De schepping in zes dagen


Hoe moeten we de scheppingsdagen zien? Zijn het werkelijk 6 dagen? Of waren het 6 tijdperken? Waren er periodes tussen?

Dit zijn vragen die soms op ons afkomen. De oorzaak van deze vragen kan zeer uiteenlopend zijn. Meestal zijn ze een gevolg van mijmeringen over het wel of niet bestaan van God. Daarom is het belangrijk dat we een antwoord op deze vragen hebben.

Wat moeten we geloven?

Zes gewone werkdagen van 24 u, meer was er niet nodig voor God! Dat is het!

 

  • Maar bij God is duizend jaar toch als 1 dag en 1 dag als duizend jaar. (2Pe. 3:8)

Inderdaad, dit is een reden te meer om te geloven dat God dit enorme werk inderdaad op zes 'mensendagen' heeft gedaan.

Elke scheppingsdag wordt afgesloten met de term: "Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de .… dag." Bij ons (alleszins in België en Nederland) begint de dag 's morgens en eindigt hij met de nachtrust. Bij de joden blijkt dit niet zo te zijn. Bij hen begint de dag met het vallen van de duisternis. Zodoende is de genoemde uitdrukking volgens mij een benadrukken van het feit dat het hier werkelijk om 1 dag ging. Een dag met één morgen en één avond…

Lange dagen?

  • Kan het niet zijn dat het om lange periodes gaat? Hoe zouden anders al die fossielen en aardlagen ontstaan zijn?

Om dezelfde reden als hierboven moeten we zeggen dat het om 6 dagen gaat. Het ontstaan van de geologische vormen en fossielen is zeer waarschijnlijk te zoeken in de zondvloed. Het moet zijn dat de zondvloed zo krachtig is geweest dat de hele aarde omgewoeld en van uitzicht veranderd is. Deze omstandigheden hebben ook aanleiding gegeven tot het ontstaan van steenkool, aardolie, fossielen, bergen enz. Niet-gelovige wetenschappers zullen deze uitspraak als fabels van de hand wijzen, ze is immers totaal in strijd met de geldende theorie. Doch de bewijzen voor de scheppingstheorie beginnen zich op te stapelen. Men kan fossielen maken in enkele dagen. Er zijn gevallen bekend waar meters dikke aardlagen in enkele dagen gevormd werden, om daarna meters diep uitgesneden te worden door water en te verharden tot iets wat lijkt op de Grand Canyon. Moest men dit proces niet op de voet gevolgd hebben, dan zou men gedacht hebben dat dit werk van duizenden jaren geweest was. (Gevolgen van de uitbarsting van Mount St Helens in de U.S.A. in mei 1980)

Tijd tussen de dagen?

  • Kan er dan toch wel een langere periode tussen het eerste en het tweede vers van Genesis 1 geweest zijn?

Een redelijk verbreide theorie vertelt ons dat Gen. 1:1 een alleenstaand vers is omdat er vóór de huidige schepping een andere schepping zou geweest zijn die verwoest werd door de val van Satan (Ez. 28:17). Er is echter geen enkele reden om deze theorie aan te hangen! Allereerst vinden we in de Hebreeuwse grondtekst het woordje 'wav', wat 'en' betekent. Dit woord vinden we als verbinding tussen "alle" verzen en verschillende zinsdelen van Genesis 1. In de King James, een engelstalige versie van de Bijbel wordt dit vertaald met het woord 'And' (dus 'en'). Dit duidt op een onmiddellijk vervolg van het vorige. In het totaal wordt in de KJV het woord 'and' 88x gebruikt in de verzen 1 tot 31. Behalve vers 1 en vers 27 beginnen alle verzen met 'en' wat echt op een verbinding met de vorige zin duidt. Dat vers 27 niet met 'en' begint is redelijk logisch, de zin zelf verbindt zich met het vorige door het woord 'So' wat 'dus' betekent. Besluit: zes dagen, onafscheidelijk met mekaar verbonden, een aaneenschakeling van werken van God. Nogal normaal dat God op de zevende dag rustte.

Confirmatie

Verder lezen we in Gen 2:1 het volgende: Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. Wat er op duidt dat de hemel (uit vers Gen 1:1) en al wat er op leeft op deze manier en dus in zes dagen tot stand kwam.

Genesis 1

1. In the beginning God created the heaven and the earth. 2 And the earth was without form, and void; and darkness [was] upon the face of the deep. And the Spirit of God moved upon the face of the waters. 3. And God said, Let there be light: and there was light. 4 And God saw the light, that [it was] good: and God divided the light from the darkness. 5 And God called the light Day, and the darkness he called Night. And the evening and the morning were the first day. 6. And God said, Let there be a firmament in the midst of the waters, and let it divide the waters from the waters. 7 And God made the firmament, and divided the waters which [were] under the firmament from the waters which [were] above the firmament: and it was so. 8 And God called the firmament Heaven. And the evening and the morning were the second day. 9. And God said, Let the waters under the heaven be gathered together unto one place, and let the dry [land] appear: and it was so. 10 And God called the dry [land] Earth; and the gathering together of the waters called he Seas: and God saw that [it was] good. 11 And God said, Let the earth bring forth grass, the herb yielding seed, [and] the fruit tree yielding fruit after his kind, whose seed [is] in itself, upon the earth: and it was so. 12 And the earth brought forth grass, [and] herb yielding seed after his kind, and the tree yielding fruit, whose seed [was] in itself, after his kind: and God saw that [it was] good. 13 And the evening and the morning were the third day. 14. And God said, Let there be lights in the firmament of the heaven to divide the day from the night; and let them be for signs, and for seasons, and for days, and years: 15 And let them be for lights in the firmament of the heaven to give light upon the earth: and it was so. 16 And God made two great lights; the greater light to rule the day, and the lesser light to rule the night: [he made] the stars also. 17 And God set them in the firmament of the heaven to give light upon the earth, 18 And to rule over the day and over the night, and to divide the light from the darkness: and God saw that [it was] good. 19 And the evening and the morning were the fourth day. 20. And God said, Let the waters bring forth abundantly the moving creature that hath life, and fowl [that] may fly above the earth in the open firmament of heaven. 21 And God created great whales, and every living creature that moveth, which the waters brought forth abundantly, after their kind, and every winged fowl after his kind: and God saw that [it was] good. 22 And God blessed them, saying, Be fruitful, and multiply, and fill the waters in the seas, and let fowl multiply in the earth. 23 And the evening and the morning were the fifth day. 24. And God said, Let the earth bring forth the living creature after his kind, cattle, and creeping thing, and beast of the earth after his kind: and it was so. 25 And God made the beast of the earth after his kind, and cattle after their kind, and every thing that creepeth upon the earth after his kind: and God saw that [it was] good. 26. And God said, Let us make man in our image, after our likeness: and let them have dominion over the fish of the sea, and over the fowl of the air, and over the cattle, and over all the earth, and over every creeping thing that creepeth upon the earth. 27 So God created man in his [own] image, in the image of God created he him; male and female created he them. 28 And God blessed them, and God said unto them, Be fruitful, and multiply, and replenish the earth, and subdue it: and have dominion over the fish of the sea, and over the fowl of the air, and over every living thing that moveth upon the earth. 29. And God said, Behold, I have given you every herb bearing seed, which [is] upon the face of all the earth, and every tree, in the which [is] the fruit of a tree yielding seed; to you it shall be for meat. 30 And to every beast of the earth, and to every fowl of the air, and to every thing that creepeth upon the earth, wherein [there is] life, [I have given] every green herb for meat: and it was so. 31. And God saw every thing that he had made, and, behold, [it was] very good. And the evening and the morning were the sixth day.

Tot slot

Waarom zo'n nadruk op deze zaken? Heel simpel: elke afbreuk van de schepping in 6 dagen heeft tot gevolg dat God 'afgebroken' wordt in de ogen van de mensen. Wij als christenen moeten juist het tegenovergestelde bewerken! God is niet vergelijkbaar met een mens, we mogen dus Gods daden niet naar de normen van mensen ombouwen. God is oneindig groot, laten wij Hem de eer geven die Hem toekomt!

Verder zijn de meeste theorieën er op uit om God uit te schakelen. De mens wil geen Heer boven hem. Men tracht de boodschap van het evangelie te ontdoen van haar kracht door leugens.

Indien we geloven dat de zes scheppingsdagen lange periodes waren, of dat er tussen vers 1 & 2 een 'lange' periode zit, dan is dat steeds met de zogenaamde bedoeling om fossielen e.d. te kunnen verklaren. Maar dit houdt in dat de dood al heerste gedurende de scheppingsweek. Als dit zo is dan staat de gehele bijbel vol leugens. Verzen zoals: Ro. 5:14 (Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende.) zijn dan puur bedrog, immers de dood zou reeds lang daarvoor geheerst hebben!

Hierbij komt dan nog dat alle zogenaamde wetenschappelijke redenen om lange periodes in te bouwen helemaal niet nodig of bewijsbaar zijn. Enkele voorbeelden:

Het ontstaan van fossielen

Het ontstaan van aardlagen

Het ontstaan van aardlagen - doe de test