor eeuwige tijden beloofd heeft, terwijl Hij te zijner tijd zijn woord heeft openbaar gemaakt in de verkondiging,

    Hebreën

  62. Hebreën 1:2 die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.
  63. Hebreën 1:10 En: Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer handen; 11 die zullen vergaan, maar Gij blijft; en zij zullen alle als een kleed verslijten, 12 en als een mantel zult Gij ze oprollen, als een kleed zullen zij ook verwisseld worden; maar Gij zijt dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden.
  64. Hebreën 2:10 Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken.
  65. Hebreën 3:4 Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar de bouwmeester van alles is God.
  66. Hebreën 4:3 Want wij gaan tot de rust in, wij, die tot geloof gekomen zijn, zoals Hij gesproken heeft: gelijk Ik gezworen heb in mijn toorn: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan, en toch waren zijn werken van de grondlegging der wereld af gereed. 4 Want Hij heeft ergens van de zevende dag aldus gesproken: En God rustte op de zevende dag van al zijn werken;
  67. Hebreën 4:13 en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.
  68. Hebreën 9:11 Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping,
  69. Hebreën 9:26 want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen.
  70. Hebreën 10:28 Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen.
  71. Hebreën 11:3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. 
  72. Hebreën 12:27 Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat blijve, wat niet wankel is.

    Jacobus

  73. Jakobus 1:18 Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.
  74. Jakobus 3:9 Met haar loven wij de Here en Vader en met haar vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis Gods geschapen zijn:

    1 Petrus

  75. 1 Petrus 1:20 Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u,

    2 Petrus

  76. 2 Petrus 3:4 en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo, als het van het begin der schepping af geweest is. 5 Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat, 6 waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het

    1 Johannes

  77. 1 Johannes 1:1 Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens.
  78. 1 Johannes 2:13 Ik schrijf u, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen. Ik heb u geschreven, kinderen, want gij kent de Vader. 14 Ik heb u geschreven, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk en het woord Gods blijft in u en gij hebt de boze overwonnen.
  79. 1 Johannes 3:8 wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.
  80. 1 Johannes 5:1 Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren worden, heeft [ook] degene lief, die uit Hem geboren is.

    Judas

  81. Judas 1:14 Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden,

    Openbaring

  82. Openbaring 1:17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste,
  83. Openbaring 2:8 En schrijf aan de engel der gemeente te Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en levend geworden:
  84. Openbaring 3:14 En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods:
  85. Openbaring 4:11 Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen.
  86. Openbaring 5:13 En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.
  87. Openbaring 8:9 en het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hadden, stierf, en het derde deel van de schepen verging.
  88. Openbaring 10:6 en zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is en de aarde en hetgeen daarop is en de zee en hetgeen daarin is: er zal geen uitstel meer zijn,
  89. Openbaring 13:8 En allen, die op de aarde wonen, zullen het [beest] aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld.
  90. Openbaring 14:7 en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.
  91. Openbaring 17:8 Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve; en zij, die op de aarde wonen, wier naam niet geschreven is in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verbazen, als zij zien, dat het beest was en niet is en er toch zal zijn.
  92. Openbaring 22:13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.

Teksten die aangeven dat God alles in stand houdt!

  • 1Ki 17:4 Gij kunt uit de beek drinken, en Ik heb de raven geboden u daar van spijze te voorzien."
  • Psalmen 50:10 want Mij behoort al het gedierte van het woud, het vee op bergen, rijk aan runderen. 11 Ik ken al het gevogelte der bergen, wat zich roert op het veld, staat Mij ter beschikking.
  • Psalmen 104:28 geeft Gij hun die, zij zamelen op, opent Gij uw hand, zij worden met goed verzadigd; 29 verbergt Gij uw aangezicht, zij worden verdelgd, neemt Gij hun adem weg, zij sterven en keren weder tot hun stof;
  • Psalmen 145:15 Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun te zijner tijd hun spijze; 16 Gij doet uw hand open en verzadigt met welbehagen al wat leeft.
  • Psalmen 147:9 die het vee zijn voeder geeft, de jonge raven, als zij roepen.
  • Mattheus 10:29 Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet een daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader.
  • Lukas 12:6 Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten, en niet een van die is vergeten voor God.
  • Lukas 12:24 Let op de raven, zij zaaien niet en zij maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer of schuur, en toch voedt God ze. Hoe ver gaat gij de vogelen te boven!
  • Lukas 12:27 Let op de lelien, hoe zij spinnen noch weven, en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze. 28 Indien nu God het gras op het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, hoeveel te meer u, kleingelovigen?